
Universal Compact
Vullende, zeer waterdamp doorlaatbare, kwartshoudende structuurlaag.



Toepassing
Goed vullende, structuurgevende en scheurvullende coating voor binnen en buiten. Geschikt als grond-, tussen- en afwerklaag. Vullende gevelcoating op pleisters, draagkrachtige matte silicaat-, siliconenhars- en dispersieverven, intacte gevelisolatiesystemen. Universal Compact is geschikt als beschermlaag van cellenbeton-wandplaten en voldoet aan alle eisten van de cellenbetonfabrikanten.
Geeft structuur, egaliseert optisch ongelijkmatig afgevlakte minerale pleisters of reparatieplekken. Goed geschikt voor het dichtzetten van fijne droogscheurtjes in pleisters. Speciaal als dekkende tussenlaag voor dispersie-, siliconenhars- en dispersie-silicaatverven.
Binnen kan Universal Compact als fijn gestructureerde tussenlaag voor creatieve silicaat lazuurtechnieken ingezet worden.
Eigenschappen
- minimale emissie
- conserveringsmiddelvrij
- geeft structuur
- zeer goed waterdampdoorlatend
- verkiezelen voor navolgende dispersie-silicaatverven
- vult haarscheurtjes
Materiaalbasis
kaliwaterglas met organische toeslagstoffen, conform DIN 18363, Abs 2.4.1.
Verpakking
8 kg, 22 kgKleur
Wit.
Universal Compact is volgens het ColorExpress-systeem in vele kleuren te leveren tot een helderheidsgraag van ca. 70.
Bij het op kleur te brengen met Histolith Volltonfarbe (Max 10%) blijft de conserveringsvrije eigenschap gewaarborgd. Bij grotere toevoeging wordt de gewenste structuur en vulling niet bereikt.
Om kleurverschillen te voorkomen de totaal benodigde hoeveelheid in één keer mengen.
Om eventuele kleurfouten te herkennen, vóór verwerking de exactheid van de kleuren controleren. Na verwerking zijn kleurklachten niet meer ontvankelijk.
Op grote oppervlakken uitsluitend kleur van één charge toepassen. Bij het coaten van cellenbeton zou de helderheidsgraad hoger dan 30 moeten zijn.
Heldere en intensieve kleuren zoals geel, oranje, rood etc. hebben een matige dekkracht. Daarom wordt aangeraden bij deze kleuren een grondlaag in de passende Caparol-Grondverfsysteem aanbevolen, alternatief met een vergelijkbare, dekkende op wit gebaseerde pastelkleur voor te strijken. Eventueel is een 2e eindlaag nodig.
Kleurvast conform BFS-Merkblat Nr. 26:
Klasse: B
Groep: 1
Glansgraad
Reflectometerwaarde:Klasse G3 (mat) volgens DIN EN 1062-1
Meethoek 85°, vereiste ≤ 10
Opslag
Koel maar vorstvrij opslaan. Aangebroken potten goed gesloten houden.In de originele gesloten verpakking minstens 24 maanden houdbaar.
Technische eigenschappen
Vastestofgehalte:
Gewichts%: 73.9
Volume%: 45
Maximale korrelgrootte
Klasse S3 (grof) conform DIN EN 1062-1S < 1500 µm conform ISO 787
Soortelijke massa
ρ ≈ 1,6 g/cm3
Drogelaagdikte
Klasse E4 conform DIN EN 1062-1E = >200 - ≤400 µm conform ISO 3233
Diffusie-equivalente luchtlaag Sd
Kategorie V1 (hoog) conform DIN EN 15824sd < 0,14 m conform DIN EN ISO 7783
Wateropname
Klasse W3 (laag) conform DIN EN 1062-1W ≤ 0,1 kg/(m2h1/2) conform DIN EN 1062-3
Scheurklasse
Scheuroverbruggend Opbouw verfsysteem:2 x 400 g/m2 Universal Compact, Klasse: A1 (> 100 µm)
Aanvullende producten
Histolith® Antik-LasurAttentie
De aangegeven waarden zijn een gemiddelde en kunnen door gebruik van natuurlijke grondstoffen per charge iets afwijken.Daar aankleuren kunnen de technische gegevens iets afwijken.
Toepassing conform technisch informatieblad nr. 606
| binnen 1 | binnen 2 | binnen 3 | buiten 1 | buiten 2 |
| + | + | + | + | + |
| (–) niet geschikt / (○) beperkt geschikt / (+) geschikt | ||||
Geschikte ondergronden
- Minerale ondergronden, bijv. pleisters van CS II volgens DIN EN 998-1 (drukvastheid ten minste 1,5 N/mm2) of van PII volgens DIN 18550, beton, metselwerk, vezelcement, cementgebonden houtvezelplaten
- Pasteuze pleisters en coatings op basis van dispersie, siliconenhars, silicaat en dispersiesilicaat
- Cellenbeton-wandplaten
- inzetbaar in ETICS, in massieve bouw en renovatie
De ondergrond moet schoon en droog zijn, en vrij van stoffen die de hechting verminderen.
Om coatings met een uniforme kleur te verkrijgen, moet de ondergrond gelijkmatig zuigend zijn.
Controleer de ondergrond.
De oorzaak van scheuren in ondergronden achterhalen en scheuren op de juiste manier repareren, afhankelijk van het type en de omvang van de scheur.
Raadpleeg de Technische Informatie nr 650 van Caparol "Ondergronden en hun voorbehandeling".
Voorbereiding van de ondergrond
De volgende informatie is als voorbeeld bedoeld en niet bindend. De coating wordt aangebracht na de nodige voorbereiding van de ondergrond. Het wordt aanbevolen om een testoppervlak te creëren om de compatibiliteit van de coating te bepalen.
Beschermende maatregelen:
Glas, keramiek, klinkers, natuursteen, geverfde, geglazuurde, geanodiseerde oppervlakken en te beschermen oppervlakken zorgvuldig afdekken. Verwijder spatten onmiddellijk met water.
Reinigen van vervuilde ondergronden met / zonder draagkrachtige lagen:
Vervuilde oppervlakken reinigen, minder stabiele lagen met een geschikte methode verwijderen. Wettelijke voorschriften in acht nemen. Bij behandeling met water voldoende droogtijd in acht nemen.
Mogelijke methoden (niet bindend):
- Chemisch reinigen: Vegen, afborstelen.
- Waterstralen onder druk: max. temperatuur 60° C, max. druk 60 bar.
- Mechanisch reinigen: strippen, schuren, schrapen, plaatselijk demonteren, enz.
De wachttijd voor het behandelen van nieuwe pleisters is onder andere afhankelijk van weersinvloeden en de laagdikte. Bij lage temperaturen en hoge luchtvochtigheid wordt deze verlengd. De gegevens zijn gebaseerd op 20 °C en 65% relatieve luchtvochtigheid en dienen ter oriëntatie.
Nieuwe minerale pleisters:
- Richtwaarde minimaal 1 dag per mm totale laagdikte van basis- en bovenpleister, maar minimaal 14 dagen. Langere wachttijden verminderen het risico op kalkuitbloeiingen.
- Door een grondlaag met CapaGrund Universal wordt het risico op kalkuitbloeiingen van minerale bovenpleisters verminderd, zodat al na een standtijd van minimaal 7 dagen kan worden gecoat. Alternatief kunnen minerale pleisters met Sylitol Finish 130 worden gecoat.
- Vooral bij intensievere kleuren zijn mogelijk maatregelen vereist (bijv. langere standtijd van de pleisterondergrond, een grondlaag met CapaGrund Universal, bescherming tegen weersinvloeden).
Nieuwe pasteuze pleisters:
- Behandeling na volledige doordroging, vroegstens na 2-3 dagen.
- Eventueel voorstrijken met CapaGrund Universal.
Oude minerale pleisters, beton, minerale coatings, silicaatverven:
Verweerde pleisters: Grondlaag aanbrengen met Sylitol® RapidGrund 111. Indien nodig, structuur egaliserende tussenlaag met Universal Compact met de rol aanbrengen.
Sterk en ongelijkmatig zuigend, aan het oppervlak zandend: Mengsel van 1-2 delen Sylitol® RapidGrund 111 en 1 deel water verzadigend met de borstel inwrijven. Bij sterk zuigende pleisters 2 keer nat in nat aanbrengen.
Sterk herstelde, licht gebarsten minerale oppervlakken: 1- tot 2-malige slammende tussenlaag met Universal Compact, op gladde oppervlakken met de borstel, op ruwe oppervlakken met de rol.
Silikaatpleisters:
Wachttijd voor nieuwe silikatenpleisters is minimaal 2-3 dagen.
Zuigende, zandende of melende oppervlakken: Grondlaag aanbrengen met Sylitol® RapidGrund 111.
Oude pasteuze matte coatings:
Sterk zuigend: verstevigende grondlaag met Sylitol® RapidGrund 111.
Voor het egaliseren van ongelijkmatige oppervlaktestructuren: een tussenlaag aanbrengen met Universal Compact (tot maximaal 10% verdund met Sylitol® RapidGrund 111).
Pleister / beton met sinterhuid, pleisterreparaties:
Behandelen met Histolith® Fluat en naspoelen.
Herstelplekken moeten goed zijn uitgehard en droog zijn.
Beton met eisen volgens DIN EN 1504-3:
Raadpleeg het Disbon productprogramma.
Gebarsten pleisterwerk of betonnen ondergronden:
Achterhaal de oorzaak van scheuren in ondergronden en repareer scheuren op de juiste manier, afhankelijk van het type en de omvang van de scheur. Afhankelijk van de scheurklasse coaten met FibroSil of PermaSilan.
Door schimmels of algen aangetaste oppervlakken:
Reinig oppervlakken met schimmel- of algenaantasting door natstralen in overeenstemming met de wettelijke voorschriften. Na het drogen voorbehandelen met een fungicide volgens de instructies van de fabrikant.
Zoutuitbloeiingen, vocht:
Coatings worden voortijdig vernietigd door minerale zouten. Bij het coaten van oppervlakken met zoutuitbloeiingen en (optrekkend) vocht kan geen garantie worden gegeven voor de permanente hechting van de coating of het voorkomen van zoutuitbloeiingen.
Raadpleeg het Histolith® productprogramma.
Cellenbeton-wandpanelen:
Cellenbetonoppervlakken grondig afborstelen, verontreinigingen verwijderen. Uitgebroken en defecte plekken > 5 mm, holtes, defecten en productie-gerelateerde oneffenheden tot 5 mm diepte herstellen.
Draagkrachtige oude coatings: Een grondlaag met CapaGrund Universal wordt aanbevolen.
Zichtmetselwerk van baksteen:
Alleen vorstbestendige bakstenen of klinkers zonder vreemde insluitingen zijn geschikt voor coatings. Het metselwerk moet scheurvrij gevoegd, droog en zoutvrij zijn. Grondlaag aanbrengen met Dupa Fix Grund. Bij bruinverkleuringen in de tussenlaag verder werken met de watervrije gevelverf Duparol.
Natuursteen:
Natuurstenen moeten stevig, droog en vrij van uitbloeiingen zijn. Aan het oppervlakte verweerde stenen moeten voor het schilderen door meervoudige behandeling met Dupa Fix Grund verstevigd worden. Steenreparaties niet met pleistermortel, maar met steenvervangende materialen herstellen. Goed afgebonden herstelde plekken fluatteren (Histolith® Fluat).
Kalkzandsteenmetselwerk:
Alleen vorstbestendige bakstenen die geen uitslaande en verkleurende vreemde insluitingen zoals zand- en leemknollen bevatten, zijn geschikt om te schilderen. Het metselwerk moet scheurvrij gevoegd, droog en zoutvrij zijn. Bij krijtende/melende oppervlakken het gehele oppervlak met Histolith® Fluat insmeren en naspoelen.
BINNEN
Gipspleisters volgens DIN EN 13279-1 / drukvastheid min. 2 N/mm2:
Gipspleisters met sinterhuid schuren en ontstoffen, een grondlaag met een diepindringde primer zoals OptiSilan TiefGrund of Sylitol® RapidGrund 111.
Gipsplaten:
Op zuigende platen een grondlaag met een diepindringde primer zoals OptiSilan TiefGrund.
Gipskartonplaten:
Plamuurgraten afschuren en het oppervlak stofvrij maken. Geschuurde gipsplamuurplekken en gipskartonplaten een grondlaag aanbrengen met OptiSilan TiefGrund of Sylitol® RapidGrund 111. Bij sterker zuigende platen altijd een grondlaag met OptiSilan TiefGrund. Bij platen met in water oplosbare, verkleurende inhoudsstoffen een grondlaag aanbrengen met CapaTex IsoMat.
Lijmverven:
Grondig afwassen. Alternatief mechanisch verwijderen, naspoelen en een grondlaag aanbrengen met een diepindringende primer zoals OptiSilan TiefGrund.
Opmerking Q2/Q3 plamuren / dunne gipslagen < 0,5 mm:
Bij gebruik van gipsgebonden, hydraulisch uithardende plamuurmassa’s in kwaliteitsniveau Q2/Q3 wordt een transparante, waterige grondlaag aanbevolen. Als alternatief voor de gipsgebonden Q3 plamuren zijn plamuren met pasteuze plamuurmassa’s effectief gebleken.
Verwerkingsmethode
Aanbrengen met kwast / rol (gestructureerde ondergronden) of borstel (gladde ondergronden), truweel of plakspaan. Materiaal goed doorroeren. Verzadigend slammend aanbrengen.Bij cellenbetonplaten
Grondlaag: met de rol plaat per plaat aanbrengen.
Eindlaag: plaat per plaat met de rol aanrbengen en onmiddellijk na het aanbrengen gelijkmatig en zonder aanzetten in 1 richting met schuimstofrol (bijv. Moltropreen-grof) afrollen.
Spuitmethode:
Materiaal goed doorroeren.
Verdunning: max. 10% Sylitol® RapidGrund 111
Spuitdruk: 3 - 4 bar
Machine: Inotec InoBeam M8 Peristaltische pomp
Düsengrootte: 4 mm
De natte coating lichtjes nabewerken met een rol.
Opbouw van het systeem
Om aanzetten te vermijden, nat-in-nat in één keer aanbrengen.
Indien nodig grondlaag(en) in het kader van de ondergrondvoorbereiding.
Aanbrengen met kwast / rol / borstel:
Grondlaag: Tot maximaal 10% verdunnen met Sylitol® RapidGrund 111.
Tussen- en eindlaag: Tot maximaal 5% verdunnen met Sylitol® RapidGrund 111.
Gebruik als eerste laag voor cellenbeton:
Grondlaag: Een emmer (22 kg), verdunnen met ca. 1,6–2,0 l (8–10 gewichts%) Sylitol® RapidGrund 111.
Eindlaag: Een emmer (22 kg), verdunnen met ca. 0,4–0,6 l (2–3 gewichts%) Sylitol® RapidGrund 111.
Verbruik
- ca. 400–500 g/m2 per laag op gladde ondergrond.
- Bij de eerste laag op cellenbetonplaten: rekening houden met een verbruik van 900-1000 g/m2 zowel bij de grondlaag als bij de eindlaag.
Deze waarden zijn richtwaarden.
Nauwkeurig verbruik vaststellen door een proef op het object.
Verwerkingsomstandigheden
Tijdens verwerking en droogfase moet de temperatuur tussen 5 °C en 30 °C voor omgeving en ondergrond liggen. Niet in directe zon, bij sterke wind, mist of bij een hoge luchtvochtigheid verwerken.Bij slechte weersomstandigheden de noodzakelijke beschermende maatregelen treffen.
Wachttijd
De wachttijd voor het overschilderen hangt onder andere af van de weersomstandigheden en de laagdikte. De specificaties hebben betrekking op 20 °C en 65 % relatieve luchtvochtigheid en dienen als richtlijn.
- Overschilderbaar na ongeveer 12 uur
- Volledig droog en belastbaar na min. 24 uur
Reinigen gereedschap
Gereedschap onmiddellijk na gebruik reinigen met water met inachtneming van de wettelijke voorschriften. Gereedschap tijdens de pauzes in de verf of onder water bewaren.Opmerkingen
Cellenbetoncoatings op cellenbeton-wandelementen (wandpanelen) moeten een TSR-waarde van ≥ 30% handhaven.
Herstellingen in het oppervlak kunnen, zelfs bij gebruik van het originele coatingmateriaal, min of meer sterk zichtbaar zijn. Zichtbaarheid van herstellingen is onvermijdelijk.
Horizontale oppervlakken constructief beschermen (bijvoorbeeld door bekleding met plaatstaal).
Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)
Coform EU-richtlijn
Enkel voor professioneel gebruik
Let op! Bij verneveling kunnen gevaarlijke inhaleerbare druppels worden gevormd. Spuitnevel niet inademen. Veiligheidsinformatieblad op verzoek verkrijgbaar. Voor professionele/industriële toepassingen.
Verwijdering: Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale, nationale en/of internationale regelgeving. Waswater mag niet in de riolering/het milieu terechtkomen.
VOS-gehalte conform RL 2004/42/EG: Het VOS gehalte van dit product is max. 1 g/l.
Certificaat van inhoudstoffen conform Duitse VdL-richtlijn 01: Kali-waterglas, Polyacrylaathars, Polysiloxaan, Silicaat, Calciumcarbonaat, Titaandioxide, Water, Additieven
Afval
Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale regelgeving.
EU-grenswaarde VOS
De EU-grenswaarde VOS voor dit dit type product (cat. A/a) is max. 30 g/l (2010). Het VOS gehalte van dit product is max. < 1 g/l.
Inhoudstoffen
Bevat: Alkaliwaterglas, Polyacrylaathars, Polysiloxane, Silikaat, Calciumcarbonaat, Titandioxid, Water, AdditievenServicecentrum
DAW Belgium B.V.Tél.: (+32) (0)11 60 56 30
E-mail: info-tech@daw.be
www.caparol.be
Technische informatie
- Technische informatie Universal Compact
- Definitie van de inzetgebieden
- TI nr. 650 Ondergronden en hun voorbereiding
Veiligheidsblad
Informatie
Technische informatie
- Technische informatie Universal Compact
- Definitie van de inzetgebieden
- TI nr. 650 Ondergronden en hun voorbereiding