AmphiColor Vollton- und Abtönfarbe

Voor het aankleuren van dispersie- of latexverven, kunstharspleisters en decoratieve toepassingen voor binnen en buiten.
caparol_pim_import/caparol_be/products/image/153628/049921_AmphiColor_750ml_und_5L_NL.png

Toepassing

Dispersieverf in kleur met een hoge graad van verzadiging voor intensief gekleurde, weerbestendige gevels en voor schuurbestendige toepassing binnen. Ook voor het aankleuren van dispersie- of latexverven en kunstharspleisters. UItstekend geschikt voor schitterende, kleurvaste publiciteitsopschriften en tekeningen.

Eigenschappen

  • oplosmiddelvrij
  • waterverdunbaar, milieuvriendelijk en geurarm
  • weerbestendig
  • natte slijtage conform DIN EN 13300, klasse 2, komt overeen met „schuurbestendig" conform DIN 53778
  • waterafstotend conform DIN 4108
  • hoge bescherming tegen regen, komt overeen met klasse „lage waterdoorlaatbaarheid" van de DIN EN 1062:
    ≤ 0,1 [kg/(m2•h0,5)], W3
  • goed waterdampdoorlaatbaar, komt overeen met klasse „middelmatige waterdampdoorlaatbaarheid" conform DIN EN 1062: ≥ 0,14 - < 1,4, V2
  • zo lichtecht mogelijk, krachtige kleuren, gemakkelijk in te mengen
  • bestand tegen in wateroplosbare desinfecteermiddelen en huishoudelijke reinigingsmiddelen
  • alkaliresistent, verzeept niet
  • bescherming tegen aggressieve uitlaatgassen
  • gemakkelijke verwerking

Materiaalbasis

Kunststofdispersie conform DIN 55945.

Verpakking

250 ml, 750 ml, 5 l

Kleur

Blau, Dunkelbraun, Gelb, Grün, Grüngelb, Magenta, Ocker, Orange, Rot, Rot­braun, Schwarz, Umbra, Violett, Weiß; naar believen onder mekaar te vermengen.

Kleurbestendigheid conform BFS-Merkblatt Nr. 26:
Klasse: B
Groep:

Blau2Orange3
Dunkelbraun1Rot3
Gelb3Rotbraun1
Grün2Schwarz1
Grüngelb1Umbra1
Magenta3Violett3
Ocker1Weiß1
AVA: De grote kleurkeuze
Bild 5 (029546_TI_500_Farbfeld_blau.jpg)Bild 6 (029562_TI_500_Farbfeld_dunkelbraun.jpg)
BlauDunkelbraun
Bild 8 (029564_TI_500_Farbfeld_gruen.jpg)Bild 9 (029565_TI_500_Farbfeld_gruengelb.jpg)
GrünGrüngelb
Bild 11 (029567_TI_500_Farbfeld_ocker.jpg)Bild 14 (029570_TI_500_Farbfeld_rotbraun.jpg)
OckerRotbraun
Bild 15 (029571_TI_500_Farbfeld_schwarz.jpg)Bild 16 (029572_TI_500_Farbfeld_umbra.jpg)
SchwarzUmbra
Bild 10 (029566_TI_500_Farbfeld_magenta.jpg)Bild 12 (029568_TI_500_Farbfeld_orange.jpg)
MagentaOrange
Bild 13 (029569_TI_500_Farbfeld_rot.jpg)
Bild 17 (029573_TI_500_Farbfeld_violett.jpg)
RotViolett
Bild 7 (029563_TI_500_Farbfeld_gelb.jpg)Bild 18 (029574_TI_500_Farbfeld_weiss.jpg)
GelbWeiß

Opgelet:
Deze kleurkaart is gedrukt. Daardoor geringe kleurafwijkingen mogelijk tegenover de originele kleuren. Bij het vergelijken van kleuren, moet er rekening mee gehouden worden, dat de aard, de structuur en de zuigkracht van de ondergrond net als de omgeving en de lichtinval een kleur min of meer kunnen beïnvloeden.

Glansgraad

Zijdemat

Opslag

Koel, maar vorstvrij.
Aangebroken verpakkingen goed gesloten bewaren.

Soortelijke massa

ca. 1,2–1,3 g/cm3

Geschikte ondergronden

De ondergrond moet proper, vrij van stoffen die de hechting kunnen verminderen en droog zijn. VOB, deel C, DIN 18363, par. 3 consulteren.

Voorbereiding van de ondergrond

Buiten
Pleisters van de mortelgroepen PII en PIII/minimale drukvastheid conform DIN EN 998-1 met min. 1,5 N/mm2: Nieuwe pleisters na 2 weken uitharden, bij ca. 20 °C en 65 % rel. luchtvochtigheid, overschilderbaar. Bij minder gunstige weersomstandigheden, bv. met wind en regen, moeten duidelijk langere standtijden aangehouden worden. Door bijkomend te gronderen met CapaGrund Universal vermindert het risico op kalkuitbloeiingen bij alkalische eindpleisters van de pleistergroepen PII en PIII, zodat reeds na een wachttijd van 7 dagen overschilderd kan worden. Oude pleisters: reparaties moeten goed uitgehard en droog zijn. Op grof poreuze, zanderige, poederende pleisters een voorstrijklaag aanbrengen met OptiGrund E.L.F. Op sterk zanderige, poederende pleisters een voorstrijklaag aanbrengen met Dupa-grund. Minerale lichte pleisters van de MG PII met Sylitol- of AmphiSilan-producten schilderen.

Beton: Betonnen oppervlakken met vuilaanslag of een poederende laag mechanisch reinigen of hogedruk waterstralen, volgens plaatselijk voorschrift. Op zwak zuigende of gladde oppervlakken een voorstrijklaag aanbrengen met CapaGrund Universal. Op grof poreuze, licht zanderige of zuigende ondertronden een voorstrijklaag aanbrengen met OptiGrund E.L.F. Op poederende vlakken een voorstrijklaag aanbrengen met Dupa-grund.

Cementgebonden houtvezelplaten: Vanwege de hoge alkaliteit van cementgebonden houtvezelplaten moet om kalkuitbloeiing te voorkomen een voorstrijklaag aangebracht worden met Disbon 481 EP-Uniprimer.

Baksteen: Enkel geschikt als afwerking van vorstbestendige bakstenen zonder vreemde bestanddelen. Het metselwerk mag geen gescheurde voegen bevatten, droog en vrij zijn van zouten. Voorstrijken met Dupa-grund. Komen bij de tussenlaag bruinverkleuringen aan de oppervlakte, dan afwerken met watervrije muurverf Duparol.

Draagkrachtige lak- of dispersieverflagen: Glanzende oppervlakken en laklagen opruwen. Vuile, verkrijtende verflagen reinigen dor hogedruk waterstralen, volgens plaatselijk voorschrift. Een voorstrijklaag aanbrengen met CapaGrund Universal. Na reinigen door afwassen, borstelen of spuiten een grondlaag aanbrengen met Dupa-grund.

Draagkrachtige kunstharssierpleisters: Oude sierpleisters volgens een geschikte methode reinigen. Bij reiniging met water voor verdere behandeling de oppervalkken goed laten drogen. Een grondlaag met CapaGrund Universal. Nieuwe pleisters zonder voorbehandeling afwerken.

Oude, draagkrachtige silikaatverven en -pleisters: Met Sylitol- of AmphiSilan-producten afwerken.

Niet draagkrachtige, minerale verflagen: Geheel verwijderen door schuren, borstelen, schrapen, hogedruk waterstralen, volgens plaatselijk voorschrift of een andere geschikte methode. Bij natte reiniging het oppervlak goed laten drogen alvorens verder te werken. Voorstrijklaag met Dupa-grund.

Niet draagkrachtige lak-, dispersieverf- of kunsharssierpleisterlagen: Geheel verwijderen volgens een geschikte methode zoals mechanisch reinigen of door afbijten en naspoelen met hogedruk heetwaterstralen, volgends plaatselijk voorschrift. Op zwak zuigende, gladde oppervlakken een grondlaag aanbrengen met CapaGrund Universal. op poederende, zanderige, zuigende vlakken een grondlaag aanbrengen met Dupa-grund.

Oppervlakken vervuild door uitlaatgassen of roet: Met de watervrijd gevelverf Duparol afwerken.

Gescheurde pleisterlagen en beton: Afwerken met Cap-elast.

Onbehandelde kalkzandsteen: Afwerken met Sylitol- of AmphiSilan-producten.

Oppervlakken met zoutuitbloeiingen: Zoutuitbloeiingen door droog afborstelen verwijderen. Voorstrijken met Dupa-grund. Bij het schilderen van oppervlakken met zoutuitbloeiingen kan geen garantie worden gegeven voor een duurzame hechting dan wel voor het tegengaan van zoutuitbloeiingen.

Reparaties: Kleine reparaties met Caparol Fassaden-Feinspachtel uitvoeren. Grote reparaties tot 20 mm bij voorkeur met Histolith Renovierspachtel repareren. Reparatieclakken voorstrijken. 

Binnen
Pleisters van de mortelgroepen PII en PIII/Min. drukvastheid conform DIN EN 998-1 met min. 1,5 N/mm2: Vaste, normaal zuigende pleisterlagen zonder voorbehandeling schilderen. Poreuze, zanderige of zuigende pleisterlagen voorstrijken met OptiGrund E.L.F.

Gips- en spuitpleisters van de mortelgroep PIV/Min. drukvastheid conform DIN EN 13279 S2 met min. 2 N/mm2: Een grondlaag met Caparol-Haftgrund. Eventueel aanwezige sinterhuid en scharen afschuren. Het oppervlak stofvrij maken en voorstrijken met Caparol-Tief­grund TB.

Gipsbouwplaten: Zuigende platen impregneren met OptiGrund E.L.F. of Caparol-Tief­grund TB. Op sterk verdichte, gladde platen een voorstrijklaag aanbrengen met Capa­Sil Primer.

Gipsplaten (Gipskartonplaten): Eventueel aanwezige scharen afsluipen. Het oppervlak stofvrij maken. Zachte gispreparaties voorstrijken met Caparol-Tiefgrund TB. Een voorstrijklaag met Caparol-Haftgrund, OptiGrund E.L.F. of CapaSol LF. Bij platen met in water oplosbare bestanddelen die verkleuren impregneren met IsoGrund Ultra.

Beton: Evtl. aanwezige resten van ontkistingsmiddelen verwijderen.

Cellenbeton: Voorstrijken met Capaplex, 1 : 3 met water verdund.

Kalkzandsteen- en baksteenmetselwerk: Zonder voorbehandeling.

Goed hechtende lagen: Matte, matig zuigende oppervlakken zonder voorstrijken schilderen. Glanzende vlakken en laklagen opruwen, reinigen en voorstrijken met CapaSil Primer.

Niet goed hechtende lagen: Niet goed hechtende lak-, dispersieverf- of kunstharssierpleisterlagen geheel verwijderen. Op zwak zuigende, gladde vlakken een voorstrjklaag aanbrengen met CapaSil Primer. Op grof poreuze, zanderige en zuigende oppervlakken een voorstrijklaag aanbrengen met OptiGrund E.L.F. of CapaSol LF. Niet goed hechtende minerale verflagen mechanisch verwijderen en het oppervlak stofvrij maken. Voorstrijken met Caparol-Tiefgrund TB.

Lijmverflagen: Lijmlagen volledig wegwassen. Voorstrijken met Caparol-Tiefgrund TB.

Ongeschilderd rauhfaser-, reliëf- of ander behang van papier of glasvezel: Zonder voorbehandeling schilderen.

Niet goed hechtend behang: Volledig verwijderen. Lijm en resten van grondpapier wegwassen. Impregneren met Caparol-Tiefgrund TB. 

Oppervlakken met schimmel: Reinigen met een schimmeldodend preparaat. Oppervlak laten drogen.

Oppervlakken met nicotine, water roet of vet: Oppervlak reinigen met water waaraan een gebruikelijk schoonmaakmiddel is toegevoegd. Goed laten drogen. Voorstrijken met IsoGrund Ultra. Sterk vervuilde oppervlakken schilderen met Caparol IsoDeck of IsoDeck Ultra.

Kleine beschadigingen: Na de vereiste voorbehandeling kleine beschadigingen repareren met Caparol Akkordspachtel, volgens verwerkingsvoorschrift. Indien nodig nogmaals voorstrijken.

Verwerkingsmethode

Aanbrengen met de borstel, de rol en spuitapparatuur.

Airless:

spuithoek: 50°
nozzle: 0,019–0,025"
druk: 150–180 bar

Opbouw van het verfsysteem

Bij pure lagen:
Grond- of tussenlaag
AmphiColor Vollton- und Abtönfarbe, met max. 10 % water verdund.

Eindlaag
AmphiColor Vollton- und Abtönfarbe, met max. 5 % water verdund.

Opgelet:
De kleuren groengeel, oranje, geel, magenta en rood bevatten organische pigmenten, die van nature een geringe dekking hebben. Daarom is bij het schilderen met deze kleuren in ongemengde vorm een voorstrijklaag nodig metc ca. 5–10 % witte dispersie- of latexmuurverf nodig. Evtl. kan een 2e eindlaag nodig zijn.

Verbruik

Ca. 150 ml/m2 per laag op gladde ondergrond.
Op ruwe ondergronden beduidend meer. Nauwkeurig verbruik vaststellen door een proef op het object.

Verwerkingsomstandigheden

Temperatuur tijdens de verwerking en droging:
+5 °C voro ondergrond en omgeving

Droogtijd

Bij +20 °C en 65 % rel. luchtvochtigheid na 4–6 uren oppervlaktedroog en overschilderbaar, na 24 uur regenbestendig. Bij lagere temperatuur en hogere luchtvochtigheid verlengt de droogtijd.

Reinigen gereedschap

Gereedschap na gebruik met water reinigen.

Attentie

Bij het op kleur brengen van dispersie- of latexverven een proefvlak aanbrengen, omdat geconcentreerde kleuren donkerder kunnen opdrogen.
Bij het op kleur brengen van witte afwerkingen gelden de verwerkingsvoorschriften van de op kleur gebrachte producten.
De AVA-kleur geel is bij vermengen met veel wit en buiten toegepast slechts beperkt lichtecht. Daarom geen heldere, gele pasteltinten buiten toepassen of anders met andere kleuren zoals oker vermengen. Acryllakken, silicaat- en siliconenharsverven niet met AVA, op kleur brengen. Gebruik hiervoor de kleurpasta's die afgestemd zijn op de eigenschappen en glansgraad van deze producten. 

Om aanzetten te voorkomen nat-in-nat zonder onderbreking aanbrengen. Niet geschikt voor horizontale vlakken waarop water blijft staan.
Niet verwerken bij regen, zeer hoge luchtvochtigheid (nevelà en in de directe zon. In dat geval de steigers met netten afdekken. Bij gebruik van Caparol-Tiefgrund TB binnen, kan de geur van oplosmiddel merkbaar zijn. Goed ventileren. In gevoelige ruimten het geurarme en aromatenvrije AmphiSilan-Putz­festiger gebruiken.

Bij donkere kleuren kan een mechanische belasting lichte strepen (schrijfeffect) veroorzaken. Dit is een producteigenschap eigen aan alle matte tot zijdematte gevelverven.

Bij dichte, koele ondergronden of bij vertragingen van de droging door weersomstandigheden kunnen door vocht (regen, dauw, nevel) hulpstoffen aan het oppervlak geelachtig/transparante, licht glanzende en kleverige lopers vormen. Deze hulpstoffen zijn wateroplosbaar en worden met voldoende water, bv na meermaals heftige regenbuiten vanzelf weer verwijderd. De kwaliteit van de lag wordt daardoor niet nadelig beïnvloed. Als er toch onmiddellijk verder gewerkt moet worden, moeten de lopers/hulpstoffen met water geweekt worden en na korte inwerking volledig afgewassen worden. Een bijkomende voorstrijklaag met CapaGrund Universal anbrengen. Bij verwerking onder geschikte weersomstandigheden treden zulke lopers niet op.

Aftekeningen van reparaties in het oppervlak hangen van veel factoren af en zijn daardoor onvermijdelijk.

Compatibiliteit met andere verven:
Met alle Caparol-dispersie- of -latex-verven, -plastic en kunstharssierpleisters.

Let op! (stand conform laatste uitgave)

Buiten het bereik van kinderen bewaren. Damp en spuitnevel niet inademen. Bij aanraking met de ogen onmiddellijk overvloedig afspoelen met water en deskundig advies inwinnen. Tijdens de verwerking zorgen voor goede ventilatie. Niet eten, niet drinken, niet roken tijdens de verwerking. Neem passende maatregelen om verspreiding in het milieu te voorkomen.

Afval

Nur restentleertes Gebinde zum Recycling geben. Flüssige Materialreste bei der Sammelstelle für Altfarben/Altlacke abgeben, eingetrocknete Materialreste als Bau- und Abbruchabfälle oder als Siedlungsabfälle bzw. Hausmüll entsorgen.

EU-grenswaarde VOS

van dit product (Kat. A/a): 30 g/l (2010).Dit product bevat max. < 1 g/l VOC.

Productcode

M-DF01

Inhoudstoffen

Acrylhars-dispersie, titaandioxide, pigment, minerale vulstoffen, water, additieven