Capatect PS-Fassadendämmplatte 600

Gevelisolatieplaten van geëxpandeerd polystyreenschuim,
type EPS 040 WDV volgens DIN EN 13163

Toepassing

Gevelisolatieplaten voor de Capatect-WDV-Systemen B. Te bevestigen door middel van lijm, indien noodzakelijk in combinatie met pluggen.

Eigenschappen

  • brandklasse B-s2,d0 , conform DIN EN 13501 en DIN 4102
  • type EPS 040 WDV
  • kwaliteitscontrole BFA QS
  • druipt niet bij brand
  • vormvast
  • krimpvrij
  • zeer lange levensduur
  • vrij van giftige stoffen
  • bevat geen cfk, hfckw, hfkw en formaldehyde
  • eenvoudig te verwerken

Kleur

Wit

Opslag

Droog opslaan.
Tegen vocht en UV-stralen beschermen.

Warmtegeleiding

0,040 W/(m·K)

Diffusieweerstandsfactor µ (H2O)

µ = 20/50 conform DIN EN 12086

Treksterkte

ca. 100 kPa conform DIN EN 1607

Schuifsterkte

ca. 100 kPa conform DIN EN 12 090

Stortgewicht

15–20 kg/m3 conform DIN EN 1602

Irreversibele lengteverandering

≤ 0,15 %

Geschikte ondergronden

Minerale ondergronden, goed hechtende pleister- en verflagen, cementgebonden vezelplaten en andere draagkrachtige, gladde ondergronden.

Voorbereiding van de ondergrond

De ondergrond moet draagkrachtig, schoon, droog en en vrij van stoffen die de hechting verminderen .
Slecht hechtende en bladderende verflagen en structuurpleisters verwijderen. Losse delen verwijderen en holtes openhakken en repareren. Sterk zuigende en zanderige ondergronden tot op de vaste ondergrond schoonmaken en met Sylitol- Konzentrat 111 voorstrijken.

Verwerkingsmethode

Handmatig aanbrengen van de lijmlaag
De lijm volgens de zogeheten ‘punt/worst’- methode (de rand ongeveer 5 cm breed en 3 handpalmgrote dotten lijm in het midden) op het aanhechtingsvlak van de plaat aanbrengen. De lijm dusdanig aanbrengen dat 40% of meer van het oppervlak wordt bedekt. Bij afwerking met Ceratherm moet het lijmoppervlak op de ondergrond >60% zijn. Op gladde, egale ondergronden mag de lijmlaag over het gehele plaatoppervlak worden aangebracht. De lijmlaag met een getande spaan doorkammen. Het lijmverbruik is afhankelijk van de ondergrond. Oneffenheden tot ca. 1 cm kunnen met lijm worden weggewerkt. Bij het lijmen met Capatect-Rollkleber 615 moet de ondergrond absoluut vlak zijn en lijm met de getande spaan of roller over het gehele oppervlak worden aangebracht.

Machinaal aanbrengen van de lijmlaag
Met de tot het systeem behorende lijm en geschikte spuitmachine op de ondergrond horizontaal worststrepen lijm spuiten (lijmcontact moet ≥60% zijn). De worststreep lijm moet ca. 6,0 cm breed zijn en minimaal 10 mm dik. De asafstand tussen de worststrepen mag niet meer zijn dan 10 cm. De isolatieplaat direct in de nog natte lijmlaag aanbrengen door schuiven en goed aandrukken. Er mag geen droge laag gevormd zijn op de lijmlaag.

De isolatieplaten in steensverband horizontaal en loodrecht aanbrengen en goed aandrukken. Geen lijm op de zijkant van de plaat aanbrengen. Indien er ruimte tussen de platen ontstaat, maximaal 0,5 cm breed, deze opvullen met Capatect-Füllsschaum B1.
Niveauverschillen tussen de platen onderling moeten voorkomen worden. Eventueel aanwezige oneffenheden van de polystyreenplaten wegschuren. Schuurstof verwijderen.
Bij een overgang naar een andere ondergrond of bij voegen moet de isolatieplaat minimaal 10 cm overlappend worden aangebracht.

Zie voor verdere informatie over het lijmen van en het bevestigen met pluggen van isolatieplaten de Technische Informatie.

Verbruik

1 m2/m2

Verwerkingsomstandigheden

Tijdens verwerken en drogen mag de temperatuur niet lager dan 5 °C en hoger dab 30 °C zijn. Capatect-gevelisolatieplaten mogen niet voor langere tijd onbehandeld blijven. Door UV-licht ontstaat vergeling aan het oppervlak. Eventuele vergeling door schuren verwijderen. De platen mogen niet in contact komen met oplosmiddelen.

Isoleren passiefhuis

Bij het isoleren van Passivhäusern worden veelal plaatdikten vanaf 300 mm  toegepast. Voor de hoeken zijn speciaal voorgevormde hoekelementen te leveren. De hoekelementen eerst verlijmen op de juiste hoogte, vervolgens de geveldelen isoleren. Gebruik hiervoor een richtlijn van hoek tot hoek.

Wordt gestart zonder ondersteuning, dan de eerste rij platen mechanisch verankeren.

Afval

Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale regelgeving.

Logo: Ü-symbool

Z-33.41-130
Z-33.47-859
Z-33.46-1091
Z-33.84-995
Z-33.49-1071
Z-33.84-1018
ETA-07/0184
ETA-10/0160