Capatect Armareno 700

Minerale poedermortel voor het lijmen van isolatieplaten, als wapenings- en renovatiepleister.

Toepassing

Kwalitatief uitstekende "allround”-mortel, te gebruiken als:
lijm voor isolatieplaten in de Capatect-systemen
wapeningspleister (grondpleister) in de Capatect-systemen
renovatiemortel voor oude, draagkrachtige pleisterlagen
hechtmortel (dunne laag), voor bijv. glad beton en diverse plaatmaterialen
sponsbare pleister (uitgezonderd sokkelzone met opspattend water).

Eigenschappen

  • mortel groep CSIII volgens EN 998-1 op minerale basis
  • niet brandbaar resp. moeilijk brandbaar afhankelijk van de opbouw het isolatiesysteem
  • weerbestendig
  • waterwerend volgens DIN EN 1067
  • zeer waterdampdoorlatend
  • extreem spanningsarm door toevoeging van vezels
  • gemakkelijk te verwerken, zowel handmatig als machinaal
  • leent zich uitstekend voor machinale verwerking
  • lange verwerkingstijd
  • milieuvriendelijk
  • met toevoegingen ter verbetering van de hydrofobering, soepele verwerking en zeer goede hechting

Verpakking

25 kg, 800 kg OneWay-container.

Kleur

Wit.

Opslag

Koel, droog en vorstvrij.
Als cement- en kalkhoudend product tegen vocht en direct zonlicht beschermen. Silo's tijdens langere pauzes (winterstop) geheel legen. In originele, gesloten verpakking ca. 12 maanden te bewaren.

Soortelijke massa

ca. 1,5 kg/dm3

Warmtegeleiding

0,78 W/m•K

Diffusie-equivalente luchtlaag Sd

ca. 0,05 m conform DIN EN 7783 – bij opgegeven laagdikte.

Drukvastheid

5,3 N/mm2

Wateropnamecoëfficiënt

≤ 0,1 kg/(m2 · h0,5) conform DIN EN 1062 – klasse W3 (laag)

Hechttreksterkte op polystyreenplaat

≥ 0,08 N/mm2

Product-nr.

700

Voorbereiding van de ondergrond

De ondergrond moet effen, zuiver, droog, vast, draagkrachtig en vrij van losse substanties zijn.

Vensterbanken en dergelijke afplakken. Glas, keramiek, natuursteen, gelakte en geanodiseerde vlakken zorgvuldig afdekken.

Het lijmen van de isolatieplaten:
De ondergrond moet draagkrachtig zijn en de volgens het systeem vereiste hechttreksterkte hebben. Bij oude verflagen de hechting testen en altijd pluggen aanbrengen.

Wapeningspleister:
Eventuele verspringingen aan de plaatnaden van de polystyreen-isolatieplaten vlak schuren en stofvrij maken.

Renovatiemortel:
Minerale pleisters (pleisters van mortelgroep PII en PII) reinigen. Licht zandend oppervlak reinigen en voorstrijken met Sylitol-Konzentrat 111.
Oude, goed hechtende en niet krijtende verflagen reinigen, bijvoorbeeld door hogedruk-waterstralen.
Oude, goed hechtende en licht krijtende verflagen reinigen, bijvoorbeeld door hogedruk-waterstralen en voorstrijken met Sylitol-Konzentrat 111.
Oude, niet goed hechtende verflagen geheel verwijderen. Vlakken met scheuren kunnen uitsluitend behandeld worden wanneer er geen scheurbewegingen meer te verwachten zijn.

Hechtmortel (dunne laag):
Betonnen oppervlakken reinigen. Bij XPS-platen de niet draagkrachtige of vergeelde delen opschuren en het oppervlak stofvrij maken.

Verwerkingsmethode

Het lijmen van de isolatieplaten
Polystyreen- en minerale wolplaten:
De lijm volgens de zogeheten ‘punt/worst’- methode (de rand ongeveer 5 cm breed en 3 handpalmgrote dotten lijm in het midden) op de achterzijde van de plaat aanbrengen. Het lijmcontact met het oppervlak moet meer zijn dan 40%. Bij minerale wolplaten de mortel eerst dun op het hechtvlak aanbrengen scherp afmessen.

Lamellen minerale wolplaten:
Lijm over gehele oppervlak:
De lijm met een getande plakspaan op de achterzijde van de plaat aanbrengen en direct tegen de ondergrond aandrukken. De grofheid van vertanding is afhankelijk van de toestand van de ondergrond.

Lijm op gedeelte van het oppervlak:
De lijm machinaal op de ondergrond (wand) in verticale banen spuiten (lijmoppervlak >50%). De lijmstrepen moeten ca. 5 cm breed en in het midden minstens 10 mm dik zijn. De as-afstand mag niet meer dan 10 cm bedragen. De isolatieplaten moeten onmiddellijk in het verse lijmbed gedrukt worden. Enkel zo veel lijm aanbrengen als er direct nadien isolatieplaten aangebracht kunnen worden.

Oneffenheden tot ca. 1 cm kunnen met lijm worden weggewerkt. De isolatieplaten in halfsteensverband van onder naar boven aanbrengen en goed aandrukken. Geen lijm op de zijkant van de plaat aanbrengen. De platen waterpas plaatsen. Minimum 48u na het plaatsen van de platen kunnen de schotelpluggen worden aangebracht of de wapeningslaag geplaatst.

Wapeningslaag
Na het aanbrengen van de hoekbescherming, raamaansluitingen en diagonaalweefsel op de hoeken van kozijnen de wapeningspleister op baanbreedte van het wapeningsweefsel op de isolatieplaat aanbrengen en Capatect-Gewebe 650/110 10 cm overlappend inbedden. Daarna nat-in-nat pleisteren, dusdanig dat het weefsel volledig bedekt wordt. De pleister kan machinaal of met de hand aangebracht worden. Het weefsel moet in het midden, resp. in het bovenste derde van de laag ingebed worden. De laagdikte bij polystyreenplaten moet ca. 3- 7 mm zijn, bij minerale wolplaten 4-7 mm.

Renovatiemortel
Afhankelijk van het project kan de Capatect ArmaReno 700 gebruikt worden voor:
plaatselijke reparaties
het egaliseren van oude sierpleisters
het pleisteren van muren, inbedden van weefsel wordt hierbij aanbevolen.
De verwerking kan zowel handmatig als machinaal.

Eindpleister
Afhankelijk van de zuiging van de ondergrond en de weersomstandigheden tijdens de verwerking moet eventueel een grondlaag met Sylitol-Konzentrat 111 aangebracht worden.
Om een glad oppervlak te krijgen moet Capatect ArmaReno 700 in ca. 2 tot 3 mm laagdikte aangebracht worden.
Tijdens het bindingsproces het oppervlak met een vochtige latexspons of sponsbord bewerken.
Tip:
Wanneer een isolatiesysteem met Capatect-MW-isolatieplaten 119, Capatect MW-Fassadendâmmplatte 149 EXTRA, Capatect MW-Fassadendämmplatte 151 EXTRA, Capatect- LS-isolatieplaten VB 101 of geëlastificeerde Capatect-PS-isolatieplaten gesponst wordt afgewerkt, moet naast de wapeningslaag ook de eindpleister gewapend zijn. Als eindpleister eerst een 2 tot 3 mm dikke laag Capatect ArmaReno 700 aanbrengen en hier het Capatect-weefsel 650 indrukken. Na het aandrogen van deze laag nogmaals 2 –3 mm laagdikte aanbrengen en tijdens het opstijvingsproces bewerken.

Er kunnen na het bewerken, door bindmiddel aan het oppervlakte (sinterlaag), fijne krimpscheurtjes ontstaan. Dit fenomeen kan geen voorwerp uitmaken van een klacht. 
Nieuw pleisterwerk voldoende laten drogen, ca. 2 tot 4 weken bij 20°C en 65% rel. luctvochtigheid. Bij slechtere weersomstandigheden, moeten langere standtijden gerespecteerd worden. Door voor te strijken met CapaGrund Universal vermindert de kans op kalkuitbloeiïngen, zodat na 7 dagen de verf ThermoSan of AmphiSilan in twee lagen aangebracht kan worden.

Dunne hechtmortel
Op beton zonder sinterhuid en XPS en HWL-platen de Capatect ArmaReno 700 minstens in 5 mm laagdikte aanbrengen, met een grove tandrakel doorkammen en opruwen met een veger. Droogtijd is ca. één dag per mm laagdikte, pas daarna de volgende laag aanbrengen.

Verbruik

Lijm:
polystyreen ca. 3,5 – 4,5 kg/m2
minerale wol ca. 4,0 – 5,0 kg/m2

Wapeningslaag:
ca. 1,3 – 1,5 kg/m2/mm

Renovatiemortel en hechtingspleister:
ca. 1,3 – 1,5 kg/m2/mm

Gesponste pleister:
ca. 4,0 – 4,5 kg/m2 bij 3 mm laagdikte.

De verbruikswaarden zijn richtgetallen en afhankelijk van project of verwerking.
Nauwkeurig verbruik door middel van een proef op het project vaststellen.

Verwerkingsomstandigheden

Minimaal 5 °C en maximaal 30 °C voor materiaal, omgeving en ondergrond tijdens verwerking en droogfase.
Niet bij directe zonnestralen, bij harde wind, mist of hoge luchtvochtigheid verwerken.

Droogtijd

Bij 20 °C en 65 % relatieve luchtvochtigheid is de wapeningspleister na ca. 24 uur oppervlaktedroog.

Reinigen gereedschap

Na gebruik reinigen met water.

Gereedmaken van het materiaal

Capatect ArmaReno 700 kan met vrijwel alle doorloopmengers, wormpompen en pleistermachines verwerkt worden. Ook handmatig met een krachtig, langzaam draaiende mixer aan te maken. Meng met zuiver, koud water tot een homogene massa ontstaat. Het gemengde materiaal ca. 5 minuten laten opstijven en nogmaals kort roeren. Indien nodig de consistentie na opstijven met water aanpassen.
Benodigde hoeveelheid water ca. 5-6 l per zak van 25 kg. Niet meer materiaal aanmaken dan in twee uur verwerkt kan worden.
 
Afhankelijk van de weersomstandigheden bedraagt de verwerkingstijd van het handmatig gemengd materiaal max. 2 uur, bij machinale verwerking max. 60 minuten. Ingedikt materiaal niet meer aanlengen.

Voorbeeld machineuitrusting

Capatect OneWay-Box met doorloopmenger Capa-M.
Doorloopmenger Calypso 15 met standaarddoserings en pomp Speedy 15 met worml 1/1.

Belangrijk:

Volg de gebruiksaanwijzing van de machinefabrikant!
Elektrische aansluiting:
400 V wisselstroom/16 A (bouwstroomverdeler met veiligheid-schakelaar)
Wateraansluiting:
Slang ¾” met GEKA, waterdruk in werkende machine minimaal 2,5 bar
Watercapaciteit:
Ca. 330 l/ uur en moet te regelen zijn.
Slang:
Beginslang, diameter binnenzijde 35 mm tot 13,3 meter
Eindslang, diameter binnenzijde 25 mm tot 10,0 meter
Slanglengte:
max. ca. 50 m afhankelijk van project en temperatuur
Spuitappartuur:
Spuitopening 10 mm De slang voor ingebruikname doorspoelen met een kalkschlämme of behanglijm.

Attentie

Tijdens applicatie en droogfase de aangebrachte mortel tegen regen beschermen. Plaats eventueel beschermende afdekmateriaal en de steigers.

Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)

Uitsluitend bedoeld voor professioneel gebruik

Conform EU-richtlijn
Het poeder is sterk alkalisch
Veroorzaakt huidirritatie.
Veroorzaakt ernstig oogletsel.

Damp/Spuitnevel niet inademen.
Contact met de ogen, de huid of de kleding vermijden.
De nodige persoonlijke beschermingsuitrusting gebruiken.
BIJ CONTACT MET DE OGEN: voorzichtig afspoelen met water gedurende een
aantal minuten; contactlenzen verwijderen, indien mogelijk; blijven spoelen.
NA INSLIKKEN: de mond spoelen - GEEN braken opwekken.
Een arts raadplegen en verpakking of etiket tonen.

In geval van accidentele indigestie raadpleeg het Antigifcentrum 070/245 245

Afval

Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale regelgeving.

Giscode

ZP1

Toelating

ETA-10/0436
ETA-12/0575

ATG 2737

CE-normering
Het CE-logo wordt conform EN 998-1 en EN 15824 op de verpakking aangegeven en het
informatieblad is via www.caparol.be te downloaden.

Servicecentrum

DAW Belgium bvba
Tél.: (+32) (0)11 60 56 30
Fax: (+32) (0)11 52 56 07
E-mail: info-tech@daw.be
www.caparol.be

Kaleien vraagt heel wat vakkennis

Restaurant De Lusthof in een nieuw jasje

Total make over van een geklasseerde...

Een alternatief voor klassieke...