• facebook
  • youtube

Capatect Armareno 700

Minerale poedermortel voor het lijmen van isolatieplaten, als wapeningspleister en het renoveren van wapeningspleisters.

    Toepassing

    Kwalitatief uitstekende "allround”-mortel, te gebruiken als:
    * lijm voor isolatieplaten bij de Capatect-ystemen
    * wapeningspleister (grondpleister) bij de Capatect-systemen
    * renovatiemortel van oude, draagkrachtige pleisterlagen
    * hechtmortel (dunne laag), voor bijv. glad beton en diverse plaatmaterialen
    * glad te vilten pleister (niet op basement met spatwater).

    Eigenschappen

    • poedermortel op minerale basis
    • niet brandbaar resp. moeilijk brandbaar afhankelijk van het isolatiesysteem
    • weerbestendig
    • waterwerend volgens DIN EN 1067
    • zeer waterdampdoorlatend
    • extreem spanningsarm door toevoeging van vezels
    • gemakkelijk te verwerken, zowel handmatig als machinaal
    • zeer goede silo- en machinedoorgang
    • laag blijft goed staan, krimpt nauwelijks
    • lange verwerkingstijd
    • met toevoegingen ter verbetering van de hydrofobering, verwerking en hechting

    Verpakking

    25 kg, 800 kg OneWay-container en 1000 kg BigBag.

    Kleur

    Wit.

    Opslag

    Koel, droog en vorstvrij.
    Als cement en kalkhoudende producten tegen vocht en direct zonlicht beschermen. Containers tijdens langere pauzes (winterstop) geheel legen. In originele, gesloten verpakking ca. 12 maanden te bewaren.

    Soortelijke massa

    ca. 1,5 kg/dm3

    Warmtegeleiding

    0,78 W/m•K

    Diffusie-equivalente luchtlaag Sd

    ca. 0,05 m conform DIN EN 7783 – bij opgegeven laagdikte.

    Drukvastheid

    5,3 N/mm2

    Wateropnamecoëfficiënt

    ≤ 0,1 kg/(m2 · h0,5) conform DIN EN 1062 – klasse W3 (laag)

    Hechttreksterkte op polystyreenplaat

    ≥ 0,08 N/mm2

    Product-nr.

    700

    Geschikte ondergronden

    De ondergrond moet effen, zuiver, droog, vast, draagkrachtig en vrij van losse substanties zijn.

    Niet draagkrachtige lak-, dispersie en minerale verflagen, alsook sierpleisterslagen volledig verwijderen. Goed hechtende verflagen droog of nat reinigen.

    Oppervlakken met schimmel, mos of algen behandelen met een mos en algen dodend product volgens de verwerkingsvoorschriften, en indien nodig (voorafgaandelijk) reinigen met water onder hoge druk.

    Vervuilde oppervlakken (stof, uitlaatgassen,...) reinigen met water onder hoge druk en/of andere reinigingsmethoden.

    De ondergrond moet vorstvrij zijn.

    Voorbereiding van de ondergrond

    Vensterbanken en dergelijke afplakken. Glas, keramiek, natuursteen, gelakte en geëloxeerde vlakken zorgvuldig afdekken.

    Het lijmen van de isolatieplaten:
    De ondergrond moet draagkrachtig zijn en de volgens het systeem vereiste hechttreksterkte hebben. Bij oude verflagen de hechting testen en altijd pluggen aanbrengen.

    Wapeningspleister:
    Aanwezige uitvullingen en ongelijkmatigheden van de polystyreen-isolatieplaten glad schuren en stofvrij maken.

    Renovatiemortel:
    Minerale pleisters reinigen. Licht zandend oppervlak reinigen en voorstrijken met Sylitol-Konzentrat 111.
    Oude, goed hechtende en niet krijtende verflagen reinigen, bijvoorbeeld door hogedruk-waterstralen.
    Oude, niet goed hechtende verflagen geheel verwijderen. Vlakken met scheuren kunnen uitsluitend behandeld worden wanneer er geenscheurbewegingen meer aanwezig is.

    Hechmortel (dunne laag):
    Betonnen oppervlakken reinigen. Bij plaatmaterialen de losse delen verwijderen en stofvrij maken.

    Verwerkingsmethode

    Het lijmen van de isolatieplaten
    Polystyreen- en minerale wolplaten:
    De lijm volgens de zogeheten ‘punt/worst’- methode (de rand ongeveer 5 cm breed en 3 handpalmgrote dotten lijm in het midden) op het aanhechtingsvlak van de plaat aanbrengen. Het lijmcontact met het oppervlak moet meer zijn dan 40%. Bij minerale wolplaten de mortel eerst dun op het hechtvlaak aanbrengen scherp afmessen.

    Lamellen minerale wolplaten:
    Lijm over gehele oppervlak:
    De lijm met een getande plekspaan op het hechtvlak van de plaat aan brengen en direct op de ondergrond verlijmen. De grofte van vertanding is afhankelijk van de soort ondergrond.

    Lijm op gedeelte van het oppervlak:
    De lijm machinaal op de ondergrond in wormvormige, verticale strepen aanbrengen (lijmoppervlak >50%). De lijmstrepen moeten ca. 5 cm breed en in het midden minstens 10 mm dik zijn. De as-afstand mag niet meer dan 10 cm bedragen. De isolatieplaten moeten onmiddellijk in het verse lijmbed gedrukt worden.

    Oneffenheden tot ca. 1 cm kunnen met lijm worden weggewerkt. De isolatieplaten in halfsteensverband horizontaal en loodrecht aanbrengen en goed aandrukken. Geen lijm op de zijkant van de plaat aanbrengen. Na minimaal 48 uur verder werken.

    Wapeningslaag
    Na het aanbrengen van de hoekbescherming, raamaansluitingen en diagonaalweefsel op de hoeken van kozijnen de wapeningspleister op baanbreedte van het wapeningsweefsel op de isolatieplaat aanbrengen en Capatect-Gewebe 650/110 10 cm overlappend inbedden. Daarna nat-in-nat pleisteren, dusdanig dat het weefsel volledig bedekt wordt. De laagdikte bij polystyreenplaten moet ca. 3- 7 mm zijn, bij minerale wolplaten 4-7 mm.

    Niet aanbrengen op de Capatect-MW-Fassadendämmplatte 033

    Renovatiemortel
    Afhankelijk van het object kan de Capatect ArmaReno 700 gebruikt worden voor:
    * plaatselijke reparaties
    * het egaliseren van oude sierpleisters
    * het pleisteren van muren, inbeddenvan weefsel wordt hierbij aanbevolen.
    De verwerking kan zowel handmatig als machinaal.

    Eindpleister
    Afhankelijk van de zuiging van de ondergrond en de weersomstandigheden bij verwerking moet eventueel een grondlaag met Sylitol-Konzentrat 111 aangebracht worden.
    Om een glad oppervlak te krijgen moet Capatect ArmaReno 700 in ca. 2 tot 3 mm laagdikte aangebracht worden.
    Tijdens het drogen het oppervlak met een natte vilt- of sponsbord glad maken.
    Tip:
    Wanneer een isolatiesysteem met Capatect-MW-isolatieplaten 119, Capatect- LS-isolatieplaten VB 101 of geëlastificeerde Capatect-PS-isolatieplaten glad wordt afgewerkt, moet naast de wapeningslaag ook de eindpleister gewapend zijn. Als eindpleister eerst een 2 tot 3 mm dikke laag Capatect ArmaReno 700 aanbrengen en hier het Capatect-weefsel indrukken. Na het aandrogen van deze laag nogmaals 2 –3 mm laagdikte aanbrengen en na verloop van enige tijd gladvilten.

    Er kunnen na het gladvilten, door bindmiddel aan het oppervlakte (sinterlaag), fijne krimpscheurtjes ontstaan. Dit beïnvloed de beschermende werking niet.
    Nieuw pleisterwerk voldoende laten drogen, ca. 2 tot 4 weken. Door voor te strijken met CapaGrund Universal verminderd de kans op kalkuitbloeiïngen.
    Per millimeter laagdikte een afbindtijd van één dag aanhouden alvorens ThermoSan of AmphiSilan in twee lagen aangebracht kan worden.

    Dunne hechtmortel
    Op beton en plaatmaterialen de Capatect ArmaReno 700 minstens in 5 mm laagdikte aanbrengen en opruwen met een veger. Afbindtijd is ca. één dag per mm laagdikte, pas daarna de volgende laag aanbrengen.

    Verbruik

    Lijm:
    polystyreen ca. 3,5 – 4,5 kg/m²
    minerale wol ca. 4,0 – 5,0 kg/m²

    Wapeningslaag:
    ca. 1,3 – 1,5 kg/m²/mm

    Renovatiemortel en hechtingspleister:
    ca. 1,3 – 1,5 kg/m²/mm

    Gevilte pleister:
    ca. 4,0 – 4,5 kg/m² bij 3 mm laagdikte.

    De verbruikswaarden zijn richtgetallen en afhankelijk van object of verwerking.
    Nauwkeurig verbruik door middel van een proef op het object vaststellen.

    Verwerkingsomstandigheden

    Minimaal 5 °C en maximaal 30 °C voor materiaal, omgeving en ondergrond tijdens verwerking en droogfase.
    Niet bij directe zonnestralen, bij harde wind, mist of hoge luchtvochtigheid verwerken.

    Droogtijd

    Bij 20 °C en 65 % relatieve luchtvochtigheid is de wapeningspleister na ca. 24 uur oppervlaktedroog.

    Reinigen gereedschap

    Na gebruik reinigen met water.

    Gereedmaken van het materiaal

    Capatect ArmaReno 700 kan met vrijwel alle doorloopmengers, wormpompen en pleistermachines verwerkt worden. Ook handmatig met een krachtig, langzaam draaiend roerwerk aan te maken. Meng met zuiver, koud water tot een homogene massa ontstaat. Het gemengde materiaal ca. 5 minuten laten opstijven en nogmaals kort roeren. Indien nodig de consistentie na opstijven met water aanpassen.
    Benodigde hoeveelheid water ca. 5-6 l per zak van 25 kg. Niet meer materiaal aanmaken dan in twee uur verwerkt kan worden.
     
    Afhankelijk van de weersomstandigheden bedraagt de verwerkingstijd van het handmatig gemengd materiaal max. 2 uur, bij machinale verwerking max. 60 minuten. Ingedikt materiaal niet meer aanlengen.

    Voorbeeld machineuitrusting

    Capatect OneWay-Box poeder met doorloopmenger Capa-M.
    Doorloopmenger Berö Calypso 15 met standaarddoserings en pomp Berö Speedy 15 met wormdeel 1/1 vermogen.

    Belangrijk:

    Volg de gebruiksaanwijzing van de machinefabrikant!
    Elektrische aansluiting:
    400 V wisselstroom/16 A (bouwstroomverdeler met veiligheid-schakelaar)
    Wateraansluiting:
    Slang ¾” met GEKA, waterdruk bij een werkende machine minimaal 2,5 bar
    Watercapaciteit:
    Ca. 330 l/ uur en moet te regelen zijn.
    Slang:
    Beginslang, diameter binnenzijde 35 mm tot 13,3 meter
    Eindslang, diameter binnenzijde 25 mm tot 10,0 meter
    Slanglengte:
    max. ca. 50 m afhankelijk vanobject en temperatuur
    Spuitappartuur:
    Spuitopening 10 mm De slang voor ingebruikname doorspoelen met een kalkschlämme of vettige substantie.

    Attentie

    Tijdens applicatie en droogfase de ondergrond tegen regen beschermen. Plaats eventueel beschermende afdekmateriaal en de steigers.

    Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)

    Uitsluitend bedoeld voor professioneel gebruik

    Conform EEG-richtlijn

    H 315: Veroorzaakt huidirritatie.
    H 318: Veroorzaakt ernstig oogletsel.

    P 260: Stof of nevel niet inademen.
    P 262: Contact met de ogen, de huid of de kleding vermijden.
    P 281: De nodige persoonlijke beschermingsuitrusting gebruiken.
    P 305 + P351 + P338 BIJ CONTACT MET DE OGEN: voorzichtig afspoelen met water gedurende een
    aantal minuten; contactlenzen verwijderen, indien mogelijk; blijven spoelen.
    P 301 + P330 + P331 NA INSLIKKEN: de mond spoelen - GEEN braken opwekken.
    P 313 Een arts raadplegen.

    R 38: Irritereerd de huid
    R 41: Gevaar voor ernstig oogletsel.

    S 2 Buiten bereik van kinderen bewaren.
    S 22 Stof niet inademen.
    S 24/25 Aanraking met de ogen en de huid vermijden.
    S 26 Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch
    advies inwinnen.
    S 36/37/39 Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en bescheringsmiddel voor de
    ogen/ het gezicht.
    S 46 In geval van inslikken onmiddellijk een arts raadplegen en verpakking of etiket tonen.

    In geval van accidentele indigestie raadpleeg het Antigifcentrum 070/245 245

    Afval

    Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale regelgeving.

    Giscode

    ZP1

    Toelating

    Z-33.41-130
    Z-33.42-131
    Z-33.43-132
    Z-33.47-859
    Z-33.49-1071
    ETA-10/0436
    ETA-10/0160

    CE-normering
    Het CE-logo wordt conform EN 998-1 en EN 15824 op de verpakking aangegeven en het
    informatieblad is via www.dawcoatings.nl de downloaden.

    Servicecentrum

    DAW Belgium bvba

    Tel.: (+32) (0)11 60 56 30

    Fax: (+32) (0)11 52 56 07

    E-mail: info-tech@daw.be

    www.caparol.be

    Referentie-objecten

      • Afdrukken
      • Terug naar boven