caparol_pim_import/caparol_be/products/image/155337/050300_Perimeterplatte_weiss.png

Capatect Sockel- und Perimeterdämmplatte 115

Isolatieplaat van geëxpandeerd polystyreen (EPS) volgens
DIN EN 13163 voor het isoleren van sokkels en als perimeter-isolatie.

Toepassing

Capatect Sockel- und Perimeterdämmplatten 115 worden toegepast als isolatie op sokkels (onder en boven het maaiveld).

Het gebouw waarvoor de Capatect Sockel- und Perimeterdämmplatten 115 worden geplaatst, moet beschermd zijn tegen blootstelling aan water met een bouwafdichting, of hebben door hun bouwmethode geen waterdichting nodig.
De Capatect Sockel- und Perimeterdämmplatten 115 worden in de Capatect gevelsystemen in de sokkel gebruikt voor de thermische isolatie van muren die in contact staan met de grond.


Toe te passen tot 3 meter onder het maaiveld.

De belasting van verkeer van meer dan 5 kN/m2 op het aangrenzende terrein moet op een afstand van minstens 3 meter ten opzichte van het gevelisolatiesysteem blijven.

Het gebruik in de capillaire zone van het grondwater (meestal 30 cm boven de grondwaterstand) en in het gebied met drukkend water is niet toegestaan.

Eigenschappen

  • kwaliteitscontrole volgens DIN EN 13163
  • vormvast en krimpvrij
  • waterdicht
  • toxicologisch ongevaarlijk, bevat geen FCKW, HFCKW, HFKW, HBCD
  • goede aanhechting van lijm en pleister door het gestructureerd oppervlak

Kleur

Wit of rose.
Oppervlak is gestructureerd.

Opslag

Droog, tegen vocht beschermen.
Niet onafgedekt aan UV-licht blootstellen.

Warmtegeleiding

λB: 0,035 W/(m·K) conform DIN 4108-4 t.o.v. buitenlucht boven het maaiveld. (sokkel)

λB: 0,039 W/(m·K) conform DIN 4108-4 onder maaiveld.(perimeter)

Voor de wiskundige controle van de thermische isolatie wordt de nominale dikte verminderd met 5 mm gebruikt als dikte van de isolatieplaat.

Diffusieweerstandsfactor µ (H2O)

μ = 40/100 conform DIN EN 12086

Drukspanning bij 10% stuik

σ10 ≥ 150 kPa

Stortgewicht

ρ ≤ 30 kg/m3 conform DIN EN 1602

Brandreactie

Brandgedrag: Klasse E volgens DIN EN 13501-1

Capillaire wateropname

≤ 3 vol. % volgens DIN EN 12087 (bij langdurige volledige onderdompeling)

Product-nr.

115
CT Sockel- und Perimeterdämmung 115
Formaat1000 x 500 mm
Randafwerking20 – 200 mmstomp
> 200 mmL-sponning

Geschikte ondergronden

De ondergrond moet vast, schoon, droog en vrij zijn van stoffen die de hechting verminderen.
Voorwaarde voor een toepassing in de perimeter, is de aanwezigheid van een bouwkundige waterdichting.
Indien nodig ondergronden voorbehandelen in overeenstemming met de verwerkingsinstructies voor de lijm die is vastgesteld voor de toepassing.

Verbruik

1,0 m2/m2

Verwerkingsomstandigheden

Tijdens verwerken en drogen mag de omgevings- en ondergrondtemperatuur niet lager dan 5 °C en niet hoger dan 30 °C zijn.

Verwerking

Lijmprocedure:
Het verlijmen gebeurt afhankelijk van de toepassingssituatie met de daarvoor gedefinieerde lijmprocedure en met de daarvoor geschikte en gedefinieerde lijmmortels.

Aanbrengen van de isolatieplaten:
Het aanbrengen van de isolatieplaten in de bepleisterde zichtbare zone van de sokkel en het spatwater ( ca. 30 cm boven tot ca. 20 cm onder het maaiveld) komt grotendeels overeen met de verwerkingsmethode van een ETICS. De lijm (geen bitumenlijm) wordt volgens de punt/worst-lijmmethode met > 40% kleefcontactoppervlak of volgens de kambedmethode aangebracht op de achterzijde van de isolatieplaat. Deze bevestigingsmethodes zijn ook geschikt voor zones tot ca. 20 cm onder het maaiveld als de isolatieplaten deel uitmaken van het gepleisterde sokkelisolatiesysteem.
  • Laat de stoot- en langsvoegen van de platen altijd vrij van lijm.
  • Dicht open voegen tussen de isolatieplaten met een voegbreedte < 0,5 cm met Capatect Füllschaum B1 055/20
  • Dicht voegen en beschadigingen > 0,5 cm met strips van dezelfde isolatie.
  • Isolatieplaten minimaal 10 cm verspringend in verband leggen en goed aaneengesloten tegen elkaar plaatsen (kruisvoegen vermijden).
  • Hoogteverschillen bij de plaatvoegen vermijden
  • Bij de gebouwhoeken isolatiematerialen vertanden
  • Zorg voor een lood- en verticaal rechte verwerking
  • Oneffenheden bijschuren en schuurstof verwijderen
  • Beschadigde isolatieplaten mogen niet geplaatst worden.

'punt/worst’- methode:
Aanbrengen van een omlopende randstrook en kleefdotten in het midden.
- pleistersystemen - kleefcontactoppervlak > 40%

Volvlakkig :                                                                                                                     In geval van een vlakke ondergrond kan de lijm met een vertande spaan over het gehele plaatoppervlak worden aangebracht. De isolatieplaat met lijmlaag binnen 10 minuten op de ondergrond schuivend aanbrengen en goed aandrukken.

Onderkant:
Als sokkel- of perimeterisolatieplaten aan de onderkant niet gelijk met aangrenzende bouwelementen of isolatiematerialen kunnen worden geplaatst, moet de rand van de plaat 45° worden afgeschuind.

Aansluiting op de gebouwafdichting
Isolatiemateriaal dat onder het maaiveld wordt geplaatst, moet worden voorzien van extra vochtbescherming bij de aansluiting op de gebouwafdichting of bij de overgang naar bestaande perimeterisolatie.

Vochtbescherming van de pleisterlaag:
Het pleisterwerk onder het maaiveld tot 5 cm erboven, moet  voorzien worden van een vochtwerende coating

Verlijmen van de isolatieplaat dieper dan 20 cm onder het maaiveld:
Bij gebruik als perimeterisolatieplaat (geen ETICS- of pleisterafwerking, dieper dan 20 cm onder het maaiveld) moet de isolatieplaat alleen bevestigd worden tegen verschuiven of wegglijden. Een punctuele toepassing van lijm om de plaat vast te zetten is hier toegelaten. (minstens 6 lijmdotten per plaat).
Op bitumineuze afdichtingen van gebouwen moeten zachte lijmen zonder krachtoverbrenging naar de afdichting, bv. Capatect Klebe- und Dichtungsmasse 114, gebruikt worden ter hoogte van de niet afgewerkte perimeterisolatie.

Om aftekening van de platen als gevolg van verschillen in vlakheid te voorkomen, moeten hoge lijmlaagdiktes worden vermeden of moet een aangepaste droogtijd worden gepland.

Perimeterisolatieplaten boven XPS-perimeterisolatieplaten:
Als de perimeterisolatieplaten worden geplaatst in het maaiveld boven XPS perimeterisolatieplaten, moet een laag Capatect SockelFlex worden aangebracht op het bovenste horizontale snijvlak van de XPS perimeterisolatieplaten, waarop de EPS perimeterisolatieplaat wordt geplaatst.

Opmerkingen

Isolatieplaten beschermen/in de schaduw laten
Om opwarming te vermijden, moeten de isolatieplaten die aan de gevel bevestigd zijn, beschermd worden tegen direct zonlicht.
Niet-bepleisterde isolatieplaten moeten beschermd worden tegen vocht en zo snel mogelijk bekleed worden met een gewapend grondpleister of afgedekt worden met een geschikte aanvulgrond.

Opgelet bij het opvullen van de bouwput
Als beschadiging van de perimeterisolatieplaten bij het opvullen van de bouwput niet kan worden uitgesloten, moet er vóór het opvullen een beschermende laag worden aangebracht.

Maatregelen
Er moeten geschikte maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat water (bv. regenwater dat over het grondoppervlak stroomt of van het geveloppervlak afloopt) niet achter de isolatielaag kan lopen.

Drainage conform DIN 4095
In het geval van cohesieve of gelaagde gronden, waar zich water kan ophopen of lagen kan vormen, moet een drainage worden voorzien.

Terugliggende sokkel
Een duidelijke scheiding tussen de sokkel- en de gevelisolatie door middel van een terugliggende sokkel wordt aanbevolen en maakt onafhankelijke renovatie van het geveloppervlak mogelijk. De sokkelisolatie kan ook gelijkliggend met de gevelisolatie worden geplaatst.

Vraag voor afwijkende toepassingen advies!

Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)

Uitsluitend bedoeld voor professioneel gebruik.

Afval

Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale regelgeving.

Servicecentrum

DAW Belgium B.V.
Tél.: (+32) (0)11 60 56 30
Fax: (+32) (0)11 52 56 07
E-mail: info-tech@daw.be
www.caparol.be