Dalmatiner-Fassadendämmplatten 032 155

Gevelisolatieplaat van geëxpandeerd polystyreenschuim (EPS)
conform DIN EN 13163, type EPS 032 WDV, 2kleurig grijs/wit

Toepassing

Gevelisolatieplaat voor het isoleren van gevels. De isolatieplaat heeft een stompe diktekant en moet bevestigd worden door middel van lijmen, eventueel in combinatie met pluggen. Geschikt voor het Capatect Isolatiesysteem B.

Eigenschappen

  • brandklasse B1conform DIN EN 13501, Euroklasse E
  • blokgeschuimd in twee kleuren
  • krimpvrij
  • vormvast
  • zeer lange levensduur
  • vrij van giftige stoffen en formaldehyde
  • bevat geen cfk, hfkw, hfkw
  • eenvoudig te verwerken
  • diffusieopen
  • het oppervlak verblind niet
  • type EPS 032 WDV
  • druipt niet bij brand

Kleur

Grijs-wit gespikkeld

Opslag

Droog, tegen vocht en UV- en zonlicht beschermen. Niet onafgedekt buiten laten staan.

Warmtegeleidingsgroep

032

Warmtegeleiding

0,032 W/(m · K) conform DIN 4108

Diffusieweerstandsfactor µ (H2O)

30/70 conform DIN EN 13163/ EN 12086

Treksterkte

≥ 150 kPa

Schuifsterkte

≥ 50 kPa

Stortgewicht

ca. 20 kg/m³ conform DIN EN 1602

Irreversibele lengteverandering

< 0,15 %

Product-nr.

Plaatdikte (mm) Afmeting isolatieplaat: 1000 x 500 mm
Product-nr.
stomp
Product-nr.
messing / groef
Product-nr.
sponning
Verpakking (m2)
in krimpfolie
10 155/01 25,0
20 155/02 12,5
30 155/03 8,0
40 155/04 156/04 157/04 6,0
50 155/05 156/05 157/05 5,0
60 155/06 156/06 157/06 4,0
70 155/07 156/07 157/07 3,5
80 155/08 156/08 157/08 3,0
100 155/10 156/10 157/10 2,5
120 155/12 156/12 157/12 2,0
140 155/14 156/14 157/14 1,5
160 155/16 156/16 157/16 1,5
180 155/18 156/18 157/18 1,0
200 155/20 156/20 157/20 1,0
Speciale dikten op aanvraag
Het werkoppervlak verminderd bij diktekanten met messing / groef met ca. 3% en bij sponning met ca. 4%.

Geschikte ondergronden

Minerale ondergronden, draagkrachtige oude pleisterlagen en goed hechtende verflagen.

Voorbereiding van de ondergrond

De ondergrond moet egaal, draagkrachtig, schoon, droog en vrij zijn van stoffen die de hechting verminderen.
Ontkistingsmiddelen grondig verwijderen. Slecht hechtende en bladderende verflagen en sierpleisters verwijderen. Losse delen verwijderen. Holtes open hakken en repareren.
Een zuigende, zanderige en poederende ondergrond tot op de vaste ondergrond schoonmaken en met Sylitol-Konzentrat 111 voorstrijken.

Verwerkingsmethode

Handmatig aanbrengen van de lijmlaag
De lijm volgens de zogeheten ‘punt/worst’- methode (de rand ongeveer 5 cm breed en 3 handpalmgrote dotten lijm in het midden) op het aanhechtingsvlak van de plaat aanbrengen. De lijm dusdanig aanbrengen dat 40% of meer van het oppervlak wordt bedekt. Bij afwerking met Ceratherm moet het lijmoppervlak op de ondergrond >60% zijn. Op gladde, egale ondergronden mag de lijmlaag over het gehele plaatoppervlak worden aangebracht. De lijmlaag met een getande spaan doorkammen. Het lijmverbruik is afhankelijk van de ondergrond. Oneffenheden tot ca. 1 cm kunnen met lijm worden weggewerkt. Bij het lijmen met Capatect-Rollkleber 615 moet de ondergrond absoluut vlak zijn en lijm met de getande spaan of roller over het gehele oppervlak worden aangebracht.
Als alternatief kan de lijm ook over het gehele hechtoppervlak van de isolatieplaat worden aangebracht. De ondergrond moet dan wel vlak zijn, zonder oneffenheden en de lijmlaag moet met een getande spaan worden doorgekamd.
Bij verlijmen met de Capatect-Rollkleber 615 mag de ondergrond absoluut geen oneffenheden vertonen. De lijmlaag op het gehele plaatoppervlak aanbrengen.

Machinaal aanbrengen van de lijmlaag
Met de tot het systeem behorende lijm en geschikte spuitmachine op de ondergrond horizontaal worststrepen lijm spuiten (lijmcontact moet ≥60% zijn). De worststreep lijm moet ca. 6,0 cm breed zijn en minimaal 10 mm dik. De asafstand tussen de worststrepen mag niet meer zijn dan 10 cm. De isolatieplaat direct in de nog natte lijmlaag aanbrengen door schuiven en goed aandrukken. Er mag geen droge laag gevormd zijn op de lijmlaag.
De isolatieplaten in steensverband horizontaal en loodrecht aanbrengen en goed aandrukken. Geen lijm op de zijkant van de plaat aanbrengen. Indien er ruimte tussen de platen ontstaat, maximaal 0,5 cm breed, deze opvullen met Capatect-Füllsschaum B1.
Niveauverschillen tussen de platen onderling moeten voorkomen worden. Eventueel aanwezige oneffenheden van de polystyreenplaten wegschuren. Schuurstof verwijderen.
Bij een overgang naar een andere ondergrond of bij voegen moet de isolatieplaat minimaal 10 cm overlappend worden aangebracht.

De isolatieplaten op hoeken vertand aanbrengen. Zorg voor een loodrechte hoek.
Bij een isolatieplaatdikte van > 100 mm moet, om brandklasse B1 te behalen, bij gevelopeningen (bijv. ramen en deuren) rondom een onbrandbare mineralewolplaat worden aangebracht over een strook van 20 cm. Houdt rekening met eventuele speciale voorschriften.
De isolatieplaat beschermen, totdat de wapeningslaag is aangebracht, tegen direct zonlicht om zo overmatig opwarmen van het oppervlak te voorkomen.
De verlijmde platen zo snel als mogelijk, na de vereiste droogperiode, behandelen met de wapeningspleister.
 
Voor verdere instructies voor het lijmen van de isolatieplaten de technische informatiebladen van de producten 185, 186M, 190, 700 en 615 raadplegen.
 
Bij mechanische verankering door middel van pluggen de juiste hoeveelheid en wijze van aanbrengen aanhouden zoals is voorgeschreven. Dit is per object verschilend en afhankelijk van onder andere ondergrond, hoogte en soort isolatiemateriaal.
 
De isolatieplaat mag niet in contact komen met oplosmiddelen.

Verbruik

1 m2/m2

Verwerkingsomstandigheden

Tijdens verwerken en drogen mag de temperatuur omgevings- en ondergrondtemperatuur niet lager dan 5 °C en niet hoger dan 30 °C zijn.
Vermijd contact met aromatische oplosmiddelen.

Afval

Materiaalresten via de daarvoor geëigende kanalen afvoeren.

Servicecentrum

DAW Belgium

Tel.: (+32) (0)11 60 56 30
Fax: (+32) (0)11 52 56 07
e-mail: info@caparol.be

Kijk ook op www.caparol.be