
Capatect MW-Dämmplatte 035 LIGHT 145
Lichte, onbrandbare gevelisolatieplaat in minerale wolToepassing
Onbrandbare gevelisolatieplaat van minerale wol voor verlijmde en verplugde Capatect gevelsystemen.Eigenschappen
- Laag gewicht voor optimale hantering op de bouwplaats
- Lage dynamische stijfheid voor betere geluidsisolatie
- Snelle montage door geoptimaliseerde hoeveelheden pluggen
- Dubbelzijdige coating
- Machinale verlijming mogelijk zonder voorafgaande behandeling van de plaat
- Gecertificeerd vlg. conformiteitsnorm DIN EN 13162
- Arbeidsmedische classificatie: vrij volgens Gevaarlijke Stoffen Verordening, Chemische Verbod Verordening en EU-richtlijn 97/69 (Opmerking Q)
Kleur
Isolatie: bruin-geelCoating: zijde van de wapening wit, kleefzijde wit met stroken zonder coating
Opslag
Droog, beschermd tegen vocht. Niet onbeschermd blootstellen aan de weersomstandigheden.Warmtegeleiding
λD= 0,034 W/(m·K) nominale waarde conform DIN EN 12667 en/of DIN EN 12939
Diffusieweerstandsfactor µ (H2O)
µ ≈ 1 conform DIN EN 12086Stortgewicht
ρ ≈ 85 kg/m³ conform DIN EN 1602Brandreactie
Klasse A1 conform DIN EN 13501-1 (onbrandbaar)Smeltpunt
> 1000 °C conform DIN EN 4102-17Afscheursterkte loodrecht op oppervlak
> 7,5 kPa conform DIN EN 1607Dynamische vastheid
s' ≤ 10 MN/m³ (60 mm)
s' ≤ 8 MN/m³ (80 - 100 mm)
s' ≤ 6 MN/m³ (120 mm)
s' ≤ 5 MN/m³ (140 - 160 mm)
s' ≤ 4 MN/m³ (180 mm)
s' ≤ 3 MN/m³ (200 - 300 mm)
conform DIN EN 29052-1
Lengte-gerelateerde stromingsweerstand
r ≥ 36 kPa·s/m2 (60 mm)
r ≥ 39 kPa·s/m2 (80 mm)
r ≥ 35 kPa·s/m2 (100 mm)
r ≥ 30 kPa·s/m2 (120 - 300 mm)
conform EN 29503
Product-nr.
145| Dikte (mm) | Capatect MW-Dämmplatte 035 LIGHT 145 | |
| Formaat: 1.200 x 400 mm, kant: stomp | ||
| Prod.-Nr. | Verpakking/m2 in krimpfolie | |
| 060 | 145/06 | 1,92 |
| 080 | 145/08 | 1,44 |
| 100 | 145/10 | 0,96 |
| 120 | 145/12 | 0,96 |
| 140 | 145/14 | 0,96 |
| 160 | 145/16 | 0,96 |
| 180 | 145/18 | 0,96 |
| 200 | 145/20 | 0,96 |
| 220 | 145/22 | 0,48 |
| 240 | 145/24 | 0,48 |
| 260 | 145/26 | 0,48 |
| 280 | 145/28 | 0,48 |
| 300 | 145/30 | 0,48 |
Ondergrond
Nieuwe minerale ondergronden, hechtende oude pleisters, hout en plaatmaterialen, alsmede stabiele oude verflagen of bekledingen.Voorbereiding van de ondergrond
Behandel de ondergrond volgens de verwerkingsvoorschriften van de lijm.
Verbruik
1 m2/m2Verwerkingsomstandigheden
Tijdens de verwerking en de drogingsfase mogen de temperaturen van omgeving en ondergrond niet minder dan +5° C en meer dan 30° C bedragen.
Niet aanbrengen in de volle zon, bij sterke wind, mist of hoge luchtvochtigheid.
Bij ongunstige weersomstandigheden moeten passende maatregelen worden genomen om de behandelde geveloppervlakken te beschermen.
Montage
- Handmatige of machinale verwerking
- Isolatieplaten minstens 10 cm laten verspringen t.o.v. de onderliggende en vast tegen elkaar aan plaatsen
- Naden van de isolatieplaten moeten vrij blijven van lijm
- Voegen tussen de isolatieplaten niet opvullen met lijm
- Voegen < 5 mm met vulschuim Capatect Füllschaum B1 056/00
- Voegen > 5 mm met een gelijkwaardig isolatiemateriaal opvullen
- De isolatieplaten uitgelijnd en loodrecht aanbrengen
- Onbehandelde isolatieplaten uit mineraalwol voorspachtelen
- Beschadigde isolatieplaten mogen niet verwerkt worden
Ongepleisterde isolatieplaten op de gevel zo snel mogelijk beschermen tegen vocht en voorzien van een wapeningslaag.
Verlijmen van de isolatieplaat
Worst-Punt-Methode
Door de aanwezige hechtlaag op beide zijden is een voorbehandeling niet nodig.
Aanbrengen van een omlopende randstrook en kleefdotten in het midden.
- Kleefcontactoppervlak ≥ 40 %
Volvlakkig
In geval van een vlakke ondergrond kan de lijm met een vertande spaan over het gehele oppervlak worden aangebracht. De isolatieplaat met lijmlaag binnen 10 minuten op de ondergrond schuivend aanbrengen en goed aandrukken.
Machinaal aanbrengen van de lijmlaag (gedeeltelijke verlijming)
De tot het systeem behorende lijm met behulp van een geschikte spuitmachine op de ondergrond in de vorm van doorlopende verticale rillen aanbrengen. De lijmrillen moeten 5,0 cm breed zijn en minimaal 10 mm dik. De asafstand tussen de rillen mag niet meer zijn dan 10 cm. De isolatieplaat direct in de nog natte lijmlaag aanbrengen en schuivend goed aandrukken.
Om huidvorming te voorkomen, slechts zoveel lijm op het oppervlak aanbrengen als direct met de isolatieplaten kan worden bedekt.
- Kleefcontactoppervlak ≥ 50 %
Aanbrengen in 2 lagen:
De platen kunnen in 1 laag tot 240 mm en in 2 lagen tot 400 mm aangebracht worden. Bij het aanbrengen in 2 lagen moeten de 1e laag een isolatiedikte van minimum 100 mm en maximum 200 mm hebben, waarbij de 2e laag minstens een dikte heeft van 100 mm. De 2e laag moet met verspringende voegen gekleefd worden ten opzichte van de 1e laag met de systeemgebonden minerale kleefmortel.
- Kleefcontactoppervlak van 1 laag ≥ 40 %
- Kleefcontactoppervlak tussen de 2 lagen ≥ 50 %
Verpluggen
De isolatieplaten moeten aan de ondergrond worden gelijmd en bevestigd met pluggen. Het aantal pluggen wordt bepaald door de berekening van de windbelasting. De pluggen worden aangebracht nadat de lijmmortel is uitgehard.
Gelijkliggend met het isolatieoppervlak:
De isolatieplaten worden ofwel enkel in het vlak of in het vlak en de voeg bevestigd. Die De bevestiging kan worden uitgevoerd door het gecombineerde gebruik van Capatect schotelpluggen en de Capatect Dübelscheibe 153 met diameter 90 mm. Bij bevestiging in het vlak moeten afstanden van de plugschacht tot de rand van de isolatieplaat van 15 cm en van de pluggen onderling van 20 cm in acht worden genomen.
- Plaats plug : in het plaatoppervlak of in het plaatoppervlak en de voeg
Verdiept:
In de verdiepte uitvoering kunnen de isolatieplaten worden bevestigd met het Capatect Universaldübel 053 in combinatie met de Capatect Thermozylinder 154 (schoteldiameter 112 mm). Het wordt aanbevolen om de pluggen in de verdiepte bevestigingsvariant alleen in het vlak van de isolatieplaat te plaatsen. De plug wordt afgedekt met de bijhorende plugrondel.
- Plaats plug : in het plaatoppervlak of in het plaatoppervlak en de voeg
Afstanden van de plugschacht tot de rand van de isolatieplaat van 15 cm en van de pluggen tot elkaar van 20 cm moeten in acht worden genomen.
Het aantal pluggen/m2 en de overéénkomstige plugschema's zijn te bepalen aan de hand van een windlastberekening. Gelieve u hiervoor te richten tot de technische dienst van Caparol, afdeling Capatect.
Pluggen door het wapeningsweefsel in geval van gepleisterde plafonds:
Bij het aanbrengen van pluggen door het wapeningsnet moet de wapeningslaag in twee lagen worden aangebracht. Het wapeningsnet wordt in de eerste laag gewerkt. Vervolgens worden de pluggen geplaatst en wordt de tweede laag aangebracht.
- plaats plug: volgens het plugschema
Opmerkingen
Bescherm niet-afgewerkte isolatieplaten op de gevel tegen vocht en bekleed ze zo snel mogelijk met de wapeningslaag.Voegen van isolatieplaten mogen niet corresponderen met overgangen van verschillende bouwonderdelen (bv. ringbalken, rolluikkasten, elementverbindingen). De isolatiematerialen moeten hier minstens 10 cm overbruggen en aan beide zijden ondersteund worden door een stevige lijmverbinding.
Uitzettingsvoegen in het gebouw moeten worden overgenomen in ETICS.
Het isolatiemateriaal is niet geschikt voor het bevestigen van spiraalpluggen en bevestigingselementen zoals DoRondo-PE Montagerondelle en ZyRillo Montagezylinder, die alleen in het isolatiemateriaal worden gelijmd. Aangebouwde onderdelen worden alleen bevestigd met bevestigingselementen die aan de ondergrond zijn bevestigd of met andere geschikte montage-elementen.
Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)
Draag beschermende kleding (stofdicht) en stofmasker P1 bij stofvorming. Draag een veiligheidsbril bij mechanische bewerkingen (zagen, boren, schuren, frezen) en bij werkzaamheden boven het hoofd.Afval
Voorkom afval door zorgzaam snijden en hergebruik. Kleine materiaalresten desondanks afvoeren volgens EAK 170604 (bouw- en sloopafval).
Servicecentrum
DAW Belgium B.V.Tél.: (+32) (0)11 60 56 30
E-mail: info-tech@daw.be
www.caparol.be