caparol_pim_import/caparol_be/products/image/249283/067068_ArmaReno_700_Sockeleignung.png

Capatect Armareno 700

Minerale "allround”-mortel in poedervorm.

Toepassing

Hoogwaardige kleef- en wapeningsmortel, te gebruiken als:
lijm voor isolatieplaten in de Capatect-systemen
wapeningsmortel en eindpleister in de Capatect-systemen
renovatiemortel voor oude, draagkrachtige pleisterlagen
hechtmortel (dunne laag), voor bijv. glad beton zonder sinterhuid en diverse plaatmaterialen
geschikt in het sokkelbereik van gevelisolatiesystemen
als kaleimortel (af te werken met silicaat-/siliconenverven)

Eigenschappen

  • weerbestendig en waterwerend
  • zeer waterdampdoorlatend
  • extreem spanningsarm door toevoeging van vezels
  • leent zich uitstekend voor machinale verwerking
  • lange verwerkingstijd
  • met toevoegingen ter hydrofobering, soepele verwerking en zeer goede hechting

Verpakking

25 kg

Kleur

Wit.

Opslag

Koel, droog en vorstvrij.
Tegen vocht en direct zonlicht beschermen. Silo's tijdens langere pauzes (winterstop) volledig leeg maken.
In originele, gesloten verpakking ca. 12 maanden te bewaren.

Soortelijke massa

ca. 1,6 g/cm3 conform DIN EN 1015-6

Warmtegeleiding

λ10, dry, mat ≤ 0,82 W/(m∙K) voor P=50% 
λ10, dry, mat ≤ 0,89 W/(m∙K) voor P=90%

Diffusieweerstandsfactor µ (H2O)

< 25 conform DIN ISO 7783

Drukvastheid

Klasse CS III conform DIN EN 998-1

Hechttreksterkte

≥ 0,08 N/mm2 - Breukbeeld A, B of C

Brandreactie

A2-s1, d0 conform DIN EN 13501-1

Wateropnamecoëfficiënt

w ≤ 0,1 kg/(m2 · h0,5) conform DIN EN 1062 – 3

Materiaalbasis

Mineraal bindmiddel conform DIN EN 197-1
Kunstharsdispersiepoeder

Capillaire wateropname

≤ 0,2 kg/(m2h1/2) conform DIN EN 1015-18
Klasse WC 2 conform DIN EN 998-1

Product-nr.

700

Voorbereiding van de ondergrond

De ondergrond moet effen, zuiver, droog, vast, draagkrachtig en vrij van losse, hechting verminderende substanties zijn.

Vensterbanken en dergelijke afplakken. Glas, keramiek, natuursteen, gelakte en geanodiseerde vlakken zorgvuldig afdekken.

De compatibiliteit van de ondergrond met de mortel testen.

Renovatiemortel:
Minerale pleisters (pleisters van mortelgroep PII en PII) desgevallend reinigen om een draagkrachtig oppervlak te bekomen. Licht zandend oppervlak reinigen en voorstrijken met Sylitol® RapidGrund 111.
Oude, goed hechtende en niet krijtende verflagen reinigen, bijvoorbeeld door hogedruk-waterstralen.
Oude, goed hechtende en licht krijtende verflagen reinigen, bijvoorbeeld door hogedruk-waterstralen en voorstrijken met Sylitol® RapidGrund 111.
Oude, niet goed hechtende verflagen geheel verwijderen. Vlakken met scheuren in pleisterwerk kunnen uitsluitend behandeld worden wanneer de scheuren stabiel zijn.

Hechtmortel (dunne laag):
Betonnen oppervlakken desgevallend reinigen.

Verwerkingsmethode

Het lijmen van de isolatieplaten
Polystyreen- en minerale wolplaten:
De lijm volgens de zogeheten ‘punt/worst’- methode (de rand ongeveer 5 cm breed en 3-6 handpalmgrote dotten lijm in het midden) op de achterzijde van de plaat aanbrengen. Het lijmcontact met het oppervlak moet meer zijn dan 40%. Bij onbehandelde minerale wolplaten de mortel eerst dun op het hechtvlak aanbrengen en scherp afmessen.

Lamellen minerale wolplaten:
Lijm over gehele oppervlak:
De lijm met een getande plakspaan op de volledige achterzijde van de plaat opkammen en tegen de ondergrond aandrukken. De grootte van vertanding is afhankelijk van de toestand van de ondergrond.

Machinale verwerking:
De lijm machinaal op de ondergrond (wand) in verticale banen spuiten. De lijmstrepen moeten ca. 5 cm breed en in het midden minstens 10 mm dik zijn. De as-afstand mag niet meer dan 10 cm bedragen. De isolatieplaten moeten onmiddellijk gedrukt worden in het verse lijmbed waarmee een kleefcontact van 50% is bereikt. Enkel zo veel lijm aanbrengen als er direct nadien isolatieplaten aangebracht kunnen worden.

Oneffenheden tot ca. 1 cm kunnen met lijm worden weggewerkt. De isolatieplaten in halfsteensverband van onder naar boven aanbrengen en goed aandrukken. Geen lijm op de zijkant van de plaat aanbrengen. De platen waterpas plaatsen. Minimum 48u na het plaatsen van de platen kunnen de schotelpluggen worden aangebracht of de wapeningslaag geplaatst.

Wapeningslaag
Na het aanbrengen van de hoekbescherming, raamaansluitingen en diagonaalweefsel op de hoeken van kozijnen de wapeningspleister op baanbreedte van het wapeningsweefsel op de isolatieplaat aanbrengen en onmiddellijk opkammen met een kamspaan. De dimensionering van de kamspaan gebeurt overéénkomstig de opgegeven laagdikte in het technisch informatieblad van de wapeningsmortel. Het systeem- wapeningsweefsel in het verse kambed plooivrij indrukken en aansluitend met een spackmes inbedden en vlak afwerken. Het weefsel dient volledig door de wapeningsmortel bedekt te zijn. Weefselbanen 10cm overlappend aanbrengen.  Het weefsel moet bij een onderpleister met een dikte tot 4 mm in het midden, resp. bij meer dan 4 mm dikke onderpleister in het bovenste derde van de laag ingebed worden.

De laagdikte bij polystyreenplaten moet ca. 3- 7 mm zijn, bij minerale wolplaten 4-7 mm.

Renovatiemortel
Afhankelijk van het project kan de Capatect ArmaReno 700 gebruikt worden voor:
plaatselijke reparaties
het egaliseren van oude sierpleisters
het pleisteren van muren, inbedden van weefsel wordt hierbij aanbevolen.
De verwerking kan zowel handmatig als machinaal.

Eindpleister
Afhankelijk van de zuiging van de ondergrond en de weersomstandigheden tijdens de verwerking moet eventueel een grondlaag met Sylitol® RapidGrund 111 aangebracht worden.
Om een glad oppervlak te krijgen moet Capatect ArmaReno 700 op de aanwezige ondergrond (onderpleisters van mortelgroepen PII/PIII of een wapeningslaag in ArmaReno 700) in ca. 2 tot 3 mm laagdikte aangebracht worden.
Tijdens het bindingsproces het oppervlak met een vochtige latexspons of sponsbord bewerken.

Tip:

Er kunnen na het bewerken, door bindmiddel aan het oppervlakte (sinterlaag), fijne krimpscheurtjes ontstaan. Dit fenomeen kan geen voorwerp uitmaken van een klacht. 
Nieuw pleisterwerk voldoende laten drogen, ca. 2 tot 4 weken bij 20°C en 65% rel. luctvochtigheid. Bij slechtere weersomstandigheden, moeten langere tijden gerespecteerd worden. Door voor te strijken met CapaGrund Universal vermindert de kans op kalkuitbloeiïngen, zodat na 7 dagen de verf ThermoSan of AmphiSilan in twee lagen aangebracht kan worden.

Dunne hechtmortel
Op beton zonder sinterhuid en isolatieplaten de Capatect ArmaReno 700 minstens in 5 mm laagdikte aanbrengen, met een pleisterkam opruwen. Droogtijd is ca. één dag per mm laagdikte, pas daarna de volgende laag aanbrengen.

Sokkelbereik
Bij het gebruik van Capatect ArmaReno 700 onder het maaiveld moet er een bijkomende vochtbescherming tot ca. 50 mm boven het maaiveld voorzien worden.

Verbruik

Lijm:
ca. 4,5 – 6,0 kg/m2 afhankelijk van de manier van verlijmen en de soort isolatie

Wapeningslaag:
ca. 1,6 kg/m2/mm laagdikte

Renovatiemortel en hechtingspleister:
ca. 1,6 kg/m2/mm laagdikte

Gesponste pleister:
ca. 3,2 – 4,5 kg/m2 bij 2-3 mm laagdikte.

De verbruikswaarden zijn richtwaarden, afhankelijk van project of verwerking.
Nauwkeurig verbruik door middel van een proef op het project vaststellen.

Verwerkingsomstandigheden

Minimaal 5 °C en maximaal 30 °C voor materiaal, omgeving en ondergrond tijdens verwerking en droogfase.
Niet bij directe zonnestralen, bij harde wind, mist of hoge luchtvochtigheid verwerken.

Droogtijd

Ca 3 - 7 dagen bij 20 °C en 65 % relatieve luchtvochtigheid afhankelijk van de laagdikte (richtwaarde: ca. 1 mm per dag).
De wapeningspleister is na ca. 24 uur oppervlaktedroog.

Reinigen gereedschap

Na gebruik reinigen met water.

Materiaalbereiding

Benodigd water per zak van 25 kg: ca. 5,5 - 6,5 l

Capatect ArmaReno 700 kan met vrijwel alle doorloopmengers, wormpompen en pleistermachines verwerkt worden. Ook handmatig met een krachtig, langzaam draaiende mixer aan te maken. Meng met zuiver, koud water tot een homogene massa ontstaat. Het gemengde materiaal ca. 5 minuten laten opstijven en nogmaals kort roeren. Indien nodig de consistentie na opstijven met water aanpassen.

 
Afhankelijk van de weersomstandigheden bedraagt de verwerkingstijd van het handmatig gemengd materiaal max. 2 uur, bij machinale verwerking max. 60 minuten. Ingedikt materiaal niet meer aanlengen.

Attentie

Tijdens applicatie en droogfase de aangebrachte mortel tegen regen beschermen. Plaats eventueel beschermende afdekmateriaal en de steigers.

Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)

Uitsluitend bedoeld voor professioneel gebruik

Conform EU-richtlijn
Gevaar.
Veroorzaakt huidirritatie.
Veroorzaakt ernstig oogletsel.

Bij het inwinnen van medisch advies, de verpakking of het etiket ter beschikking houden; Buiten het bereik van kinderen houden.
Inademen van stof en nevel vermijden.
Na het werken met dit product de handen grondig wassen. .
Beschermende handschoenen/oogbescherming dragen.
BIJ CONTACT MET DE OGEN: voorzichtig afspoelen met water gedurende een
aantal minuten; contactlenzen verwijderen, indien mogelijk; blijven spoelen.

onmiddellijk een arts raadplegen en verpakking of etiket tonen.

Bevat: cement, portland-, chemicaliën, calciumdihydroxide.

Inhoudsstoffen: cement, polyvinylacetaathars, calciumhydroxide, silicaten, calciumcarbonaat, minerale pigmenten / vulstoffen, additieven

In geval van accidentele indigestie raadpleeg het Antigifcentrum 070/245 245

Afval

Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale regelgeving.

Giscode

ZP1

Toelating

ETA-10/0436
ETA-12/0575

ATG 2737

CE-normering
Het CE-logo wordt conform EN 998-1 en EN 15824 op de verpakking aangegeven en het
informatieblad is via www.caparol.be te downloaden.

Servicecentrum

DAW Belgium B.V.
Tél.: (+32) (0)11 60 56 30
Fax: (+32) (0)11 52 56 07
E-mail: info-tech@daw.be
www.caparol.be

Een verjongingskuur dankzij een…

Een schitterende noodoplossing

Modern en authentiek

Verdoezelen met verf

Kaleien vraagt heel wat vakkennis

Restaurant De Lusthof in een nieuw jasje

Total make over van een geklasseerde…

Een alternatief voor klassieke…