• facebook
  • youtube

Capatect Fugendichtband Typ 2D 054/00

Eénzijdig zelfklevende, voorgecomprineerde voegdichtstrips uit geïmregneerd poly-urethaan-schuim met geïmpregneerde zijvlakken

    Toepassing

    Voor het regenslagdicht afdichten van allerlei aansluitvoegen tussen Capatect-Wärmedämm-Verbundsystemen en aansluitende bouwdelen zoals vensters, balkons, luifels enz.
    054/00: aanlsuitvoegen voor vensters en vensterbanken, voegbreedte 2–6 mm
    054/01: aansluitvoegen voor aansluitende bouwdelen, voegbreedte 5–12 mm

    Eigenschappen

    • Controletekens : Z-56.212
    • 3160
    • Geringe compressie- terugslagkracht
    • Aanpassing aan voegen met  grote maattoleranties
    • Geen speciale voorbehandeling van de voegflanken (bv  : Primer)
    • Compatibel met beton, gevelmetswerk, pleister, hout, kunststof, aluminium, ijzer
    • Eenvoudig te verwerken met schaar en spatel
    • Ouderdomstabiel, volgens DIN 18542
    • Weerbestendig, volgens DIN 18542
    • Overpleisterbaar
    • Overschilderbaar
    • Belastingsgroep BG1 volgens DIN 18542

    Kleur

    Antraciet

    Opslag

    Droog en koel. Minstens 1 jaar

    Technische eigenschappen

    Polyurethaan zachtschuim, met geïmpregneerde zijvlakken.

    Temperatuurbestendigheid

    -30°  tot 90 °C

    Stortgewicht

    Ca. 40 kg/m2 (vrij geëxpanseerd)

    Verdichtingshardheid

    3–5 kPa volgens ISO 3386

    Regenvast

    Slagregendicht tot 600 Pa, volgens DIN EN 1027

    Treksterkte

    Volgens DIN 53571 : ca. 0,11 N/mm²

    Voorbereiding van de ondergrond

    De zijkanten moeten zuiver, breukvrij en vrij van oliën, vetten en van losse niet-aanhechtende delen zijn.

    Verbruik

    1,0 m/m

    Verwerkingsomstandigheden

    Verwerkingstemperatuur :
    De zweltijd, m.a.w. de snelheid van de voegenband-expansie, is quasi niet temperatuur gevoelig, zij bedraagt bij normale omstandigheden circa 10 minuten. De band vereist daardoor geen bijzondere opslag in warmere of koelere ruimtes al naar gelang de buiten-temperatuur alvorens de werken aan te vangen.

    Verwerking

    Kies het type voegdichtingsband in functie van de breedte van de voeg.

    De voegband wordt onmiddellijk van de rol op de constructie (raam) aangebracht, de schutfolie zal, al naar vorderen, beetje bij beetje van de drager verwijderd worden. Het aanbrengen moet zo gebeuren dat de buitenkant van de band met de voorziene kantgrens van de isolatieplaat overeenstemd.
    Het is voor de afdichtende werking niet schadelijk, wanneer de elastische kernzone van de band op het ogenblik van de aanbreng volledig ge-ëxpandeerd is.


    De isolatieplaten zijn bij het aanbrengen krachtig tegen de dichtingsband aan te drukken, zo dat de geëxpandeerde kern-zone bijna tot zijn aanvangsvolume samengedrukt wordt.

    Ingeval de aanbreng uitgevoerd is zoals het hoort, zal de elastische druk op de platen bijna geen negatieve invloed uitoefenen op het verschuiven van de platen. 

    Bij lange voegen zijn de bandstukken stomp aan te sluiten. Op de hoek de band in lood afsnijden, niet om de hoek werken. Bij het later verlijmen van de platen de aangebrachte zwelband eenvoudig mee overwerken.

    Ter vermijding van een ongecontroleerd scheuren van de bewapenigslijm moet er in de nog natte lijm, tegen het vaste bouwonderdeel, met de spaan een in-snijding uitgevoerd worden. Het is vanzelfsprekend dat dit bij latere aanbreng van de sierpleister herhaald wordt.

    • Afdrukken
    • Terug naar boven