caparol_pim_import/caparol_be/products/image/64793/029222_Capatect-SockelFlex_18_kg.png

Capatect SockelFlex

Met cement op te mengen, organische pleister om te lijmen, te wapenen en als afdichtingslaag in het sokkelbereik en op delen in contact met de grond.

Toepassing

Lijmen
Lijmen van sokkel- en perimeter- isolatieplaten in het bereik van opspattend water en tot een diepte van 20 cm onder het maaiveld aan gevels. 
(waterinwerkingsklasse W4-E conform DIN 18533-1)

Wapening
Wapenen van sokkel- en perimeter-isolatieplaten in het bereik van opspattend water en tot een diepte van 20 cm onder het maaiveld aan gevels.
(waterinwerkingsklasse W4-E conform DIN 18533-1)

Kan men een verhoogde mechanische belasting verwachten aan het gevelvlak, is het aangeraden, als alternatief een mechanisch resistente wapeningsmortel te gebruiken die geschikt is voor het sokkelbereik.

Bescherming tegen vocht
Als voorstrijklaag of plamuurlaag op minerale wapeningslagen. Als vochtwerende laag op eindpleisters in het bereik van opspattend water en delen in contact met de grond.

Eigenschappen

  • Bescherming tegen het indringen van water in de toepassingsgebieden
  • Waterafstotend
  • Waterdampdoorlatend
  • Pasteus
  • Alkali- en vorstbestendig
  • Veelzijdig toe te passen, op bitumen hechtende dispersielaag met hoge kleefkracht en goed standvermogen

Verpakking

18 kg emmer

Kleur

  • Wit-grijs zonder cement
  • Cementgrijs na het opmengen.

Opslag

Koel, beschermd tegen vorst en vermijd grote temperatuurschommelingen. Bescherm tegen direct zonlicht.
Verwerk materiaal binnen de 18 maanden.

Soortelijke massa

ρ ≈ 1,1 g/cm³ zonder toevoeging van cement

Diffusie-equivalente luchtlaag Sd

sd ≈ 2,2 m bij 2 mm laagdikte conform DIN EN ISO 7783

Materiaalbasis

Watergedragen, styrolacryl-copolymeerdispersie

Wateropnamecoëfficiënt

Categorie W3 (laag) conform DIN EN 15824
w ≤ 0,1 kg/(m2h1/2) conform DIN EN 1062-3

Waterdampdoorlaatbaarheid (µ waarde)

ca. 0,02 kg/(m2 h0,5) volgens DIN EN 1062-3 Klasse W3, (laag) volgens DIN EN 1062

Attentie

De vermelde vaste waarden vertegenwoordigen gemiddelde waarden die van levering tot levering licht kunnen verschillen door het gebruik van natuurlijke grondstoffen.

Geschikte ondergronden

  • Bitumineuze afdichting van gebouwen (bitumen en polymeer bitumen stroken, PMBC)
  • Minerale afdichtingsmassa's (MDS)
  • Standaard minerale ondergronden (pleisterwerk, beton, metselwerk)
  • Organische ondergronden (geverfde en ongeverfde pleisters)
  • Isolatieplaten in ETICS en perimeterisolatieplaten
Hechtingstesten worden aanbevolen.

Voorbereiding van de ondergrond

De ondergrond moet vast, droog, vet- en stofvrij zijn en eventueel voldoende draagkrachtig voor het verpluggen. Vuil en loszittende delen (b.v. ontkistingsolie) en uitstekende mortelresten moeten verwijderd worden. Beschadigde, afbladderende, oude verflagen en sierpleisters verwijderen. Holtes volvlakkig bijplamuren.

Sterk zuigende, zandende of poederende oppervlakken zéér grondig reinigen tot op de vaste ondergrond en gronderen.
De compatibiliteit van bestaande coatings met het materiaal het materiaal moet deskundig worden gecontroleerd.
Bitumineuze ondergronden moeten voldoende ontlucht zijn.

Materiaalbereiding

Net voor het verwerken 1 gewichtsdeel portlandcement CEM I 32,5 R, CEM I 42,5 R, CEM I 42,5 N, CEM II A-LL 42,5 N of CEM II B-S 32,5 R mengen met 1 gewichtsdeel Capatect SockelFlex met een mixer tot een homogene en klontervrije massa ontstaat.  Als alternatief is ook toevoeging van portlandcement CEM I 32,5 N mogelijk. Materiaal dat al opgesteven is, mag nooit door toevoeging van water weer bruikbaar gemaakt worden.
Ca. 5% water toevoegen bij toepassing als coating.
Niet meer materiaal gebruiksklaar maken als binnen 1 - 2 uur bij 20 - 25°C kan verwerkt worden.

Verbruik

 
Materiaal zonder 
toevoeging van cement

Materiaal met  
toevoeging van cement
Lijmen van isolatieplatenca. 2,0 kg/m2ca. 4,0 kg/m2
Wapeningslaag
bij nominale laagdikte 3 mmca. 2,0 kg/m2ca. 4,0 kg/m2
per mm laagdikteca. 0,65 kg/m2ca. 1,3 kg/m2
Bescherming tegen vocht 
als coating (2 keer)ca. 1,0 kg/m2ca. 2,0 kg/m2
als plamuurlaagca. 1,3 kg/m2/mmca. 2,6 kg/m2/mm


Juiste verbruikswaarden moeten door een staal op het project bepaald worden. 

Verwerkingsomstandigheden

Tijdens verwerken en drogen mag de omgevings -en ondergrondtemperatuur temperatuur niet lager zijn dan 5 °C en niet hoger zijn dan 30 °C.
Niet verwerken in de directe zon, bij sterke wind, mist, hoge luchtvochtigheid en bij kans op regen of nachtvorst.
Bij ongunstige weersomstandigheden de nodige beschermende maatregelen treffen tijdens de
verwerking en drogen/uitharden van de mortel.

Droogtijd

De wachttijd voor het overschilderen is afhankelijk van de weersomstandigheden en de laagdikte. De vermelde waarden hebben betrekking op omgevingstemperaturen van 20 °C en 65 % relatieve luchtvochtigheid en dienen als richtlijn.

Eventueel noodzakelijke pluggen moeten pas worden aangebracht nadat het lijmbed voldoende is uitgehard.

Droogtijd na verlijming

  • Ten minste 2-3 dagen

De wapeningslaag moet voldoende gelijkmatig gedroogd zijn.

Droogtijd na wapening

  • Pasteuze eindpleisters Minstens 2-3 dagen

Droogtijd na aanbrengen vochtbescherming

  • Gevelverven minstens 1 dag

Reinigen gereedschap

Onmiddellijk na gebruik met water in overeenstemming met de wettelijke voorschriften.

Verlijmen van de isolatieplaat

Verlijmen van de isolatieplaat
  • Handmatig of machinale verwerking
  • Isolatieplaten minstens 10cm laten verspringen t.o.v. de onderliggende en vast tegen elkaar aan plaatsen
  • Naden van de isolatieplaten moeten vrij blijven van lijm
  • De voegen tussen de isolatieplaten niet opvullen met lijm
  • Voegen ≤ 5 mm met vulschuim Capatect Füllschaum opvullen
  • Voegen en reparaties > 5 mm isolatiemateriaal opvullen
  • Aan de hoeken van het gebouw het isolatiemateriaal vertanden
  • De isolatieplaten uitgelijnd en loodrecht aanbrengen
  • Beschadigde isolatieplaten mogen niet verwerkt worden

Punt-worst-methode
Aanbrengen van een omlopende randstrook en kleefdotten in het midden

  • Het lijmcontact met het oppervlak moet ≥ 40 %.

Verlijmen over het gehele oppervlak
In geval van een vlakke ondergrond kan de lijm met een vertande spaan over het gehele plaatoppervlak worden aangebracht. De isolatieplaat met lijmlaag binnen 10 minuten op de ondergrond schuivend aanbrengen en goed aandrukken.

Opmerking

Bijkomende pluggen ≥ 150 mm boven het maaiveld worden aanbevolen.

De informatiebladen van het betreffende isolatiemateriaal en de heersende grondwateromstandigheden moeten in acht worden genomen.

Verlijmde isolatieplaten beveiligen tegen verschuiven tot ze volledig droog zijn. Het materiaal moet volledig droog zijn voordat de bodem wordt opgevuld en, indien nodig, aangetrild. In de perimeterzone moet er ter plaatse een beschermende laag (bv. noppenstrook met glijlaag) voorzien worden ter bescherming tegen beschadiging.

Breng bij de overgang naar een bestaande (ter plaatse aangebrachte) perimeterisolatieplaat het materiaal aan op de snijrand van de bestaande perimeterisolatie en druk de isolerende perimeterisolatie er in tijdens het verlijmen.

Wapeningslaag

Verwerking als wapeningslaag

Voor het wapenen de hoekrails over het hele oppervlak in het materiaal plaatsen en uitlijnen.
Bij gebruik van Capatect Gewebe Eckschutz alleen de weefselstroken tot aan de rand aanbrengen.


In ca. 2 - 3 mm laagdikte optrekken en met een getand truweel 10 x 10 mm doorkammen. Capatect Gewebe 650 in het verse bed 10 cm overlappend inbedden.
Het wapeningsweefsel moet volledig worden ingebed. Zorg ervoor dat het wapeningsweefsel zich in het bovenste derde deel van de dikte van de wapeningslaag bevindt.
In de hoeken van gebouwopeningen bijkomend  Capatect Diagonalarmierung 651/00 of Gewebestreifen (25 x 25 cm) diagonaal in de wapening inbedden.

Als de goed gedroogde wapeningslaag vervolgens wordt afgewerkt met een organische pleisterlaag, moet een geschikte vochtbescherming worden aangebracht afhankelijk van de installatiesituatie.

Eindlaag

Verwerking als vochtwering

De afwerklaag moet tot minstens 5 cm boven het maaiveld voorzien zijn van vochtbescherming.
Isolatiematerialen, wapeningslagen en deklagen die onder het maaiveld aansluiten, moeten worden voorzien van vochtbescherming bij de aansluiting op de gebouwafdichting of bij de overgang naar een bestaande perimeterisolatie.


Als coating met max. 8 % water verdunnen en minimaal in 2 lagen met penseel of borstel verzadigend aanbrengenzodat een zo gelijkmatig mogelijke laagdikte bereikt wordt. Tussen de 2 lagen moet het materiaal droog zijn. Als plamuurlaag in een laagdikte van min. 2 mm optrekken (verbruikshoeveelheden moeten aangehouden worden).
De vochtbescherming kan worden bijgewerkt met een gevelverf die geschikt is voor sokkels.

Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)

Conform EU-richtlijn

Enkel voor professioneel gebruik

Kan een allergische huidreactie veroorzaken. Inademing van nevel of damp vermijden. Verontreinigde werkkleding mag de werkruimte niet verlaten. Draag beschermende handschoenen. Bij huidirritatie of uitslag: een arts raadplegen. Verontreinigde kleding uittrekken en wassen alvorens deze opnieuw te gebruiken. Inhoud/ verpakking afvoeren naar een erkend afvalverwerkingsbedrijf.

Bevat: 1,2- benzisothiazool-3(2H)-on, 2-methylisothiazool-3(2H)-on, reactiemassa (3:1) van 5-chloor-2-methyl-2Hisothiazool-3-on en 2-methyl-2H-isothiazool-3-on.

Certificaat van inhoudstoffen conform Duitse VdL-richtlijn 01: Polyacrylaathars, Calciumcarbonaat, Silicaat, Water, Additieven, Conserveermiddel

In geval van accidentele indigestie, consulteer het Antigifcentrum 070/ 245 245

Afval

Enkel restlege verpakkingen ter recyclage aanbieden. Vloeibare materiaalresten kunnen als afval van verven op waterbasis aangeboden worden en uitgeharde materiaalresten moeten als uitgeharde verf of als huisvuil aangeboden worden.

EU-grenswaarde VOS

VOS-gehalte conform RL 2004/42/EG: Het VOS gehalte van dit product is max. 1 g/l

Productcode

M-GF01

Technisch advies

Niet alle in de praktijk voorkomende ondergronden en hun voorbehandeling kunnen in dit technisch informatieblad opgenomen worden.
Het is daarom raadzaam bij moeilijke gevallen Caparol Belgium te contacteren +32 (0) 11 60 56 30.

Deze technische informaties werden samengesteld naar de jongste stand van de verftechniek. Aansprakelijkheid voor de algemene geldigheid van deze aanwijzingen moet worden afgewezen, daar toepassing en verwerkingsmethoden buiten onze invloed liggen en grote verschillen in de aard van de ondergrond steeds een aanpassing van de werkwijze naar het inzicht van de vakkundige verwerker vragen.

Bij het verschijnen van een nieuwe uitgave in verband met verdere technische ontwikkelingen verliest dit blad zijn geldigheid.

Servicecentrum

DAW Belgium B.V.
Tél.: (+32) (0)11 60 56 30
Fax: (+32) (0)11 52 56 07
E-mail: info-tech@daw.be
www.caparol.be