Capatect MW-Fassadendämmplatte 151 EXTRA WLZ 035

Onbrandbare gevelisolatieplaat in minerale wol voor het Systeem Carbon Dark
caparol_pim_import/caparol_be/products/image/155241/050273_Fassadendaemmplatte_Miwo_151_Extra_035_Optima.png

Toepassing

Niet brandnare gevelisolatieplaat in minerale wol voor gelijmde en geplugde Capatect gevelisolatiesystemen.

Eigenschappen

  • verzonken plugging mogelijk
  • gering aantal pluggen bij plugging gelijk aan het vlak
  • de witte laag op de kleefzijden maakt een machinale verlijming van de plaat mogelijk op deelvlakken. Een braseerlaag is niet nodig. 
  • klasse A1 (DIN EN 13501-1), niet brandbaar
  • applicatietype WAP
  • de kant met de oranje laag (buiten) dient voor een betere hechting van de wapeningslaag
  • verbeterde geluids- en warmte-isolatie
  • kanten: stomp
  • arbeidsgeneeskundige indeling: vrij conform GefStoffV, ChemVerbotsV en EG-Richtlijn 97/69 (Anm.Q)

Kleur

Bruin-geel, voorkant met oranje laag, achterkant met witte laag.

Opslag

Droog, beschermd tegen vocht, Niet onbeschermd blootstellen aan de weersomstandigheden.

Warmtegeleiding

0,035 W/(m·K) conform DIN 4108-4

Diffusieweerstandsfactor µ (H2O)

µ ≈ 1 conform DIN EN 12086

Drukspanning bij 10% stuik

≥ 20 kPa conform DIN EN 826

Temperatuurbestendigheid

tot 150 °C te gebruiken

Stortgewicht

ca. 120 kg/m3 ±15 %

Smeltpunt

> 1000 °C conform DIN EN 13501

Gecertificeerde keuringscontrole

door FIW München

Afscheursterkte loodrecht op oppervlak

≥ 5 kPa conform DIN EN 1607

Dynamische vastheid

-       Dynamische stijfheid  s' (DIN EN 29052):

-       60-70 mm   12 MN/m³

-       80-90 mm     9 MN/m³

-       100-110 mm 7 MN/m³

-       120 mm        6 MN/m³

-       ≥140 mm      5 MN/m³

stromingsweerstand in lengterichting  r (DIN EN 29053)
30 kPas/m2

Product-nr.

151
Plaatdikte (mm)Capatect MW
Fassadendämmplatte 151 EXTRA WLZ 035
Formaat I
1200 x 400
Prod.-Nr.
Kant: stomp
Verpakking/m2
in krimpfolie
80151/081,44
100151/101,44
120151/120,96
140151/140,96
160151/160,96
180151/180,96
200151/200,96
220151/220,48

Geschikte ondergronden

Nieuwe minerale ondergronden, vaste oude pleisters en draagkrachtige oude verflagen of bekledingen.

Voorbereiding van de ondergrond

De ondergrond moet zuiver, droog en draagkrachtig zijn. Vuil en losse deeltjes die de aanhechting
verminderen (bv. ontkistingsolie) en uitstekende mortelgraten verwijderen. Beschadigde,
afbladderende verflagen en structuurpleisters zo goed mogelijk verwijderen. Holtes in de pleister
openmaken en bijpleisteren zodat het oppervlak weer egaal is. Zuigende, zandende of krijtende
oppervlakken grondig tot op de vaste substantie reinigen en met Sylitol® RapidGrund 111 gronden.

Verbruik

1 m2/m2

Verwerkingsomstandigheden

Verwerkingstemperatuur:
Tijdens de verwerking en de droging mogen de temperaturen van omgeving en ondergrond niet minder dan +5° C en meer dan 30° C bedragen.

Verlijmen van de isolatieplaat

Handmatig verlijmen
De lijm volgens de zogeheten ‘punt/worst’-methode (de rand ongeveer 5 cm breed en 3-6 handpalmgrote dotten lijm in het midden) op het aanhechtingsvlak van de plaat aanbrengen. De lijm dusdanig doseren dat ≥ 40% van het oppervlak wordt bedekt. Een braseerlaag is niet nodig. 

Machinale verwerking (lijm in stroken)
De lijm machinaal in stroken verticaal op de ondergrond spuiten (hechtvlak moet ≥ 50% zijn). De stroken moeten ca. 5 cm breed zijn. De asafstand tussen de stroken mag niet meer zijn dan 10 cm. De isolatieplaat direct in de nog natte lijm schuivend aanbrengen en voorzichtig aandrukken. Om filmvorming van het oppervlak van de lijm te voorkomen, nooit meer lijm aanbrengen dan wat direct met de isolatieplaat kan worden afgedekt.

Machinale verwerking (lijm op totale oppervlak)
De juiste lijm machinaal op de ondergrond spuiten in een laagdikte van max. 10 mm. Aansluitend de laag met een vertande spaan egaal verdelen (de soort vertanding is afhankelijk van de ondergrond). De isolatieplaat direct in de nog natte lijm schuivend aanbrengen en voorzichtig aandrukken. Om filmvorming van het oppervlak van de lijm te voorkomen, nooit meer lijm aanbrengen dan wat direct met de isolatieplaat kan worden afgedekt.

Aanbrengen in 2 lagen
De platen kunnen in 1 laag tot 220 mm en in 2 lagen van 200 tot 340 mm aangebracht worden. Bij het aanbrengen in 2 lagen moeten de platen een isolatiedikte van minimum 100 mm en maximum 200 mm hebben. De voegen van de 2e laag moeten verspringen ten opzichte van de 1e laag volvlakkig verkleven worden op de eerste.


De isolatieplaten in steensverband horizontaal en loodrecht aanbrengen en goed aandrukken. Geen lijm op de zijkant van de plaat aanbrengen. Indien er ruimte tussen de platen ontstaat, ≤ 5 mm, deze opvullen met isolatiestroken of Capatect- Füllsschaum B1. Niveauverschillen tussen de platen onderling moeten voorkomen worden. 

Bij een overgang naar een andere ondergrond of bij voegen moet de isolatieplaat minimaal 10 cm overlappend worden aangebracht.
Pluggen van de isolatieplaten
Uitsluitend in het plaatoppervlak en bij T-voegen de Capatect Dübelscheibe 153/VT 90 gelijk aan het oppervlak aanbrengen. Moet de plug verdiept worden aangebracht dan de Capatect Thermozylinder 154 toepassen. De Capatect Universaldübel 053 kan bij een plaatdikte ≥ 120 mm en ≤ 200 mm ook verzonken worden aangebracht. Gebruik dan wel het speciale snijgereedschap. De pluggen moeten uitsluitend in de plaat worden geplaatst en niet op de randen. Houdt een afstand t.o.v. de rand aan van 15 cm en een onderlinge afstand van 20 cm. 
Bij isolatiediktes groter dan 200 mm is pluggen enkel mogelijk met plugschotels met een diameter van minimum 90 mm.

Meer informatie over de verplugging van de platen vindt u op de aparte technische fiches.

De verlijmde isolatieplaat tegen vocht beschermen en direct voorzien van de wapeningslaag.

Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)

Als er stof vrij komt beschermende kledij (stofdicht) en een stofmasker P1 dragen. Bij mechanische belasting (zagen, boren, schuren, frezen) en bij werken boven het hoofd een beschermbril dragen.

Afval

Afval kan vermeden worden door zorgzaam te snijden en te hergebruiken. Restafval kan gestort worden op de afdeling isolatiematieraal van het containerpark EAK 170604.

Toelating

Z-33.43-132
Z-33.49-1071

Servicecentrum

DAW Belgium bvba
Tél.: (+32) (0)11 60 56 30
Fax: (+32) (0)11 52 56 07
E-mail: info-tech@daw.be
www.caparol.be

Technische informatie