Capatect Perimeterdämmplatte 113

Gevelisolatieplaat van geëxpandeerd polystyreen (EPS) volgens DIN EN 13163 voor het isoleren van muren van basements.
caparol_pim_import/caparol_be/products/image/116190/041687_CT_113_Perimeter_Sockel_Daemmplatte.png

Toepassing

Capatect Perimeterdämmplatten 113 worden toegepast als isolatie op basements (onder en boven het maaiveld) welke door waterindringing W1.1-E en W1.2-E volgens DIN 18533-1 (voldoet ook aan DIN 18195-4) en spatwater (W4-E) worden belast.

Toe te passen tot 3 meter onder het maaiveld.

Bij aangelegde bindigen of gelaagde vloeren waarop stuw- of laagwater kan optreden, moet een drainage conform DIN 4095 voorzien worden.

Niet toepassen bij capillair grondwater en bij drukkend water.

De moment belasting van het verkeer van meer dan 5 kN/m2 van het aangrenzend gebied moet op een afstand van minstens 3 meter ten opzichte van het gevelisolatiesysteem worden gehouden.

Aan de sokkel worden de Capatect Perimeterdämmplatten 113 gebruikt voor isolatie von muren die in aanraking komen met de aarde onder het maaiverld binnen de Capatect gevelisolatiesystemen.

Bij afwijkende gevallen om advies vragen!

Eigenschappen

  • type: EPS 035 PW volgens DIN 4108-10
  • gemeten warmtegeleiding 0,035 W/mK bij basements onder het maaiveld met waterinwerking W4-E
  • gemeten warmtegeleiding 0,036 W/mK onder het maaiveld met waterinwerking  W1.1-E en W1.2-E (voldoet in voorkomende gevallen aan DIN 18195-4)
  • goedgekeurd voor toepassing van 60 tot 300 mm onder het maaiveld
  • moeilijk brandbaar volgens DIN 4102-1
  • kwaliteitscontrole vogens DIN EN 13163
  • vormvast en krimpvrij
  • waterdicht
  • bevat geen FCKW, HFCKW, HFKW, HBCD
  • de volgende pleisterlaag hecht goed door gestructureerd oppervlak aan weerszijden 

Kleur

grijs, oppervlak geruwd

Opslag

Droog, tegen vocht en UV-licht beschermen. Niet onafgedekt buiten laten staan.

Warmtegeleiding

Gemeten waarde warmtegeleiding λ ingebouwd volgens de toelating:
0,032 W/(mK) tegen de buitenlucht (sokkel)
0,036 W/(mK) onder het maaiveld (perimeter)

Diffusieweerstandsfactor µ (H2O)

40/100 conform DIN EN 12086

Drukspanning bij 10% stuik

≥ 150 kPa

Stortgewicht

≤ 30 kg/m³

Brandweerstand

Klasse E conform DIN EN 13501-1

Bouwstofklasse

B1 conform DIN 4102-1

Capillaire wateropname

≤ 3 Vol. % conform DIN EN 12087 bij langdurige en totale onderdompeling in water

Product-nr.

113Formaat: 1.000 x 500 mm
Kantenvorm: stomp
60-300 mm perimeter-isolatieplaten Type PW
20-50 mm, 300-400mm sokkel-isolatieplaten

Diktes : zie actueel leverprogramma

Het te isoleren gebouw moet voor het aanbrengen van de Capatect Perimeterdämmplatten 113 voldoen de afdichtingseisen volgens DIN 18533-1 (ook DIN 18195-4) De ondergrond moet absoluut waterdicht zijn.

Beschadigde platen mogen niet verwerkt worden.

Niet afgewerkte isolatieplaten tegen vocht beschermen. Zo snel mogelijk de plaat afwerken met de wapeningspleister of met geschikt vulgrond afdekken.

Is er bij het vullen van de bouwput kans op beschadiging van de Capatect Perimeterdämmplatten 113 dan moeten afdoende beschermende maatregelen worden getroffen.

Door geschikte maatregelen moet gegarandeerd worden dat achter de isolatielaag geen water (bijv over de grond vloeiend of van de gevel aflopend hemelwater) kan lopen.

Een afscheiding tussen het basement en de gevelisolatie kan het beste worden uitgevoerd door een iets dikkere isolatieplaat/sokkellijst toe te passen.

Een overgang gelijk aan het geveloppervlak is ook mogelijk.

Bij isolatie onder het maaiveld moet tot ca. 5 cm boven het maaiveld een waterdichte afwerking worden aangebracht.
Eventuele aanwezige bouwdilataties moeten in het gevelisolatiesysteem worden overgenomen.

Voorbereiding van de ondergrond

De ondergrond moet draagkrachtig, schoon, droog en vrij zijn van stoffen die de hechting verminderen. Als ze gebruikt worden in de perimeterzone, moet er een afdichting voorzien zijn.

Ondergrond eventueel volgens verwerkingsvoorschriften voorbehandelen met de voor de toepassing geschikte lijm.

Verbruik

1 m2/m2

Aanbrengen isolatieplaat

De isolatieplaten in halfsteensverband aanbrengen. De platen moeten dicht tegen elkaar, zonder naad, worden aangebracht. Kruisvoegen mogen niet voorkomen. Op hoeken de isolatieplaat vertand aanbrengen en goed aandrukken.

De isolatieplaten verlijmen met een geschikte Capatectlijm. Raagpleeg het technisch Informatieblad van het betreffende product.

Geen lijm op de zijkanten van de isolatieplaat aanbrengen.

Bij toepassing als Perimeterdämmplatte (toepassing onder het maaiveld) mag de isolatieplaat niet kunnen verschuiven. Lijm aanbrengen uitsluitend in dotten is dan toegestaan. Bij bitumenafdichting is verlijmen met bijv. Capatect Klebe- und Dichtungsmasse 114

Geen dikke lijmlagen toepassen om oneffenheden is het oppervlak van de isolatieplaten te voorkomen.

Afhankelijk van de soort ondergrond de bij het systeem behorende lijm op de isolatieplaat aanbrengen in de zogenaamde punt-worstmethode. Minimaal 40 % van het plaatoppervlak moet bedekt zijn met lijm. Op zeer gladde ondergronden kan de lijm ook met een getande spaan worden aangebracht. Deze methode toepassen tot ca. 30 cm onder het maaiveld.

Een zichtbare overgang door verschillende methodes van verlijming moet voorkomen worden.  

De stootvoeg van de isolatieplaat mag niet gelijk liggen met de aansluitingsnaad van twee verschillende ondergronden. De plaatnaad moet minimaal 10 cm overbruggend worden aangebracht en moet aan beide zijde van de ondergrond zijn voorzien van lijm.

Bij overgangen naar een ander ondergrond of bij voegen moet de isolatieplaat minimaal 10 cm overlappend worden aangebracht.

Indien er ruimte tussen de platen ontstaat < 0,5 cm deze opvullen met Capatect-Füllschaum B1. Bredere voegen met stroken isolatieplaat afdichten.

Het is aan te bevelen om een duidelijke afscheiding te maken tussen de basement-isolatie en de gevelisolatie middels een klein niveauverschil. Indien gewenst kan de isolatiedikte gelijk blijven.

Breng de Perimeter-isolatie aan tot op de fundering om zo een koudebrug te voorkomen. Neem passende maatregelen om een overvloed aan water goed te kunnen afvoeren, bijvoorbeeld door middel van een drainagesysteem.

Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)

Uitsluitend bedoeld voor professioneel gebruik.

Afval

Materiaalresten en verpakking afvoeren volgens de lokale regelgeving.

Servicecentrum

DAW Belgium bvba
Tél.: (+32) (0)11 60 56 30
Fax: (+32) (0)11 52 56 07
E-mail: info-tech@daw.be
www.caparol.be

Technische informatie