Capatect MW-Fassadendämmplatte EXTRA/L 149

Onbrandbare gevelisolatieplaat voor Capatect gevelisolatiesystemen.

Toepassing

Onbrandbare gevelisolatieplaat met bevestiging door middel van lijm en pluggen voor Capatect isolatiesystemen.

Eigenschappen

  • kwaliteitsoort: Minerale wol Type WAP-zg
  • De transparente hechtlaag op de kleefzijde maakt een machinaal kleven van de plaat mogelijk op deelvlakken.
  • toepassingsgebied: WAP volgens DIN 4108-10
  • Verbeterde geluids- en warmte-isolatie
  • Vormgeving van de kanten: stomp
  • onbrandbaar
  • gecoate buitenzijde voor betere hechting wapeningslaag
  • minder pluggen per m²
  • dübels verzinkt als gelijk aan oppervlak aante brengen
  • Arbeidsgeneeskundige classificatie: vrij van gevaarlijke stoffen volgens GefStoffV, ChemVerbotsV en de EG-richtlijn 97/69 (Anm.Q)
  • productcode volgens DIN EN 13162 - T5 - DS(70,-) - CS(10)20 - TR5-WL(P) - MU1 (dikte ≥ 60 mm)
  • produktcode volgens DIN EN 13162 - T5 - DS(70,-) - CS(10)5 – TR2,5 - WL(P) - MU1 (dikte < 60 mm)

Kleur

Isolatielaag : bruin-geel, wapeningskant: oranje.

Opslag

Droog, beschermd tegen vocht opslana. Niet onbeschermd blootstellen aan de weersomstandigheden.

Warmtegeleiding

0,035 W/(m·K) volgens DIN 4108

Diffusieweerstandsfactor µ (H2O)

µ ≈ 1 volgens DIN EN 12086

Drukspanning bij 10% stuik

≥ 15 kPa volgens DIN EN 826

Schuifsterkte

≥ 6 kPa volgens DIN EN 12090

Temperatuurbestendigheid

bruikbaar tot 150° C

Stortgewicht

ca. 120 kg/m3

Smeltpunt

> 1000° C volgens DIN EN 13501

Gecertificeerde keuringscontrole

volgens FIW München

Afscheursterkte loodrecht op oppervlak

≥ 5 kPa volgens DIN EN 1607

Dynamische vastheid

volgens DIN EN 29052  
Afhankelijk van de plaatdikte:  
60-70 mm:     12 MN/m³  
80-90 mm:       9 MN/m³  
100-110 mm:   7 MN/m³  
120 mm:          6 MN/m³  
140-170 mm:   5 MN/m³  
≥ 180 mm:       4 MN/m³  
  

Lengte gerelateerde stromingsweerstand   
volgens DIN EN 29053: 30 kPas/m²

Geschikte ondergronden

Nieuwe minerale ondergronden, vaste oude pleisters en draagkrachtige oude verflagen of bekledingen.

Voorbereiding van de ondergrond

De ondergrond moet zuiver, droog en draagkrachtig zijn. Vuil en losse deeltjes die de aanhechting verminderen (bv. ontkistingsolie) en uitstekende mortelgraten verwijderen. Beschadigde, afbladderende verflagen en structuurpleisters zo goed mogelijk verwijderen. Holle plekjes in de pleister openmaken en bijpleisteren zodat het oppervlak weer egaal is. Zuigende, zandende of melende oppervlakken grondig tot op de vaste substantie reinigen en met Sylitol-Konzentrat 111 gronden.

Verbruik

1 m2/m2

Verwerkingsomstandigheden

Verwerkingstemperatuur:
Tijdens de verwerking en de droging mogen de temperaturen van omgeving en ondergrond niet minder dan +5° C en meer dan 30° C bedragen. In deze context verwijzen we naar de toelichting ATV DIN 18345 punt 3.1.3 ongeschikte weersomstandigheden.

Verlijmen van de isolatieplaat

Handmatig verlijmen
De lijm volgens de zogeheten ‘punt/worst’-methode (de rand ongeveer 5 cm breed en 3-6 handpalmgrote dotten lijm in het midden) op het aanhechtingsvlak van de plaat aanbrengen. De lijm dusdanig aanbrengen dat ≥ 40% of meer van het oppervlak wordt bedekt. Het lijmverbruik is afhankelijk van de ondergrond. Oneffenheden tot ca. 2 cm kunnen met lijm worden weggewerkt. Zonodig de ondergrond eerst egaliseren.

Machinale verwerking (lijm in stroken)
De juiste lijm machinaal in worststroken verticaal op de ondergrond spuiten (hechtvlak moet ≥ 50% zijn). De worststroken moeten ca. 5 cm breed zijn en in het midden ca. 10 mm dik. De asafstand tussen de worststroken mag niet meer zijn dan 10 cm. De isolatieplaat direct in de nog natte lijm schuivend aanbrengen en voorzichtig aandrukken. Om aandrogen van de lijm te voorkomen nooit meer lijm aanbrengen dan wat direct met de isolatieplaat kan worden afgedekt.

Machinale verwerking (lijm op totale oppervlak)
De juiste lijm machinaal op de ondergrond spuiten in een laagdikte van max. 10 mm. Direct daarna de laag met een vertande spaan egaal verdelen (de soort vertanding is afhankelijk van de ondergrond). De isolatieplaat direct is de nog natte lijm schuivend aanbrengen en voorzichtig aandrukken. Om aandrogen van de lijm te voorkomen nooit meer lijm aanbrengen dan wat direct met de isolatieplaat kan worden afgedekt. 
 
Aanbrengen isolatieplaten in twee lagen 
De isolatieplaten kunnen in één laag tot 220 mm dikte en in twee lagen van 200 tot  340 mm dikte worden aangebracht. Bij twee lagen moeten de platen een minimale dikte hebben van 100 mm en maximaal 200 mm. De voegen van de tweede laag moeten verspringen t.o.v. de eerste laag en de lijmlaag moet over het gehele oppervlak worden aangebracht.

De isolatieplaten in steensverband horizontaal en loodrecht aanbrengen en goed aandrukken. Geen lijm op de zijkant van de plaat aanbrengen. Indien er ruimte tussen de platen ontstaat, ≤ 5 mm, deze opvullen met isolatiestroken of Capatect- Füllsschaum B1. Niveauverschillen tussen de platen onderling moeten voorkomen worden. 

 
Bij een overgang naar een andere ondergrond of bij voegen moet de isolatieplaat minimaal 10 cm overlappend worden aangebracht. 
 
Pluggen van de isolatieplaten 
Uitsluitend in het plaatoppervlak en bij T-voegen de Capatect Dübelscheibe 153/VT 90 gelijk aan het oppervlak aanbrengen. Moet de plug verdiept worden aangebracht dan de Capatect Thermozylinder 154 toepassen. De Capatect Universaldübel 053 kan bij een plaatdikte ≥ 120 mm ook verdiept worden aangebracht. Gebruik dan wel het speciale snijgereedschap. De pluggen mogen uitsluiten in de plaat worden geplaatst en niet op de randen. Houdt een afstand t.o.v. de rand aan van 15 cm en een onderlinge afstand van 20 cm. 
Bij een plaatdikte > 200 mm moet de diameter van de plugschotel minimaal 90 mm zijn. 
 
De verlijmde isolatieplaat tegen vocht beschermen en direct voorzien van de wapeningslaag.

Meer informatie over de verplugging van de platen vindt u op de aparte technische fiches.

De isolatieplaten die op de gevels gelijmd zijn beschermen tegen vocht en snel met wapeningsmassa afdekken.

Afval

Afval kan vermeden worden door zorgzaam te snijden en te hergebruiken. Restafval kan gestort worden op de afdeling isolatiematieraal van het containerpark EAK 170604.

Servicecentrum

DAW Belgium bvba
Tél.: (+32) (0)11 60 56 30
Fax: (+32) (0)11 52 56 07
E-mail: info-tech@daw.be
www.caparol.be