Capatect Mineral-Leichtputze R & K

Minerale poedermortel op basis van kalk-cement als sierpleister voor toepassing buiten.

Toepassing

Minerale, lichtgewicht sierpleister als afwerking op:
- Capatect-WDV-Systemen A en B
- Capatect-VHF-Systemen
- beton, onbehandeld
- mineraal pleiserwerk

Niet geschikt op ondergronden met zoutuitbloeiïngen, kunststof en hout.

Eigenschappen

  • onbrandbaar of moeilijk brandbaar, afhankelijk van het isolatiesysteem
  • waterdampdoorlatend
  • eenvoudig en zeer licht te verwerken
  • hoog rendement
  • milieuvriendelijk
  • bindmiddel op basis van witte cement en kalkhydraat met geringe toevoeging van organische stoffen
  • met toeslagstoffen ter verbetering van de hydrofobie, verwerking en hechting

Verpakking

25 kg zak, 1,0 t container en 1,0 t BigBag (900 kg bij R30)

Kleur

Natuurwit

Levering in kleuraf fabriek mogelijk naar kleuren uit de CaparolColor- of 3D-kleurenwaaier met een lichtreflectiewaarde >30.
Kleuren met een lichtreflectiewaarde van <30 en ≥20 kunnen geschilderd worden met Capatect-SI-Fassadenfinish 130.
Kleuren met een lichtreflectiewaarde <20 zijn ongeschikt voor gevelisolatiesystemen.
 
Sierpleister op kleur geleverd kunnen, afhankelijk van de weersomstandigheden, vlekkerig opdrogen. Dit is geen reden voor reclamatie. In voorkomende gevallen een egaliserende verflaag met Capatect-SI-Fassadenfinish 130 aanbrengen.

Glansgraad

Mat

Opslag

Koel, droog en vorstvrij.
Tegen direct zonlicht beschermen. Silo's en containers bij langere werkonderbreking (winterperiode) geheel leegmaken. In originele, gesloten verpakking 12 maanden houdbaar.

Duffusie-equivalente luchtlaag µm H2O

0,07–0,30 m conform DIN EN ISO 7783-2

Consistent

pulverförmig

Capillaire wateropname

W < 0,5 kg/m2 na 24 h, conform DIN 1609

Product-nr.

Product-nr. Structuur Korrel (mm) ca. verbruik (kg/m²)
Capatect-Mineral-Leichtputz R30 Reibeputz 3,0 2,5
Capatect-Mineral-Leichtputz R50 Reibeputz 5,0 3,5
Capatect-Mineral-Leichtputz K20 Kratzputz 2,0 2,3
Capatect-Mineral-Leichtputz K30 Kratzputz 3,0 2,8
Capatect-Mineral-Leichtputz K50 Kratzputz 5,0 4,5

De getallen genoemd bij ‘Verbruik’ zijn gemiddelde hoeveelheden. Verwerkingsverliezen zijn hierin niet meegenomen. Nauwkeurig verbruik vaststellen door een proef op het object.

Voorbereiding van de ondergrond

De ondergrond moet glad, schoon, droog, vast, draagkrachtig en vrij zijn van stoffen die de hechting verminderen.
 
Schimmel-, mos- en algenaangroei alsmede door industrie verontreinigde oppervlakken en roet verwijderen door hogedruk waterstralen. Plaatselijk milieuverordeningen in acht nemen.

Verwerkingsmethode

De aangemaakte sierpleister met een roestvrijstalen plekspaan of geschikte spuitapparatuur gelijkmatig aanbrengen en op korreldikte gladtrekken. Direct daarna met een kunststof plekspaan of PU-bord in een gelijkmatig draaiende beweging - Reibeputz naar keuze horizontaal, verticaal of rond - structureren.
De keuze van het gereedschap bepaalt het eindresultaat.
 
Steeds door dezelfde man en met hetzelfde gereedschap structuren om op naast elkaar gelegen oppervlakken structuurverschillen te voorkomen.
Om aanzetten op grote oppervlakken te voorkomen moet voldoende personeel zonder onderbreking nat-in-nat doorwerken.
Bij dreigende regen zonodig het werk met zeilen afdekken.
 
Door het gebruik van natuursteenkorrels zijn kleine kleurafwijkingen mogelijk. Daarom op naast elkaar gelegen oppervlakken alleen materiaal van hetzelfde chargenummer gebruiken of materiaal van verschillende nummers met elkaar mengen.

Opbouw van het verfsysteem

De grond- of tussenlaag moet voldoende droog zijn om verder te kunnen werken.


Capatect-WDV-systemen en Capatect-VHF-systemen:

Nieuw, mineraal pleisterwerk (wapeningspleister):
Bij normaal zuigende oppervlakken is voorstrijken niet noodzakelijk.
Bij een lange wachttijd (winterperiode) de verweerde onderpleister voorstrijken met
Putzgrund 610.
Bij Capatect-Armierungsputz 133 Leicht en Capatect-Klebe- en Armierungsmasse 186M kan het noodzakelijk zijn om voor te strijken met Sylitol-Konzentrat 111
(afhankelijk van weersomstandigheden en zuiging van de ondergrond).
Raadpleeg het betreffende Technische Iinformatieblad.

Mineraal pleisterwerk en beton:

Nieuw pleisterwerk:
2 tot 4 weken onbehandeld laten.
Voorstrijken met Putzgrund 610

Beton, vast en draagkrachtig:
Voorstrijken met Putzgrund 610

Pleisterwerk en beton, grof poreus, licht zanderig en zuigend:
Voorstrijken met OptiGrund E.L.F.
Tussenlaag met Putz­grund 610.

Pleisterwerk en beton, sterk zuigend en poederend:
Voorstrijken met Dupa-grund
Tussenlaag met Putz­grund 610

Verwerkingsomstandigheden

Tijdens verwerken en drogen mag de temperatuur van omgeving en ondergrond niet lager dan 5 °C en niet hoger dan 30 °C zijn.
Niet verwerken in de directe zon, bij sterke wind, mist, hoge luchtvochtigheid of bij kans op regen of nachtvorst.

Droogtijd

Bij 20 °C en 65% relatieve luchtvochtigheid is de sierpleister na 14 dagen volledig droog en overschilderbaar.

Door voor te strijken met CapaGrund Universal wordt het risico op kalkuitbloeiïngen beduidend verminderd zodat na 7 dagen de sierpleister al geschilderd kan worden.
Capatect-Mineral-Leichtputze R en K drogen fysisch, dit betekent door verdamping van het aanmaakwater. In koele jaargetijden en bij een hoge luchtvochtigheid is de droogtijd langer.

Reinigen gereedschap

Direct na gebruik met water reinigen.

Gereedmaken van het materiaal

Capatect-Mineral-Leichtputze kan met de meest gangbare pleistermachines worden verwerkt. Bij handmatige verwerking aan een hele zak (25 kg) schoon, koud water toevoegen volgens onderstaande tabel en met een langzaamdraaiend roerwerk tot een homogene massa mengen. Materiaal enige tijd laten staan en vervolgens nogmaals kort doorroeren. Indien noodzakelijk is de samenhang na deze rusttijd met iets water bij te stellen. Steeds dezelfde mengtijd aanhouden om een goed eindresultaat zeker te stellen.

Toe te voegen water per 25 kg:
CT-Mineral-Leichtputz R 30 ca. 9 l
CT-Mineral-Leichtputz R 50 ca. 10-11 l
CT-Mineral-Leichtputz K 20 ca. 7,5 l
CT-Mineral-Leichtputz K 30 ca. 8 l
CT-Mineral-Leichtputz K 50 ca. 7,7 l
 
De verwerkingstijd is afhankelijk van de weersomstandigheden en bedraagt 1 tot 1½ uur. Bij spuiten is de tijd dat het materiaal in de slang stil staat maximaal 30 minuten. Ingedikt materiaal niet met water aanmaken, dit is niet meer te gebruiken.

Voorbeeld machineuitrusting

Doorloopmenger Berö 15 met standaard-doseer- respectievelijk mengmogelijkheid in combinatie met de Berö Speedy 15 met de schnecken 1/1.


Belangrijk:
Gebruiksaanwijzing van de machinefabrikant opvolgen!

Electrische aansluiting:
400 V wisselstroom/16 A (bouwstroomverdeler met FI-veiligheidsschakelaar)

Wateraansluiting:
Slang 3/4" met GEKA, waterdruk bij werkende machine minimaal 2,5 bar

Watercapaciteit:
CT-Mineral-Leichtputz R30: ca. 420 l/h    
CT-Mineral-Leichtputz R50: ca. 450 l/h    
CT-Mineral-Leichtputz K20: ca. 375 l/h    
CT-Mineral-Leichtputz K30: ca. 360 l/h
CT-Mineral-Leichtputz K50: ca. 340 l/h    
De gewenste hoeveelheid water moet te regelen zijn.

Diameter slang:
Beginslang, binnenzijde-Ø 35 mm, per 13,3 m
Eindslang, binnenzijde-Ø 25 mm, 10,0 m

Slanglengte:
Maximaal ca. 50 m (afhankelijk van object en temperatuur)

Spuitapparatuur:
Berö Integra Kombi
Spuitopening:
CT-Mineral-Leichtputz R30: 12 mm   
CT-Mineral-Leichtputz R50: 14 mm
CT-Mineral-Leichtputz K20: 10 mm   
CT-Mineral-Leichtputz K30: 12 mm
CT-Mineral-Leichtputz K50: 14 mm

Compressor:
V-Meko 400
De slang voor gebruik doorspoelen met kalkslem of stijfselpap.

Let op:
De hoeveelheid toe te voegen water kan variëren. Speciaal bij gekleurde sierpleister kan dit voorkomen. Steeds dezelfde hoeveelheid water toevoegen om zo structuur- en kleurverschil te voorkomen.

Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)

R- en S-zinnen conform EU-richtlijn

R 38 Irriterend voor de huid.
R 41 Gevaar voor ernstig oogletsel.
 
S 2 Buiten bereik van kinderen bewaren.
S 22 Stof niet inademen.
S 24/25 Aanraking met de ogen en de huid vermijden.
S 26 Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water spoelen en deskundig medisch advies inwinnen.
S37/39 Draag geschikte handschoenen en een beschermingsmiddel voor ogen/het gezicht.
S 46 In geval van inslikken onmiddellijk een arts raadplegen en verpakking of etiket tonen.

Transportwetgeving: landtransport n.v.t.

Etikettering:
Symbool Xi
S-zinnen 38-41
R-zinnen 2-22-24/25-26-37/39-46

Let op! (stand conform laatste uitgave)

TI NL:    mei 2011
VIB NL: 17 februari 2004

Afval

Materiaalresten laten opdrogen en met de verpakking via de daarvoor geëigende kanalen afvoeren.

Giscode

ZP1