Capatect MW_Fassadendämmplatte 102 Coverrock II

Niet-brandbare mineraal wol gevelisolatieplaat

Toepassing

Niet-brandbare gevelisolatieplaat voor gelijmde en geplugde Capatect gevelisolatiesystemen.

Eigenschappen

  • aan beide ziijden wit gegrondeerd
  • de witte hechtlaag maakt het machinale kleven van de plaat mogelijk op deelvlakken
  • brandgedrag A1 (EN 13501-1), niet brandbaar
  • toepassingsgebied ETICS
  • kanten: stomp
  • arbeidsgeneeskundige classificatie: vrij van gevaarlijke stoffen volgens GefStoffV, ChemVerbotsV en de EG-richtlijn 97/69 (Anm.Q)

Kleur

Isolatielaag: bruin-geel,
Hechtlaag: voor- en achterkant wit; voorkant is gemarkeerd

Opslag

Droog, beschermd tegen vocht opslaan. Niet onbeschermd blootstellen aan de weersomstandigheden.

Soortelijke massa

ca. 95-125 kg/m3 ±15 %

Warmtegeleiding

0,034 W/(m·K) conform EN 13162

Diffusieweerstandsfactor µ (H2O)

µ ≈ 1 conform EN 12086

Drukspanning bij 10% stuik

≥ 5 kPa conform EN 826

Temperatuurbestendigheid

tot 150 °C bruikbaar

Smeltpunt

> 1000 °C conform EN 13501

Gecertificeerde keuringscontrole

door  FIW München

Afscheursterkte loodrecht op oppervlak

≥ 5 kPa conform EN 1607

Product-nr.

102

Geschikte ondergronden

Nieuwe minerale ondergronden, vaste oude pleisters en draagkrachtige oude verflagen of bekledingen.

Voorbereiding van de ondergrond

De ondergrond moet zuiver, droog en draagkrachtig zijn. Vuil en losse deeltjes die de aanhechting verminderen (bv. ontkistingsolie) en uitstekende mortelgraten verwijderen. Beschadigde, afbladderende verflagen en structuurpleisters zo goed mogelijk verwijderen. Holtes in de pleister openmaken en bijpleisteren zodat het oppervlak weer egaal is. Zuigende, zandende of krijtende oppervlakken grondig tot op de vaste substantie reinigen en met Sylitol-Konzentrat 111 gronden.

Verbruik

1 m2/m2

Verwerkingsomstandigheden

Verwerkingstemperatuur:
Tijdens de verwerking en de droging mogen de temperaturen van omgeving en ondergrond niet minder dan +5° C en meer dan 30° C bedragen.

Verlijmen van de isolatieplaat

Handmatig verlijmen
De lijm volgens de zogeheten ‘punt/worst’-methode (de rand ongeveer 5 cm breed en 3-6 handpalmgrote dotten lijm in het midden) op het aanhechtingsvlak van de plaat aanbrengen. De lijm dusdanig doseren dat ≥ 40% van het oppervlak wordt bedekt. Een braseerlaag is niet nodig.

Machinale verwerking (lijm in stroken)
De lijm machinaal in stroken verticaal op de ondergrond spuiten (hechtvlak moet ≥ 50% zijn). De stroken moeten ca. 5 cm breed zijn. De asafstand tussen de stroken mag niet meer zijn dan 10 cm. De isolatieplaat direct in de nog natte lijm schuivend aanbrengen en voorzichtig aandrukken. Om filmvorming van het oppervlak van de lijm te voorkomen, nooit meer lijm aanbrengen dan wat direct met de isolatieplaat kan worden afgedekt..

Machinale verwerking (lijm op totale oppervlak)
De juiste lijm machinaal op de ondergrond spuiten in een laagdikte van max. 10 mm. Aansluitend de laag met een vertande spaan egaal verdelen (de soort vertanding is afhankelijk van de ondergrond). De isolatieplaat direct is de nog natte lijm schuivend aanbrengen en voorzichtig aandrukken. Om aandrogen van de lijm te voorkomen nooit meer lijm aanbrengen dan wat direct met de isolatieplaat kan worden afgedekt.  De isolatieplaten in steensverband horizontaal en loodrecht aanbrengen en goed aandrukken. Geen lijm op de zijkant van de plaat aanbrengen. Indien er ruimte tussen de platen ontstaat, ≤ 5 mm, deze opvullen met isolatiestroken of Capatect- Füllsschaum B1. Niveauverschillen tussen de platen onderling moeten voorkomen worden. 
Bij een overgang naar een andere ondergrond of bij voegen moet de isolatieplaat minimaal 10 cm overlappend worden aangebracht.

Pluggen van de isolatieplaten

Uitsluitend in het plaatoppervlak en bij T-voegen de Capatect Dübelscheibe 153/VT 90 gelijk aan het oppervlak aanbrengen. Moet de plug verdiept worden aangebracht dan de Capatect Thermozylinder 154 toepassen. De Capatect Universaldübel 053 kan bij een plaatdikte ≥ 120 mm ook verdiept worden aangebracht. Gebruik dan wel het speciale snijgereedschap. De pluggen moeten uitsluitend in de plaat worden geplaatst en niet op de randen. Houdt een afstand t.o.v. de rand aan van 15 cm en een onderlinge afstand van 20 cm. 

Meer informatie over de verplugging van de platen vindt u op de aparte technische fiches.
De verlijmde isolatieplaat tegen vocht beschermen en direct voorzien van de wapeningslaag.

Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)

Als er stof vrij komt beschermende kledij (stofdicht) en een stofmasker P1 dragen. Bij mechanische belasting (zagen, boren, schuren, frezen) en bij werken boven het hoofd een beschermbril dragen.

Afval

Afval kan vermeden worden door zorgzaam te snijden en te hergebruiken. Restafval kan gestort worden op de afdeling isolatiematieraal van het containerpark EAK 170604.

Toelating

Z-33.43-132
Z-33.49-1071

Servicecentrum

DAW Belgium bvba
Tél.: (+32) (0)11 60 56 30
Fax: (+32) (0)11 52 56 07
E-mail: info-tech@daw.be
www.caparol.be