Muresko CoolProtect

Siliconenhars buitenmuurverf voor optimale zonnereflectie van donkere kleuren op gevels die zijn voorzien van thermische buitengevelisolatie.

Toepassing

Muresko CoolProtect is een speciale siliconenhars buitenmuurverf die zorgt voor optimale reflectie van zowel zichtbare als onzichtbare zonnestraling. Hierdoor is het mogelijk om gevels die voorzien zijn van een buitengevelisolatie systeem, toch in donkere kleuren af te werken. Muresko CoolProtect voorkomt namelijk een te sterke opwarming van het geveloppervlak en reduceert daarmee de kans op schades als gevolg van thermische spanningen. De bijzondere samenstelling van de pigmenten reduceert de opwarming bij zonbelasting, omdat behalve een deel van het zichtbare zonlicht ook een groot deel van het nabije infraroodbereik (NIR) gereflecteerd wordt. Op intacte buitengevelisolatiesystemen kunnen kleuren toegepast worden met een reflectiewaarde <20, mits de total solar reflectance (TSR) ≥25 is (dit is het geval bij Muresko CoolProtect in kleuren met helderheidswaarde >10). Bij toepassing van kleuren met helderheidswaarde <10, gelieve contact op te nemen met DAW Belgium. Voor het overschilderen van cellenbeton gevelelementen voorzien van een intacte coating, moet een TSR van ≥30 aangehouden worden.

Eigenschappen

  • waterdampdoorlatend
  • kleurvast
  • in vele kleuren te leveren
  • vrijwel ongevoelig voor aangroei van micro-organisme
  • waterafstotend conform DIN 4108
  • alkalivast, verzeept niet

Materiaalbasis

Siliconenhars en zuivere acrylaatdispersie

Verpakking

  • Speciale kleuren: 12,5 l

Kleur

Muresko CoolProtect wordt af fabriek op kleur gebracht. De juistheid van de kleur controleren voor gebruik. Op samenhangende ondergronden potten met hetzelfde chargenummer gebruiken. 
Heldere en intensieve kleuren zoals rood, oranje en geel, hebben een matige dekkracht. Voor zulke kleuren wordt aangeraden een grondlaag aan te brengen met Muresko of CapaGrund Universal in een grondkleur volgens het grondkleursysteem van Caparol. De grondlaag kan aangekleurd worden in het systeem ColorExpress.
Een 2e afwerklaag kan noodzakelijk zijn.

kleurstabiliteit conform BFS nr. 26:
Klasse:  B
Groep: 1–3, afhankelijk van de kleur

Glansgraad

Mat, G3

Opslag

Koel, en goed gesloten bewaren.

Technische eigenschappen

Gegevens conform DIN EN 1062:

Soortelijke massa

ca. 1,5 g/cm3

Grootste korrel

< 100 µm, S1

Drogelaagdikte

100–200 µm, E3

Wateropname

(w-Waarde): ≤ 0,1[kg/(m2· h0,5)] (laag) W3

Waterdampdoorlaatbaarheid (µm waarde)

≥ 0,14 – < 1,4 m (midden), V2

Bij materiaal op kleur kunnen er geringe afwijkingen voorkomen.

Aanvullende producten

Caparol Trocknungsbeschleuniger
Voor een snellere regenvastheid bij lage temperaturen, van 1 °C tot ca. 10 °C., de juiste dosering Caparol Trocknungsbeschleuniger toevoegen. Raadpleeg hierbij het etiket.

Toepassing conform technisch informatieblad nr. 606

binnen 1binnen 2binnen 3buiten 1buiten 2
++
(–) niet geschikt / (○) beperkt geschikt / (+) geschikt

Geschikte ondergronden

De ondergrond moet schoon, droog en vrij zijn van stoffen die de hechting verminderen.

Voorbereiding van de ondergrond

Nieuwe en oude buitengevelisolatiesystemen die intact zijn met oppervlakken van dispersie-, silicaat-, siliconenhars- of kalkcementsierpleister
(drukvastheid minimaal 1,5 N/mm2 conform DIN EN 998-1)
Het gevelisolatiesysteem moet volgens voorschrift zijn aangebracht en een intacte wapeningslaag hebben met een dikte van ≥ 4 mm. Het wapeningsweefsel moet in de buitenste éénderde deel van de wapeningslaag liggen. Aansluitingen moeten regendicht zijn. De sierpleisterlaag moet intact en draagkrachtig zijn. Isolatiesystemen die niet voldoen moeten voor het aanbrengen van de Muresko CoolProtect vakbekwaam worden hersteld.
De sierpleister volgens een geschikte methode reinigen. Bij reinigen met stoomstralen op oude pleisters die intact zijn, is het van belang dat een temperatuur van 60°C en een druk van  max. 60 bar niet te overschrijden. Na het reinigen voldoende droogtijd aanhouden. Voordat de Muresko CoolProtect wordt aangebracht de onderstaande werkwijze, afhankelijk van de soort ondergrond, aanhouden.

Bij gevelisolatiesystemen moet een TSR-waarde van ≥ 25 %, bij cellenbeton-gevelelementen met intacte verflagen ≥ 30 % en bij alle goed isolerende materialen volgens (HBW/TSR) van de desbetreffende fabrikant worden aangehouden.

Minerale pleisterlagen
(drukvastheid minimaal 1,5 N/mm2 conform EN 998-1) 
Nieuwe pleisterlagen voldoende laten drogen, meestal 2 weken bij 20°C en 65% RL. Bij
ongunstig weer een langere droogtijd aanhouden. Door voor te strijken met CapaGrund Universal verminderd het risico van kalkuitbloeiïngen en kan veelal geschilderd worden na 7 dagen wachten .
Bij oude pleisterlagen moeten reparaties voldoende afgebonden en droog zijn. Op grof poreuze, zuigende en matig zandende pleisterlagen een voorstrijklaag aanbrengen met OptiGrund. Op sterk zandende, murwe pleisterlagen een voorstrijklaag aanbrengen met Dupa-grund of bij gevelisolatiesystemen met polystyreen-isolatieplaten met AmphiSilan Putzfestiger.

Oude silicaatverf en -pleisterlagen:

Goed hechtende lagen mechanisch of door hogedruk waterstralen reinigen. Een grondlaag aanbrengen met CapaGrund Universal.
Niet goed hechtende, verweerde lagen verwijderen door afsteken, afslijpen of afkrabben. Het oppervlak stofvrij maken. Een voorstrijklaag aanbrengen met AmphiSilan-Putzfestiger.

Cellenbeton met goed hechtende verflagen:
Intacte verflagen reinigen. Een grondlaag aanbrengen met CapaGrund Universal.
Bij niet intacte cellenbetonafwerkingen speciaal advies aanvragen bij DAW Belgium.

Goed hechtende dispersie- en siliconenharsverflagen:
Vuile, krijtende verflagen reinigen door hogedruk stoomstralen. Na voldoende drogen de ondergrond testen:
Gering zuigend:
Voorstrijken met CapaGrund Universal, verdund met max 3 % water.
Matig tot sterk zuigend:
Voorstrijken met Caparol AmphiSilan Tiefgrund, onverdund.
Poederend en krijtend:
Voorstrijken met AmphiSilan Putzfestiger of Dupa-Grund.

Goed hechtende dispersie- of siliconenhars-sierpleisters: 

Oude sierpleisterlagen met geschikte methode reinigen. Bij nat reinigen de ondergrond voldoende laten drogen.Niet goed hechtende, minerale verflagen:
De lagen geheel verwijderen door afsteken, afslijpen of afkrabben. Het oppervlak reinigen door hogedruk stoomstralen. De ondergrond voldoende laten drogen. Een voorstrijklaag aanbrengen met Dupa-grund of bij gevelisolatiesystemen met polystyreen-isolatieplaten met AmphiSilan Putzfestiger.

Niet goed hechtende dispersieverf- of -sierpleisterlagen:
Oude lagen geheel verwijderen en de ondergrond goed laten drogen.
Op zwak zuigende en/of gladde ondergronden een grondlaag aanbrengen met CapaGrund Universal. Poederende, zanderige of zuigende oppervlakken voorstrijken met Dupa-grund of bij gevelisolatiesystemen met polystyreen-isolatieplaten met AmphiSilan Putzfestiger.

Door industriegassen of ijzerzouten aangetaste oppervlakken:
Schilderen met watervrije muurverf Duparol (niet op gevelisolatiesystemen).

Pleister of beton met scheuren:
Schilderen met PermaSilan of Cap-elast.

Oppervlakken met zoutuitbloeiingen:
Zoutuitbloeiingen verwijderen door afborstelen. Voorstrijken met Dupa-grund of bij gevelisolatiesystemen met polystyreen-isolatieplaten met AmphiSilan Putzfestiger.
Bij het schilderen van oppervlakken met zoutuitbloeiingen wordt geen garantie gegeven voor een duurzame hechting of voor het wegblijven van zoutuitbloeiingen.

Reparaties:
Kleine oneffenheden in de ondergrond uitvlakken met Caparol Fassaden-Feinspachtel. Gaten tot 20 mm repareren met Histolith Renovierspachtel. De gerepareerde delen voorstrijken.

Verwerkingsmethode

Aanbrengen met kwast of verfroller.

Opbouw van het verfsysteem

Indien mos- en/of algenaangroei op de ondergrond aanwezig is deze conform de voorschriften
behandelen met een wettelijk toegelaten mos-en algendodend preparaat.

Grond- en/of tussenlaag
Muresko CoolProtect verdunnen met maximaal 10% water. Door aan de Muresko CoolProtect max. 10 % AmphiSilan-Tiefgrund toe te voegen is een extra grondlaag meestal niet nodig.

Afwerklaag
Muresko CoolProtect verdunnen met maximaal 5% water.

Om de structuur te behouden op ruw pleisterwerk de grondlaag verdunnen met max. 15-20% en de
afwerklaag verdunnen met maximaal 10% water.

Verbruik

Ca. 200 ml/m2 per laag op een gladde ondergrond. Op ruwe oppervlakken naar verhouding meer.

Voor een optimale bescherming zijn twee verflagen noodzakelijk met een totaal verbruik van minimaal
400 ml/m2 met een drogelaagdikte van minimaal 200 µm. Elke verflaag extra verhoogt het verbruik met
min. 200 ml/m2 en de laagdikte met ca. 100 µm.

Nauwkeurig verbruik vaststellen door een proef op het object.

Verwerkingsomstandigheden

Minimaal 5 °C voor ondergrond en omgeving tijdens verwerking en droogfase.

Droogtijd

Bij 20 °C en 65% relatieve luchtvochtigheid over te schilderen na 4-6 uur. Volledig droog en te
belasten na ca. 3 dagen.
Lagere temperaturen en hogere luchtvochtigheid verlengen de droogtijd.

Reinigen gereedschap

Gereedschap direct na gebruik reinigen met water.

Attentie

Om aanzetten op grote oppervlakken te voorkomen met voldoende personeel nat-in-nat zonder onderbreking doorwerken en in één richting narollen. Niet geschikt op horizontale oppervlakken waarop water blijft staan.

Op geveloppervlakken die extra worden belast door vocht is een verhoogd risico van aangroei van micro-organismen.

Bij donkere kleuren kan door mechanische belasting (krassen) lichte strepen, zgn. "schrijfeffect” ontstaan. Dit komt voor bij alle matte muurverven.

Bij gladde, koele ondergronden of bij een trage droging van de verflaag door weersomstandigheden kunnen door vochtbelasting (regen, dauw, mist) bepaalde hulpstoffen uit de verflaag naar de oppervlakte komen in de vorm van geelachtige, transparante, licht glanzende en/of kleverige strepen. Deze strepen zijn in water oplosbaar en zullen bij voldoende water, bijvoorbeeld na enkele flinke regenbuien, vanzelf verdwijnen. De kwaliteit van de verflaag wordt hierdoor niet nadelig beïnvloed.
Moet des ondanks toch direct overgeschilderd worden dan eerst de strepen met veel water
wegwassen en voorstrijken met CapaGrund Universal. Bij verwerking en droging onder normale
omstandigheden komen deze strepen niet voor.

Reparaties kunnen na het schilderen met Muresko CoolProtect zichtbaar blijven.

Bij gevelisolatiesystemen moet een TSR-waarde van ≥ 25 %, bij cellenbeton-gevelelementen met intacte verflagen ≥ 30 % en bij alle goed isolerende materialen volgens (HBW/TSR) van de desbetreffende fabrikant worden aangehouden.

Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)

Uitsluitend bedoeld voor professioneel gebruik.
Bij het inwinnen van medisch advies, de verpakking of het etiket ter beschikking houden.  Buiten het bereik van kinderen houden.

Bevat: 1,2-Benzisothiazol-3(2H)-on, mengsel van 5-chloor-2-methyl-2H-isothiazool-3-on [EC no. 247-500-7] en 2-methyl-2H-isothiazool-3-on [EC no. 220-239-6] (3:1), 2-methyl-2H-isothiazol-3-one. Kan een allergische reactie veroorzaken.

Deze substantie/dit mengsel bevat geen componenten die men kan beschouwen als persistent, bioaccumulatief en toxisch (PBT) of als zeer persistent en zeer bioaccumulatief (vPvB) op niveaus van 0,1% of hoger. Tijdens de verwerking en droogfase voldoende ventileren. Niet eten, drinken of roken tijdens de verwerking van het product. Bij aanraking met de ogen of de huid onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen. Niet in het riool of milieu lozen, naar een erkend afvalinzamelpunt brengen. Gereedschap direct na gebruik met water en zeep reinigen. Bij het schuren moet stoffilter P2 worden gebruikt. Enkel verwerking met de rol of de kwast.

In geval van accidentele indigestie, consulteer het Antigifcentrum 070/245 245.

Afval

Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale regelgeving.

EU-grenswaarde VOS

De grenswaarde van dit type product (cat. A/c) is max. 40 g/l (2010). Dit product bevat max. 40 g/l
VOS.

Inhoudstoffen

Polyacrylaathars / polysiloxaan, titaanwit, calciumcarbonaat, silicaat, water, filmvormers, additieven, conserveerungsmiddel (methylisothiazolinon, benzisothiazolinon), filmbeschermers (octylisothiazolinon, isoproturon, terbutryn, carbendazim)

Technisch advies

Alle in de praktijk voorkomende ondergronden en de behandeling daarvan kunnen niet in dit
technisch informatieblad worden opgenomen. Moeten ondergronden behandeld worden die niet in
deze TI worden vermeld, vraag dan een objectgericht advies aan. Wij adviseren u graag.

Servicecentrum

DAW Belgium bvba
Tél.: (+32) (0)11 60 56 30
Fax: (+32) (0)11 52 56 07
E-mail: info-tech@daw.be
www.caparol.be