CapaCoustic Mineralkleber

Naadloos plafondsysteem met gepatenteerde pleisterlaag

Omschrijving

Systeembeschrijving
Het systeem CapaCoustic Fine bestaat voornamelijk uit een akoestische voorgebehandelde akoestiek pleisterdraagplaat, die met een openporige pleister gecoat is.
Door een specaiale applicatietechniek van de pleisterlaag kunnen naadloze gepleisterde galmabsorberende vlakken gerealiseerd worden.

De producteigenschappen van de akoestische pleisters maken o.a. zeer fijn gestructureerde oppervlakken mogelijk, die de openporeuze innerlijke structuur niet laten herkennen. Het akoestische systeem wordt vooral voor plafonds gebruikt. 
Binnen wordt het in regel eerst ingezet boven de meest belaste gedeelten, in regel hoger dan 2 m.

CapaCoustic Fine kan op alle draagkrachtige ondergronden aangebracht worden. Om akoestische waarden te bereiken is de eindlaag niet noodzakelijk. Bij geringe eisen aan het oppervlak kan het systeem ook enkle met één grondlaag CapaCoustic Fine 0,7 uitgevoerd worden. De eindlaag kan af fabriek in lichte kleuren aangekleurd worden. Specifieke kleuren op aanvraag te bekijken.

Materiaalbeschrijving/Systeem­componenten
  • CapaCoustic Pastöskleber:
    Dispersiegebonden, elastische lijmmassa met minerale vulstoffen om CapaCoustic Fine-Putz­trägerplatte 036/04+06 te verlijmen. Prod.-Nr.: 037/11, inhoud emmer: 20 kg
  • CapaCoustic Mineralkleber:
    Minerale poedermortel  voor het lijmen van CapaCoustic Fine-Putzträger­platte 036/64+66. Prod.-Nr.: 037/12, inhoud: 25 kg
  • CapaCoustic Fine-Putzträgerplatte B1:
    Lichte en heel poreuse mineraalvezelplaat met een hydrophobe voorbehandeling.
    Formaat: 74 x 57 cm = 0,4218 m2/plaat
Prod.-Nr.Diktem2/palet
036/0440 mm28,7
036/0660 mm19,4
  • CapaCoustic Fine-Putzträgerplatte A2:
    Lichte en heel poreuse mineraalvezelplaat met een hydrophobe voorbehandeling, overeenkomstig bouwstofklasse A2 niet brandbaar. Formaat: 74 x 57 cm = 0,4218 m2/plaat
Prod.-Nr.Diktem2/palet
036/6440 mm28,7
036/6660 mm19,4
  • CapaCoustic Fine-Fugenspachtel:
    Gemakkelijk schuurbare pleister voor het egaliseren van de plaatvoegen. Prod.-Nr.: 036/13, imhoud emmer: 10 kg
  • CapaCoustic Fine-Putz 0,7:
    Dispersiegebonden akoestische pleister, klaar voor gebruik als grondlaag, korrelgrootte 0,7 mm. Kleur: wit.  Prod.-Nr.: 036/70, inhoud emmer: 20 kg
  • CapaCoustic Fine-Abschlußprofil:
    Afsluitprofiel bij bewegings- en dilatatievoegen, als afsluiting aan de muur met schaduwvoeg en als pleisterafsluiting an de randen. Lengte: 3 m; verpakking: 18-m-Bund
Prod.-Nr.Dikte
036/5440 mm
036/5660 mm

Afb. 1: Systeemopbouw CapaCoustic Fine

Bild 3 (031285_CapaCoustic_Fine.jpg)

Galmabsorptie

CapaCoustic Fine afhangend
Bild 5 (031287_Tabelle_Fine_abgehaengt.jpg)
Frequentie [Hz]CA Fine 40 mm αw = 0,70CA Fine 60 mm αw = 0,65
αs Terzαp Oktaveαs Terzαp Oktave
1000,240,300,320,40
1250,280,37
1600,420,54
2000,480,550,530,55
2500,470,49
3150,640,67
4000,760,750,760,75
5000,760,72
6300,730,71
8000,770,750,730,70
10000,740,71
12500,700,70
16000,670,650,700,70
20000,650,69
25000,640,70
31500,610,550,670,65
40000,580,67
50000,520,65
CapaCoustic Fine direct verlijmd
Bild 6 (031288_Tabelle_Fine_direktverklebt.jpg)


Frequenz [Hz]CA Fine 40 mm αw = 0,70CA Fine 60 mm αw = 0,65
αs Terzαp Oktaveαs Terzαp Oktave
1000,330,300,240,35
1250,190,31
1600,390,47
2000,450,650,530,60
2500,650,65
3150,920,68
4000,820,800,630,65
5000,770,64
6300,750,68
8000,720,700,670,65
10000,710,63
12500,700,62
16000,650,650,650,65
20000,640,63
25000,640,59
31500,650,700,530,60
40000,680,52
50000,710,50

Toepassing

In ruimtes met veel weergalming bestaat vaak de behoefte om galmbeperkende maatregelen door te voeren. Om de nagalmtijd te reduceren worden in zulke gevallen systemen met galmabsorberende eigenschappen in de betrokken ruimtes aangebracht.
Hiervoor worden vooral openporige en open materialen gebruikt, die de indringende galmenergie verminderen.


Typische inzetgebieden zijn b.v.:

Burelen en vergaderruimtes,

verkoopsruimtes,

restaurants en hotels,

bibliotheken en musea,

kerken en gebedsplaatsen,

woningen

Toepassing conform technisch informatieblad nr. 606

binnen 1

binnen 2

binnen 3

buiten 1

buiten 2

-

-

+

+

(–) niet geschikt / (○) deels geschikt / (+) geschikt

3. Kleven van de CapaCoustic
Fine-Putzträgerplatte
Belangrijk! Om later de pleisterlaag optimaal vorm te kunnen geven, is het absoluut noodzakelijk, dat de kleven van de platen zeer zorgvuldig gebeurt.

3.1 Voorbereiding van de CapaCoustic Pastöskleber

Het kleven van de CapaCoustic Fine-Putzträgerplatte 036/04–06 gebeurt met de CapaCoustic Pastöskleber 037/11. De lijm wordt voor het verwerken met een roerwerk tot een homogene massa opgeroerd. 
Om de open-tijd te verkorten kan het materiaal door toevoeging van 10–20% gewichtsdelen cement en tot 200 ml zuiver, koud water per emmer (20 kg) tot een homogene massa aangelengd worden. Opgelet! De bewaarbaarheid van de lijm is hierna niet meer gewaarborgd.
– Nieit brandbaar A2
Het kleven van de CapaCoustic Fine-Putzträgerplatte 036/64–66 gebeurt met de CapaCoustic Mineralkleber 037/12. De Mineralkleber kan met alle gebruikelijke doorloopmengers verwerkt worde, maar ook manueel met een krachtig, langzaam lopend roerwerk met zuiver, koud water tot een homogene massa opgeroerd worden. Ca. 10 minuten laten rijpen en nog eens kort doorroeren. Indien nodig kan de consistentie na deze rijpingstijd met een beetje water aangepast worden. Nodige water: ca. 5–6 l per zak van 25 kg. Afhankelijk van de weersomstandigheden bedraagt de verwerkingstijd ca. 2 tot 2,5 uur (potlife). Reeds opgesteven materiaal nooit meer ganagbaar maken.

3.2 Aanbrengen van de lijm

3.2.1 Het kleven van de lijmdraagplaat op de ondergrond gebeurt aan de nicht voorbehandelde kant. De lijm moet eerst volvlakkig in het oppervlak van de plaat ingewerkt worden (door met druk te plamuren). Daarna wordt met een tandtruweel een vertanding van 10 x 10 mm ­afgetand.
3.2.2 Verbruik: ca. 3,4 kg/m2

3.3 Kleven
De pleisterdraagplaat wordt op de ondergrond met stootvoegen verlijmd. Het is aangeraden hiervoor een geschikte aandrukplank (PU-schijf met een groot vlak). Men moet er op letten, dat de voorbehandelde kan van de akoestische pleisterdraagplaat niet bevuild wordt door lijmresten. men moet er op letten, dat de platen helemaal tegen het oppervlak en met gelijklopende voegen aangebracht worden. Ter controle van de vlakheid een richtlat gebruiken.

3.4 Voegen in de ondergrond
 
Voegen in de ondergrond, die geen dilatatievoegen zijn, moeten met de CapaCoustic Fine-Putzträgerplatte met minstens 10 cm overlappend overkleefd worden. Dilatatievoegen in de ondergrond moeten ook bij het plaatsten van de CapaCoustic Fine-Putzträgerplatte als dilatatievoeg uitgevoerd worden. 
3.5 Uitplamuren van de plaatvoegen
3.5.1 Voorbereiding:
– Standaard-B1 
De CapaCoustic Fine-Fugenspachtel 036/13 wordt voor het werken door toevoeging van ca. 1000 ml zuiver, koud water per 10 kg verpakking aangelengd. 
– Niet brandbaarA2
Om de voegen uit te plamuren moet de CapaCoustic Fine-Putz 0,7 met een geschikt en zuiver roerwerk zorgvuldig opgeroerd worden.
3.5.2 Uitplamuren:
De plamuurmassa wordt in de stootvoegen ingewerkt, maar mag daarbij niet glad getrokken worden, d.w.z. de plamuurmassa de plamuurmassa moet bolvormig boven de plaat blijven staan.
3.5.3 Droogtijd:
Aansluitend aan de plamuurwerken moet de voorbehandeling goed doordrogen. Hiervoor moet er bij een kamertemperatuure van 22 °C en een relatieve luchtvochtigheid van 60% rekening gehouden worden met een droogtijd van 48 uur. Tijdens de droogtijd moet voor de nodige kamertemperatuur en verluchting gezorgd worden.
3.5.4 verbruik: ca. 0,30 kg/m2

3.6 Schuren van het plaatoppervlak
De plaatvoegen worden b.v. met het Capatect-Styropor-Schleifbrett (schuurplank) (formaat 230 x 110 mm, Ronde korrel-schuurpapier met korrel 16) onder lichte druk helemaal vlak geschuurd. Machinaal schuren is niet aangeraden. 
Indien nodig kan het volledige vlak met b.v. Schleif­brett 500 x 250 mm geschuurd worden. 
Hier moet men er op letten , dat de af fabriek aangebrachte pleisterlaag tot max. 20% afgeschuurd wordt. De effenheidstoleranties van de DIN 18202 tabel 3, paragraaf 7 moeten met de overeenkomende richtlatten getest worden. Afwijkingen moeten door schuren weggewerkt worden.

4. Akoestische pleisterlaag
Belangrijk! Voor elke bewerking moet proper gereedschap in roestwerend edelstaal gebruikt worden.

4.1 Aanbrengen van de grondlaag
4.1.1 Pleistervoorbereiding:
Zorgvuldig oproeren (ca. 3 minuten) van de CapaCoustic Fine-Putz 0,7 met een geschikt en proper roerwerk.
4.1.2 Aanbrengen van de grondpleisterlaag:
CapaCoustic Fine-Putz 0,7 wordt zo op de ondergrond aangebracht, dat een laag met getande structuur ontstaat. Hierbij wordt de pleister met de gladde kant van de troffel aangebracht en aansluitend met de 6 x 6 mm getande kant afgetrokken. 
Nog tijdens de opentijd (ca. 30 minuten) van het aangebrachte materiaal wordt het pleistervlak met een vlakke rakel dwars naar de geulen in een schuine hoek van ca. 5º onder lichte druk goed glad gemaakt. Daarbij moeten de banen mekaar telkens met een halve breedte van de vlakke rakel overlappen. Om gereedschapssporen te minimaliseren, steeds glad maken vanaf de muren of de kanten. Kleine troffelaanzetten < 1 mm hoeven op dit moment niet verwijderd te worden. 
Bij deze werkwijzen is het een voordeel, als een groep verwerkers het materiaal met de troffel (gladde kant) legt en een 2e groep verwerkers met de Akustik-Putz­kelle (getande kant) aftrekt en een derde groep verwerkers het pleistervlak glad maakt. Na ca. 5 tot 10 minuten wordt het glad maken herhaald. Daarbij wordt met een beetje druk en langzaam trekken het water naar het oppervlak getrokken. Men moet er exact op letten dat gereedschapssporen afgevlakt worden en geen andere ontstaan. Achteraf schuren is niet meer mogelijk.
4.1.3 Droogtijd:
Aansluitend aan de grondlaag moet de pleisterlaag zorgvuldig doordrogen. Hiervoor moet bij een kamertemperatuur van 22°C en een relatieve luchtvochtigheid van 60% rekening gehouden worden met een droogtijd van ca. 48 uur. Tijdens de droogtijd moet voor goede kamertemperatuur en verluchting gezorgd worden.
4.1.4 Verbruik: 4,0–4,5 kg/m2

4.2 Aanbrengen van de eindlaag
4.2.1 Voorbereiding van de pleister:
zie 4.1.1
4.2.2 Aanbrengen van de pleister:
Eindlaag dezelfde werkwijze als 4.1.2.
4.2.3 Droogtijd:
Aansluitend aan de eindlaag moet de pleisterlaag volledig doordrogen. Voor een volledige doordroging heeft het systeem bij een kamertemperatuur van 22 °C en een relatieve luchtvochtigheid van 60% meerdere dagen nodig. De akoestische werking kan na volledige droging gemeten worden.
4.2.4 Verbruik: ca. 3,0–3,5 kg/m2

Ondergrond

De toleranties van de ondergrond moeten voldoen aan de aanwijzingen van de DIN 18202 tabel 3 paragraaf 6 voor vlakke muren en de onderkanten van plafonds.
De hieronder aangegeven schalen moeten met aangepaste richtlatten gecontroleerd worden. Oneffenheden worden niet met de systeemopbouw gelijk gemaakt maar met geschikt materiaal vooraf uitgeplamuurd worden.

Afstand van de meetpunten in (m)Schalen als grenswaarde in (mm)
0,103
0105
0410
1020
1525

1.1 Massieve muur- of plafondvlakken
De ondergrond is een behandeld of onbehandeld massief muur- of plafondvlak. Om de draagkracht te waarborgen moet de ondergrond draagkrachtig zijn.

1.2 Valse  plafonds 
(ziei afbeelding 2)
1.2.1 De maximaal toegelaten draaglast van de plafondconstructie moet minstens 18 kg/m2 bedragen. Om de draagkracht te waarborgen moet de ondergrond van de plafondcoating overeenkomend draagkrachtig zijn.
1.2.2 Plaatvoegen van de plafondconstructie moeten uitgeplamuurd worden.
1.2.3 Voor de montage van de gebruikte plafondconstructie moeten de resp. technische informaties gerespecteerd worden en de verwerkingsrichtlijnen van de betrokken aanbieder van het systeem gerespecteerd worden.

Voorbereiding van de ondergrond

2 Voorbereiding van de ondergrond
Om voldoende hechting van het CapaCoustic Fine-system aan de ondergrond te waarborgen moet de ondergrond op een geschikte manier voorbereid worden.

2.1 Beton uit gladde, industriele bekisting
Ondergrond voorbehandelen met Caparol OptiGrund.

2.2 Beton uit normale bekisting 
Het betonoppervlak moet vrij zijn van bekistingsolie. Noppen in cementsteen moeten met geschikt gereedschap afgestoten worden. Grote oneffenheden in de ondergrond, resultaat van bekistingsfouten, worden met Capatect-Klebe- und Spachtel­­­­masse 190 geëgaliseerd. Een verdere voorbereiding van de ondergrond is niet nodig.

2.3 Gipskarton-ondergrond
Gipskarton-platen moeten gecoat worden met Putzgrund 610.

2.4 Kalkgipspleister
Voorbereiding van de ondergrond met Putzgrund 610.

2.5 Andere
Bij alle hierboven niet vernoemde ondergronden moet advies gevraagd worden aan de technische dienst van Caparol. Eventueel moet een test van de hechtingseigenschappen van de CapaCoustic Fine-Putzträgerplatte op de aanwezige ondergrond uitgevoerd worden. 
De hechtwaarden van de Akustik-Putz­trägerplatte tot de ondergrond moeten daarbij minstens 0,0075 N/mmbedragen.
Verwerkingsgereedschap:
AUB, ennkel het hier aanbevolen gereedschap gebruiken.
  • Richtlatten in de onder 1. aangegeven lengtes ter controle op oneffenheden van de systeemopbouw 
  • Electrisch roerwerk met één roerwerk voor de lijm en een proper roerwerk voor de Akustikputz
  • PU-schijf met groot vlak voor het aandrukken van de Akustik-Putzträgerplatte
  • Maatbeker met minstens 1 liter inhoud, daar de Akustikputz exact in de aangegeven consistentie ingesteld moet worden
  • Troffel in edelstaal voor het aanbrengen van de Akustikputzes
  • CapaCoustic Zahnspachtel met een 6 x 6 mm vertanding
  • Vlakke rakel roestvrij (60 mm) met knop, afgeronde hoeken, voor het glad maken van de pleisterlaag
  • Troffel „Veneziaanse vorm" afgeronde hoeken
  • Zahnspachtel 10 x 10 voor het aanbrengen van de lijm
  • Klein Capatect-Styropor-Schleifbrett (Formaat 230 x 110 mm, ronde korrel -schuurpapier met korrel 16)
  • Groat Capatect-Styropor-Schleifbrett (Formaat 500 x 250 mm ronde korrel -schuurpapier met korrel 16)
  • Luchtontvochtiger met hoge snelheid voor een snelle droging van de pleister indien de werfomstandigheden een snelle droging van de pleister niet toelaten

Het verwerkingsgereedschap moet roestvrij en altijd proper zijn, daar verontreinigingen door pleisterklonters, die b.v. van het roerwerk vallen, ook al zijn ze nog zo klein, tot rillen in het oppervlak en tot verontreiniging van de pleisterlagen leiden. Hetzelfde geldt natuurlijk voor verontreinigingen, die aan de Akustik-Putz­kelle hangen.

Inrichting van de werf:

Over het volledige oppervlak onder het geplande akoestieke vlak moet een stelling geplaatst worden, zodat men ongehinderd en zonder aanzetten aan het pleisteren gewerkt kan worden. 

Inzet van personeel:

Een werkteam zou uit 4 mensen moeten bestaan: 1 persoon bereidt het pleistermateriaal voor, 2 personen trekken het pleistermateriaal op het plafond op, 1 persoon tandtt, gladt en trekt het aangebrachte pleistermateriaal af. Als men minder personeel inzet, leidt dit tot discontinu werk. Voor grotere naadloze oppervlakken meer personeel inzetten. 
De verwerker zal afhankelijk van de voortgang van de werkzaamheden pauzes moeten vermijden als daardoor het werken in het midden van een vlak onderbroken zou moeten worden. 

Toleranties van de verschillende verwerkingsstappen

Door het individuele handschrift van de verwerker kunnen de dikten van de verschillende lagen van het systeem als volgt variëren: 
  • CapaCoustic Fine-Kleber:
    2–5 mm
  • CapaCoustic Fine-Putzträgerplatte:
    Bij 40 mm: 40–42 mm, bji 60 mm: 60–62 mm
  • CapaCoustic Fine-Putz 16:
    Grondlaag: 1,5–2,5 mm
  • CapaCoustic Fine-Putz 17:
    Eindlaag: 1,0–2,0 mm
Er kan daardoor geen exacte systeemdikte opgegeven worden, die voor  de inbouwdelen zoals de revisieschacht, het afsluitprofiel en de verlichting nodig is. Om de juiste individuele hoogte van de opbouw vast te stellen, raden wij aan een proefvlak van ca. 2 m2 door de verwerker te laten maken.

Verwerkingskwaliteit:
De kwaliteit van het oppervlak hangt sterk af van de zorgvuldigheid waarmee de verwerkingsaanleiding uitgevoerd en in acht genomen is. Dan nog zijn kleine pleisteraanzetten en oneffenheden, owv handwerk, niet te vermijden. Bij ongunstig licht, kunnen deze zich sterk aftekenen.

Afnamecriteria:

Voor de afname van het oppervlak moet de effenheidstolerantie van de DIN 18202 tabel 3, paragraaf 7 gebruikt worden.
Planning van de werken:
Het systeem is opgebouwt op zuivere waterbasis. De droging wordt daardoor niet versneld door hydraulisch afbindende toeslagstoffen. Daarom moeten optimale omstandigheden voor de droging gecreëerd worden. Verwarmen tot ca. 22°C, evenals de afvoer van de verzadigde lucht. Over het algemeen zijn gladde vlakken meeilijk te repareren. Daardoor zou de eindlaag zo laat mogelijk binnen de werfwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Zo wordt het risico op beschadiging verminderd.

Belangrijk! Ingebouwde elemeneten in het afgewerkte plafond met handschoenen uitvoeren om vingerafdrukken te vermijden.

Servicecentrum

DAW Belgium bvba
Tél.: (+32) (0)11 60 56 30
Fax: (+32) (0)11 52 56 07
E-mail: info-tech@daw.be
www.caparol.be