Capatect Klebe- und Armierungsmasse 133 LEICHT

Minerale poedermortel voor het lijmen van isolatieplaten en het aanbrengen van wapeningspleister.

Toepassing

Minerale lichtgewichtmortel CS II nach EN 998-1 voor het aanbrengen van de wapeniningslaag in de Capatect WDV-systemen A en B.
Capatect Klebe- und Armierungsmasse 133 Leicht kan als wapeningslaag onder Capatect-Edelkratzputz K40 toegepast worden.
Toe te passen laagdikte 5 tot 10 mm.

Eigenschappen

  • onbrandbaar of moeilijk brandbaar, afhankelijk van het isolatiesysteem
  • waterafstotend en weerbestendig
  • bijzonder goed waterdampdoorlatend
  • spanningsarm
  • mechanisch te belasten
  • ook machinaal te verwerken
  • laag blijft goed staan, geen krimp
  • lange "open tijd"
  • milieuvriendelijk
  • mineraal bindmiddel met hoogwaardige toeslagstoffen
  • met toeslagstoffen ter verbetering van de hydrofobering, verwerking en hechting

Verpakking

25 kg zak, 600 kg OneWay-container, 1,0 t BigBag, 1,0 t container, 4,0 t silo

De OneWay-container tegen weersinvloeden beschermen.

Kleur

Naturelwit

Opslag

Koel, droog en vorstvrij.
Tegen direct zonlicht beschermen. Silo's en container bij langere werkonderbrekingen (winterperiode) geheel leegmaken. In originele, gesloten verpakking 12 maanden te bewaren.

Warmtegeleiding

0,27 W/m•K

Schudgewicht

ca. 1,0 kg/dm3

Diffusieweerstandsfactor µ (H2O)

µ ≤ 10

Wateropnamecoëfficiënt

w < 0,1 kg/(m2 · h0,5) conform DIN 1062-3

Capillaire wateropname

ca. 0,18 kg/(m2 · h0,5) conform DIN 52617

Product-nr.

133

Voorbereiding van de ondergrond

Metselwerk, beton en goed hechtende verflagen moeten schoon, droog en draagkrachtig zijn. Verontreiniging, ontkistingsmiddelen, mortelresten etc. grondig verwijderen.

Slecht hechtende en bladderende verflagen en sierpleisters verwijderen. Losse delen verwijderen en holtes openhakken en repareren. Sterk zuigende en zanderige oppervlakken tot op de vaste ondergrond schoonmaken en met Sylitol-Konzentrat 111 voorstrijken.

Gereedmaken van het materiaal

Capatect-Klebe- und Armierungsputz 133 kan met de meest gangbare pleistermachines worden verwerkt. Bij handmatige verwerking aan een hele zak (25 kg) 8-9 liter zuiver, koud water toevoegen en met een langzaamdraaiend roerwerk tot een homogene massa mengen. Ca. 5 minuten laten opstijven en nogmaals kort doorroeren. Indien nodig water toevoegen.
 
Niet meer materiaal aanmaken dan binnen 2 tot 2½ uur verwerkt kan worden. Ingedikt materiaal niet meer met water mengen. Bij verwerking met een pleistermachine niet meer aanmaken dan in 60 minuten verwerkt kan worden.

Verbruik

Verlijmen isolatieplaat:
3,0–3,5 kg/m2  bij plaatselijk verlijming (profielsysteem)
4,0–5,0 kg/m2  bij punt-worst-methode

Wapeningspleister:
Per mm laagdikte ca. 1,1 kg/m2.
Verbruik is afhankelijk van de structuur van de ondergrond. Nauwkeurig verbruik vaststellen door een proef op het object.

Verwerkingsomstandigheden

Tijdens verwerken en drogen mag de temperatuur niet lager zijn dan 5 °C en niet hoger dan 30 °C.
Niet verwerken in de directe zon, bij sterke wind, mist, hoge luchtvochtigheid en bij kans op regen of nachtvorst.

Droogtijd

Bij 20 °C en 60% relatieve luchtvochtigheid is de wapeningslaag na 24 uur oppervlakkig droog. De doordroging is 1 mm laagdikte per dag.

Capatect-Klebe- und Spachtelmasse 133 Leicht droogt hydraulisch en fysisch, dit betekent door verdamping van het aanmaakwater. In koele jaargetijden en bij een hoge luchtvochtigheid is de droogtijd langer.

Reinigen gereedschap

Direct na gebruik reinigen met water.

Voorbeeld machineuitrusting

Bijv. doorloopmenger Calypso 15 met interne menging en dosering of de Berö Speedy 15 met snekkelpom 1/1.

Let op!
Gebruiksaanwijzing van de machinefabrikant opvolgen!

Electrische aansluiting:
400 V wisselstroom/16 A (bouwstroomverdeler met FI-veiligheidsschakelaar)

Wateraansluiting:
Slang 3/4" met GEKA, noodzakelijke waterdruk bij ingeschakelde machine moet minimaal 2,5 bar zijn.

Watercapaciteit:
Ca. 330 l/h
De gewenste hoeveelheid water moet te regelen zijn.

Diamater slang:

Beginslang binnenzijde Ø 35 mm per 13,3 m slanglengte, eindslang  binnenzijde Ø 25 mm, 10,0 m

Slanglengte:
Maximale slanglengte is ca. 50 m (object- en temperatuurafhankelijk)

Spuitopening:
Nozzle-Ø 10 mm
De slang voor gebruik doorspoelen met Kalkschlämme of stijfselpap.

Wapeningslaag

(handmatig of machinaal)
Na het aanbrengen van de hoekbescherming, raamaansluitingen en diagonaalweefsel op de hoeken van kozijnen de wapeningspleister op baanbreedte van het wapeningsweefsel op de isolatieplaat aanbrengen en het Capatect-Gewebe 650/110 10 cm overlappend inbedden.
Daarna nat-in-nat pleisteren, zodanig dat het weefsel volledig bedekt wordt.
De totale laagdikte moet minimaal 5 mm en maximaal 10 mm zijn.

Bij wapening van MW isolatieplaten maag de laagdikte maximaal 7 mm zijn.

Indien de eindafwerking volgt met Capatect-Edelkratzputz K40 moet de wapeningspleister minimaal 8 mm dik zijn en met een 6 mm getande spaan horizontaal geprofileerd worden.

Verlijmen van de isolatieplaat

Punt/worst-methode:
De lijm volgens de zogeheten ‘punt/worst’- methode (de rand ongeveer 5 cm breed en 3
handpalmgrote dotten lijm in het midden) op het aanhechtingsvlak van de plaat aanbrengen.
Het lijmcontact met het oppervlak moet meer zijn dan 40%.

Lijmlaag op het gehele oppervlak:
(voorbehandelde minerale wol-lamellenplaat)
De lijmlaag machinaal tot ca. 10 cm laagdikte op de ondergrond spuiten. Direct daarna (nog voor het aanbrengen van de isolatieplaat) de lijmlaag met een getande spaan door kammen (de grootte van de vertanding is afhankelijk van de soort ondergrond). Vervolgens de isolatieplaat in de natte lijmlaag schuivend aanbrengen en aandrukken. De isolatieplaat direct aanbrengen, nog voordat er op de lijmlaag een huidje is gevormd.

Punt-methode (profielsyteem):
De lijm volgens de zogeheten ‘punt’-methode op het aanhechtingsvlak van de plaat aanbrengen (ca 20% van het oppervlak).

Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)

Uitsluitend bedoeld voor professioneel gebruik

Conform EU-richtlijn


H 315: Veroorzaakt huidirritatie. 
H 318: Veroorzaakt ernstig oogletsel. 
H 335: Kan irritatie van de luchtwegen veroorzaken.

P 260: Stof of nevel niet inademen. 
P 262: Contact met de ogen, de huid of de kleding vermijden. 
P 281: De nodige persoonlijke beschermingsuitrusting gebruiken.
P 305 + P351 + P338 BIJ CONTACT MET DE OGEN: voorzichtig afspoelen met water gedurende een aantal minuten; contactlenzen verwijderen, indien mogelijk; blijven spoelen.
P 301 + P330 + P331 NA INSLIKKEN: de mond spoelen - GEEN braken opwekken. 
P 313 Een arts raadplegen. 

R 41: Gevaar voor ernstig oogletsel. 
R 37/38: Irriterend voor de ademhalingswegen en de huid.

S 2 Buiten bereik van kinderen bewaren.
S 22 Stof niet inademen.
S 24/25 Aanraking met de ogen en de huid vermijden.
S 26 Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.
S 36/37/39 Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en bescheringsmiddel voor de ogen/ het gezicht.
S 46 In geval van inslikken onmiddellijk een arts raadplegen en verpakking of etiket tonen.

Afval

Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale regelgeving.

Giscode

ZP1

Servicecentrum

DAW Belgium

Tel.: (+32) (0)11 60 56 30
Fax: (+32) (0)11 52 56 07
e-mail: info@caparol.be

Kijk ook op www.caparol.be