caparol_pim_import/caparol_be/products/image/268095/071458_Fugenmoertel_Keramik_082.png

Capatect Fugenmörtel Keramik 082

Minerale voegmortel voor het opvoegen met een voegijzer van harde bekledingen in de Capatect gevelsystemen.

Toepassing

Minerale voegmortel voor het opvoegen van harde bekledingen. Bijv. steenstrips, glasmozaïek en natuursteen met een voegijzer binnen de Capatect gevelsystemen.

Eigenschappen

  • uiterst geschikt om te gebruiken in buitengevel-isolatiesystemen (ETICS)
  • geringe krimp
  • vorstbestendig
  • weerbestendig
  • waterafstotend, zeer gehyrofobeerd
  • waterdampdoorlaatbaar

Verpakking

25 kg zak

Kleur

Weiß (wit), Beige-Weiß (beige-wit), Natur (natuur), Stuhr-hell (Stuhr-licht), Architekt (architect), Hellgrau (lichtgrijs), Mittelgrau (middelgrijs), Grau (grijs),
Dunkelgrau (donkergrijs), Anthrazit (antraciet), Schwarz (zwart), Strand (strand), Alt-Stuhr, (oud-Stuhr) Paris (Parijs), Rot (rood)
Speciale kleuren op aanvraag.

Opslag

Droog, beschermd tegen vocht, in originele gesloten verpakking.
Verwerk materiaal binnen 12 maanden.

Technische eigenschappen

  • Materiaal; Normale metselmortel (G) volgens DIN EN 998-2
  • Chloridegehalte: ≤ 0,1 wt.% volgens DIN EN 1015-17
  • Hechtsterkte: hechtschuifsterkte:  βHS ≥ 0,15 N/mm2 nach DIN EN 771

Soortelijke massa

ρ ≈ 2,0 g/cm³

Warmtegeleiding

λ10 dry,mat ≤ 1,11 W/(m·K) voor P=50 % conform DIN EN 1745
λ10 dry,mat ≤ 1,21 W/(m·K) voor P=90% conform DIN EN 1745

Grootste korrel

Fijne korrel tot ca. 1,5 mm
Groffe korrel tot ca. 5 mm (Alt-Stuhr)

Drukvastheid

klasse M10 conform DIN EN 998-2
(Rc ≥ 10 N/mm2 conform DIN EN 1015-11)

Brandreactie

Klasse A1 conform DIN EN 13501-1 (niet brandbaar)

Materiaalbasis

Mineraal bindmiddel conform DIN EN 197-1 met speciale toeslagen

Product-nr.

082

Attentie

De opgegeven karakteristieke waarden zijn gemiddelde of benaderende waarden. Als gevolg van het gebruik van natuurlijke grondstoffen in onze producten, kunnen de vermelde waarden voor een individuele levering licht afwijken zonder de geschiktheid van het product te beïnvloeden.

Voorbereiding van de ondergrond

Raamdorpels en aangebouwde elementen afplakken.
Dek glas, keramiek, klinkers, natuursteen, geverfde, geglazuurde en geanodiseerde oppervlakken en te beschermen oppervlakken zorgvuldig af.

Zorg voor een uniforme voegbreedte van 6-20 mm.

Na het aanbrengen van de keramische bekleding en vóór het uitharden van de kleefmortel worden de voegen gewoonlijk gladgestreken of uitgeschraapt tot een gelijkmatige diepte die overeenkomt met de dikte van de plaat.

De kleefmortel moet op het tijdstip van het opvoegen afgebonden en doorgedroogd zijn. De ondergrond moet egaal zijn, een gesloten oppervlak hebben en vrij zijn van stukjes die de hechting verminderen. Losse mortelresten verwijderen.

Men moet er op letten dat de ondergrond en de voegflanken een gelijkmatige zuiging hebben. Vlakken eventueel gelijkmatig nat maken om te verhinderen dat het materiaal te snel opdroogt. Een voldoende diepe voeg maken.

Staand water voor het vervoegen verwijderen.

Materiaalbereiding

  • 25 kg materiaal (één zak) in ongeveer 2,5-3,0 liter water

Het materiaal kan tot een klontervrije massa worden gemengd met behulp van een krachtige, langzaam draaiende mixer of een mixer met dwangvoeding en schoon, koud water.

Na ongeveer 3-5 minuten opnieuw doormengen. Pas indien nodig de consistentie aan met een beetje water na deze rijpingstijd.

Afhankelijk van het weer is de verwerkingstijd ongeveer 1 uur (potlife).

Gebruik geen water om reeds opgesteven materiaal weer verwerkbaar te maken.

De consistentie van de gemengde voegmortel is correct wanneer de in de hand samengedrukte mortel niet uit elkaar valt na meerdere keren heen en weer rollen op de open handpalm, maar ook niet bijzonder kleverig is.

Voor een gelijkmatige kleuring moeten de voorgeschreven en gelijke hoeveelheid aanmaakwater en de rijpingstijd worden aangehouden.

Voeg geen water meer toe tijdens het aanbrengen. Dit leidt tot kleurverschillen.

Meng slechts zoveel voegmiddel als binnen de potlife verwerkt kan worden.

Verwerkingsmethode

Opvoegen:
Mortel in de voeg leggen en met een passend voegijzer in de voegen smeren en licht aandrukken. Het materiaal gelijkmatig verwerken om een uniforme kleur te verzekeren. Letten op volledige vulling van de voegen en gelijkmatige verdeling. Diepe voegen in 2 lagen vullen. Eerst de horizontale voegen vullen en daarna de verticale.

Bij bekledingen met een oppervlak met grote poriën kunnen zich restjes voegmortel daar in vastzetten. Daarom raden wij aan steeds een proefopvoeging uit te voeren. Eventueel materaal (voegmortel) dat vast blijft plakken voorzichting van de keramische bekleding afborstelen.

Nabehandeling
Bescherm de pas aangebrachte voegmortel de eerste dagen tegen vorst, tocht, neerslag, direct zonlicht en hoge temperaturen.
Bescherm de afgewerkte oppervlakken tegen te snel uitdrogen of "aanbranden".
Afhankelijk van de weersomstandigheden het afgewerkte voegmiddel de eerste dagen regelmatig bevochtigen ("vernevelen") met een geschikt apparaat, bijvoorbeeld een verstuiver (« vernevelaar »).

Aansluitvoegen aan materialen met verschillende thermische uitzetcoëfficiënten met elastische voegdichtingsproducten uitvoeren.


Reiniging: 
Vuil, sluier, resten op het keramische oppervlak met geschikte reinigers verwijderen.

Op engobeerde, in het bijzondere donkere keramische bekledingen kan het effect Newton-ringen (oppervlakkig, licht opalescerende verkleuringen) optreden. Die kan met geschikte reinigers verwijderd worden.

Bij gebruik van sluierverwijderaars of andere reinigers, kunnen eventueel veranderingen van kleur van de voeg optreden, daardoor moeten pogingen tot reiniging eerst op onopvallende plaatsen uitgevoerd worden. Gelieve hiervoor advies in te winnen. Onjuiste behandeling leidt tot het vervallen van de garantie.

Verbruik

plaatformaat (mm)ca. verbruik
(kg/m2) bij voegdiepte
15 mm10 mm8 mm
240 x 71 (NF)5,5 - 6,53,5 - 4,53,0 - 4,0
240 x 52 (DF)6,0 - 7,04,0 - 5,03,2 - 4,2
600 x 3001,5 - 2,51,0 - 2,00,8 - 1,8

Het verbruik is afhankelijk van het formaat van de bekleding, de voegdiepte en kan variëren alnaargelang het project en verwerkingsverliezen.

Verwerkingsomstandigheden

Tijdens verwerken en drogen mag de temperatuur van omgeving en ondergrond niet lager dan 5°C en hoger dan 30°C zijn. Niet verwerken in direct zonlicht en op opgewarmde vlakken, harde wind, mist of hoge luchtvochtigheid.


Neem bij ongunstige weersomstandigheden passende maatregelen om de behandelde geveloppervlakken te beschermen.

Droogtijd

De droogtijd hangt onder andere af van de weersomstandigheden en de laagdikte. Lagere temperaturen en/of een hogere luchtvochtigheid verlengen de droogtijd.

Reinigen gereedschap

Als het vers is, reinigen met water in overeenstemming met de wettelijke vereisten.
Als het droog is, met tegel- en klinkerreiniger of machinaal.

Opmerkingen

Voor verwerking moet het materiaal worden gecontroleerd op kleurnauwkeurigheid en conditie. Klachten over afwijkingen van de leveringsdoelstelling kunnen na verwerking niet meer worden erkend.
Gebruik op aangrenzende oppervlakken alleen materiaal uit dezelfde batch of meng materiaal uit verschillende batches vooraf.
Kleuring kan leiden tot afwijkingen in de technische eigenschappen.
Het aanleggen van een proefvlak wordt aanbevolen.
Natuurlijke kleurvariaties en tintverschillen zijn mogelijk bij wisselende batches en andere droogomstandigheden.
Een hoge vochtigheidsgraad van de ondergrond of een sterk verschillend absorptievermogen van ondergrond en tegelflanken kunnen kleurverschillen veroorzaken.
Niet homogeen materiaal, schommelende mengwaterhoeveelheden en niet-naleving van de rijpingstijd kunnen leiden tot een ongelijkmatige kleur, vooral bij sterk gepigmenteerde of donkere voegkleuren.
Als het oppervlak of de voegranden van de bekleding enigszins poreus, mat of onregelmatig zijn, kunnen er na het reinigen met een sponsbord resten van het voegmiddel ontstaan.
Gebruik elastische voegkitten voor aansluitvoegen op materialen met verschillende thermische uitzettingscoëfficiënten.

Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)

Enkel voor professioneel/industriëel gebruik

Gevaar
Veroorzaakt huidirritatie. Veroorzaakt ernstig oogletsel. Kan irritatie van de luchtwegen veroorzaken. Inademing van stof vermijden. Na het werken met dit product de huid grondig wassen. Draag beschermende handschoenen/ oogbescherming/ gelaatsbescherming. NA INADEMING: de persoon in de frisse lucht brengen en ervoor zorgen dat deze gemakkelijk kan ademen. Bij onwel voelen een ANTIGIFCENTRUM/ arts raadplegen. BIJ CONTACT MET DE OGEN: voorzichtig afspoelen met water gedurende een aantal minuten; contactlenzen verwijderen, indien mogelijk; blijven spoelen Onmiddellijk een ANTIGIFCENTRUM/ arts raadplegen. Op een goed geventileerde plaats bewaren. In goed gesloten verpakking bewaren.

Bevat: cement, portland, chemicaliën. Voor professionele/industriële toepassingen. Draag een lange broek! Vermijd langdurig huidcontact met het pleistermateriaal. Reinig aangetaste huidgedeelten onmiddellijk grondig met water. Hoe langer verse pleister-materiaal op de huid blijft, des te groter is het gevaar voor ernstige huidbeschadiging. Houd kinderen uit de buurt van vers pleistermateriaal! De veiligheidsvoorschriften van de fabrikant moeten strikt worden opgevolgd tijdens de verwerkingsfase.

Declaratie van inhoudstoffen: Cement, Calciumcarbonaat, Silicaat, Anorganische kleurpigmenten, Titaandioxide, Additieven.

Bij accidentele indigestie raadpleeg het Antigifcentrum 070/245 245

Afval

Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale, nationale en/of internationale regelgeving. Mag niet in riolering of milieu terechtkomen.

EU-grenswaarde VOS

VOS-gehalte conform RL 2004/42/EG < 1 g/l.

Giscode

ZP1

Servicecentrum

DAW Belgium B.V.
Tél.: (+32) (0)11 60 56 30
E-mail: info-tech@daw.be
www.caparol.be

Markant gevelbeeld