Capatect MW-Montage-Isolatieplaten 150

Gevelisolatieplaten van minerale wol volgens DIN EN 13162, gebruikstype WAP-zh, voor de montage met rails

Toepassing

Onbrandbare gevelisolatieplaten met omlopende groef voor Capatect-WDVS A met railmontage.

Eigenschappen

  • onbehandeld
  • brandklasse A1 (DIN 4102 / DIN EN 13501)
  • gebruikstype WAP-zh
  • waterwerend, gehydrofobeerd
  • vormvast
  • bestand tegen veroudering
  • geen verrotting
  • kanten: stomp, met omlopende groef
  • arbeidsgeneeskundige indeling: veilig volgens GefStoffV, TRGS 905 en EG-richtlijn 97/69 (Anm.Q)

Kleur

Bruin - geel

Opslag

Droog, beschermd tegen vocht. Niet blootstellen aan slechte weersomstandigheden.

Warmtegeleiding

0,040 [W/(m · K)] volgens DIN 4108

Diffusieweerstandsfactor µH2O

µ ≈ 1 volgens DIN EN 12086

Drukspanning bij 10% stuik

≥ 40 kPa volgens DIN EN 826

Schuifsterkte

≥ 20 kPa volgens DIN EN 12090

Temperatuurbestendigheid

tot 150 °C bruikbaar

Stortgewicht

ca. 130 kg/m3 ±15 %

Smeltpunt

> 1000 °C

Gecertificeerde keuringscontrole

door FIW München.

Treksterkte

Trekvastheid loodrecht op het plaatoppervlak:
≥ 14 kPa volgens DIN EN 1607

Aanvullende producten

  • Capatect-Halteleisten 632/01 van aluminium voor horizontale voegen tussen de platen en voor de bevestiging van gesneden stukken.
  • Capatect-Verbindungsstücke 633/01 van aluminium voor loodrechte voegen.
  • Capatect-Universal-Montage-Schraubdübel 617
  • Capatect-Universal-Montage-Schlagdübel 613
    Voor de bevestiging van de Capatect-Halteleisten. Het type pluggen is afhankelijk van de verankeringsbodem.
    Voor de bijkomende bevestiging van de Capatect-MW-Montagedämmplatten. Het type pluggen is afhankelijk van de verankeringsbodem.
  • Capatect-Distanzstücke-Set 634/50 Onder de rails plaatsen bij ongelijke wanden. 
  • Verpakking: karton met 400 stuks, gesorteerd
    190 stuks, d = 3 mm
    190 stuks, d = 5 mm
    20 stuks, d = 10 mm

Product-nr.

150

Geschikte ondergronden

Minerale ondergronden, oude pleisters en oude verflagen.

Ook op een voor lijmen onvoldoende draagkrachtige ondergrond kan met de rails gewerkt worden.

Voorbereiding van de ondergrond

Het bouwmateriaal moet voor de plaatsing van de pluggen voldoende stevig zijn. Metselwerk, beton of oude pleisters moeten droog zijn.
Uitstekende mortelbramen zodanig verwijderen, dat de montage van de lijsten en de isolatieplaten niet belemmerd wordt. Grotere holtes in de pleister opbreken en bijpleisteren (egaal oppervlak). Oneffenheden tot 3 cm kunnen door het plaatsen van Capatect-Distanzstücken geëffend worden.

Verbruik

1 m2/m2

Aanbrengen isolatieplaat

Eerst worden op sokkelhoogte de Capatect-Sockelschiene aangebracht. De lijmmassa die bij het systeem hoort in het midden van de plaat als 10 cm brede strook of in de vorm van 2 hoopjes (diameter 20–25 cm = ca. 20 % van het oppervlak) op de achterzijde van de plaat aanbrengen. Om de hechting te garanderen de lijmmassa als hechtbrug dun aanbrengen.

De eerste rij isolatieplaten wordt in de lijsten geplaatst en op de achterzijde met een lijmstrook ondersteund. In de verticale groef van de isolatieplaten moeten de Capatect-Verbindungsstücke 633/01 geplaatst worden.

Na de eerste rij platen moeten de Capatect-Halteleisten 632/01 in de horizontale groef geplaatst worden en om de 30 cm met toegelaten pluggen Capatect-Universal-Montage-Schraubdübeln of Capatect-Universal-Montage-Schlagdübeln bevestigd worden. De volgende rij isolatieplaten kan dan in verband geplaatst worden met de profiellijsten en de verbindingsstukken, van onder naar boven goed laten aansluiten.

Let op een loodrechte, waterpas montage. De profiellijsten mogen niet worden vervormd. Ondergrondtoleranties moeten, indien nodig, met de Capatect-Distanzstücken geëffend worden. De profiellijsten moeten onderling een open stootvoeg van 2–3 mm vertonen. De voegen tussen de isolatieplaten moeten absoluut dicht zijn en heel precies uitgevoerd worden. Eventueel ontstane voegen ≤ 5 mm met Capatect-Füllschaum B1, grotere voegen met stukken isolatiemateriaal opvullen.


Bij passend gesneden platen bv. onder vensterbanken en vooruitstekende daken moet de groef naderhand met de schaaf ingesneden worden en de profiellijst moet eventueel ook voor de loodrechte stootvoegen gebruikt worden. Bij aanpassingswerken, bv. aan venster- en deurkozijnen en kanten, moeten de platen, zo nodig, gewoon met de bij het systeem horende massa gekleefd worden.

Voor verdere informatie over verplugging het WDVS-handboek respecteren. Op het gevelvlak verlijmde isolatieplaten tegen vocht beschermen en op korte termijn met wapeningsmassa afdekken.

Afval vermijden door zorgvuldig te snijden en hergebruik. Kleine materiaalresten aan de afdeling voor isolatiemateriaal aanbieden.